Plaats alle achtergrond-informatie in het gehele browser-venster.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Achtergrond-informatie.

  1. De oudheid.

  2. Vitaminen.

  3. Antibiotica?

  4. Sporen van mineralen.

  5. "Beestjes en zo".

  6. Het milieu.

  7. Links en boeken.

  8. Tuin bezichtigen en tuincursus.


Vitaminen.

Samengesteld 20 april 2004. Bijgewerkt op 15 september 2004.
Gewijzigd op 16 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Vitaminen.

Er zijn maar weinig planten die zoveel van een vitaminesoort bevatten dat ze bij vitaminetekorten worden voorgeschreven. Toch is elke vitaminerijke plant een uitstekende aanvulling op het voedingpatroon. Wortels, paardebloem en waterkers bevatten veel caroteen(voorstadium van vitamine A). Granen en vooral haver levert vitamine B. Vitamine C zit vooral in vruchten als zwarte bes, rode paprika en duindoorn.Vitamine D en E zit bijvoorbeeld in waterkers en in netels komt vitamine K voor.

Vitaminen behoren tot de ergonen. Ze zijn inhoudsstoffen die niet als energiebron dienen, maar toch in zeer kleine hoeveelheden onmisbaar zijn voor een normale ontwikkeling van de plant. De vitaminen zijn betrekkelijk ingewikkelde, meestal instabiele organische stoffen, die in kleine hoeveel heden door planten en enkele dieren worden gemaakt. De mens en bijna alle dieren moeten planten eten om aan vitaminen te komen; in bepaalde gevallen worden de chemische voorlopers (de zgn. pro-vitaminen) met het voedsel opgenomen. Enkele vitaminen ontstaan dan uit de pro-vitaminen in het menselijk lichaam onder invloed van bacteriŽn in de darm. Het ontbreken van vitaminen in het voedsel van mensen en dieren veroorzaakt ernstige ziekteverschijnselen (gebreksziekten of avitaminosen). Een groot tekort aan vitaminen kan hypovitaminose tot gevolg hebben, hetgeen tot uiting kan komen in een verlaagde weerstand tegen ziekten. Maar ook te veel vitaminen kunnen tot afwijkingen leiden, in dit geval hypervitaminos genoemd. Om een beeld te krijgen van de benodigde hoeveelheden vitaminen: een mens eet gedurende 60 jaar 8000 kg vlees, maar gedurende de- zelfde periode heeft hij slechts 0,2 9 vitamine D nodig. De meeste vitaminen kunnen synthetisch bereid worden. Men onderscheidt vitaminen die in water oplosbaar zijn en vitaminen die in vet kunnen worden gelost.

Wanneer men weinig tijd heeft om een gezonde maaltijd te bereiden lijken vitaminepillen een goed alternatief. Uit studies ( vaktijdschrift New England Journal of Medicin) blijkt echter dat dit niet de juiste oplossing is. Bij onderzoek is gebleken dat ,bij de groep mensen die vitaminepillen neemt in plaats van groenten, er 29% meer kanker voorkomt.

Vitamine A, Retinol, oplosbaar in vet.
Functie opbouw van staafjesrood(ook wel rhodopsine genoemd) dat voorkomt in de ogen, weerstand tegen infectieziekten, wondgenezing; bescherming van de structuur van het celmembraam; gezond houden van en weerstand bieden tegen infectie aan huid, ogen en de binnenste bekleding van het lichaam; nodig voor onderhoud en groei van tanden, nagels, haar, botten en klieren.
Te vinden in melk boter levertraan, en eidooiers; lever, nieren, margarine, halvarine, bak- en braadproducten, vis, donkergele en donkergroene groente (waterkers, peterselie en pompoenen bevatten pro-vitamine A. Ook het gele of oranje vruchtvlees van abrikozen, perziken en meloen bevat dat. Wortels, tomaten, spinazie, kropsla, sinaasappelen) . Van pro-vitamine A of caroteen kan de lever zelf vitamine A maken. Caroteen is afgeleid van carota , het Latijnse woord voor peen. Worteltjes zijn dus echt goed voor de ogen. Een volwassen mens heeft per dag ongeveer 2 mg vitamine A nodig, tijdens de zwangerschap meer.
Gebreksziekte nachtblindheid (verlies van het vermogen om in de schemering te zien), vermindering van de groei.
Overdosering leidt tot (tijdens de eerste 2 maand van de zwangerschap) een risicoverhogend effect op het syndroom van Down, een waterhoofd, een hazenlip of hartafwijking. Om deze reden is het pas zwangere vrouwen af te raden ook maar een portie lever te eten (hierin zit een verhoogde hoeveelheid vitamine A)
OverigRecent wetenschappelijk onderzoek in de VS heeft aangetoond dat het gebruik van vitamine A supplementen het onherroepelijk blind worden bij patiŽnten met de oogaandoening Retinitis Pigmentosa (RP) kan vertragen. (vitamine E had een negatief effect). Het nuttigen van veel carroteenbevattend voedsel laat de kans op kanker zakken.

Vitamine B-complex
Het Vitamine B-Complex: hieronder verstaat men een groep van ongeveer twintig vitaminen, die in de natuur vaak samen worden aangetroffen. De ziekteverschijnselen die het gevolg zijn van een tekort aan l vitamine Bl (Ansurine, Thiamine) komen het meest voor. Deze zijn lichamelijke en geestelijke vermoeidheid, het verlies van de eetlust, verstoring van de spijsvertering en depressies. De rijkste bronnen vitamine B1 uit de plantenwereld zijn roggebrood aardappelen, gist, havervlokken, fruit en bijenhoning. Ook dierlijk weefsel kan rijk zijn aan deze vitamine: lever, nieren, hersenen, hart, varkensvlees. Per dag heeft de mens 1 mg nodig. Deze vitamine heeft ook invloed op: de groei en instandhouding van huidweefsel, productie van rode bloedlichaampjes en het optimaal functioneren van de zenuwen.

Vitamine B1, Thiamine, oplosbaar in water
Functies suikerstofwisseling goed doen verlopen, spiercoordinatie, in stand houden perifere zenuwstelsel
Te vinden in bruinbrood, aardappelen, graanproducten, volkorenproducten, groente, varkensvlees, rundvlees, lamsvlees, gevogelte
Gebreksziekte slechte suikerstofwisseling waardoor zenuwen slecht functioneren (beri-beri, een ziekte waarbij het loopvermogen is aangetast)

Vitamine B2, Riboflavine
Functie belangrijk bij het helpen omzetten van eiwitten, vetten en koolhydraten in energie voor het lichaam; instandhouding van gezonde huid en ogen; opbouw en instandhouding lichaamsweefsels. Te vinden in melk, groene groenten, vlees, vis, brood, volkorenproducten, kaas, eieren, gist, koolsoorten, champignons, sojabonen, tarwekiemen, zwarte thee.
Gebreksziekte Een tekort aan deze vitamine veroorzaakt aandoeningen van het slijmvlies.

Vitamine B3, Niacine
Functie Essentieel bij vetsynthese, eiwitstofwisseling en omzetting van voedsel in energie.Ze is werkzaam tegen slapeloosheid, mentale depressies, prikkelbaarheid en slechte eetlust. Te vinden in vlees, vis, volkorenproducten en tarwe, bonen, biergist, lever, eieren, pinda's en groenten
Gebreksziekte Pellagra. Pellagra is toestand waarbij een roodachtige huiduitslag voorkomt die later donker verkleurt en ruw wordt.

Vitamine B5, Panthotheenzuur (=overal vandaan. De stof komt algemeen voor)
Functie Essentieel bij de aanmaak van bepaalde zenuwregulerende substanties en hormonen. Het is ook nodig voor de stofwisselingen (energievoorziening) van eiwitten, vetten (op en afbouw) en koolhydraten.
Te vinden in gist, lever, nieren, eieren, pindaproducten, rijst, zemelen en tarwezemelen

Vitamine B6,Pyridoxine
Noodzakelijk voor de vorming van bepaalde eiwitten en het gebruiken van aminozuren. Helpt bij het goed functioneren van het zenuwstelsel.
Te vinden in lever, zalm, walnoten, pinda's, tarwekiemen, bananen, druiven, worteltjes, aardappelen, rundvlees, varkensvlees, lamsvlees

De vitamines B6 en foliumzuur lijken in staat bij personen met een verhoogd risico de kans op het ontwikkelen van hart- of vaatziekten te verkleinen. Ze helpt bij de vorming van rode bloedcellen en werkt tegen kaalheid, bloedarmoede en vermoeidheid. Ook de kans op aderverkalking blijkt hiermee kleiner.

Vitamine B11, foliumzuur
Door voldoende van deze vitamine te nemen wordt namelijk de kans op baby's met een aangeboren afwijking flink verkleind. Ook de kans op een miskraam wordt verkleind.
Functie Is nodig bij de aanmaak van bepaalde lichaamseiwitten en genetisch materiaal voor de celkern.
Te vinden in spinazie boerenkool peterselie, lever, nieren, vlees, vleeswaren, bonen, pinda's, amandelen, tarwe, zemelen, rogge
Gebreksziekte Macro cytaire anemie. Dit zijn vergrote rode bloedcellen. Deze gebreksziekte speelt op bij bloedarmoede en ondervoeding tijdens de zwangerschap.

Vitamine B12, Cyanocobolamine, oplosbaar in water
Functie vorming rode bloedcellen en hemoglobine, in stand houden zenuwstelsel. Vitamine B12 komt niet voor in het plantenrijk. Ze is een zg. lipotrofe stof, dwz een stof die zich aan vetten of vetachtige verbindingen kan binden.
Te vinden in nieren, lever, vlees, vleeswaren, schaaldieren, sardines, zalm, haring, eierdooiers Gebreksziekte pernicieuze anemie: bloedarmoede die gepaard gaat met afwijkingen van de huid, slijmvliezen en centraal zenuwstelsel.

Vitamine C, Ascorbinezuur, oplosbaar in water
Functie opbouw van de wand van bloedvaten, verhoogt de weerstand; productie van collageen (een substantie die de structuur bepaalt van spieren, vaatweefsels, botten en kraakbeen); opname ijzer; gezondheid van tanden en tandvlees Veel zoogdieren kunnen zelf deze vitamine synthetiseren; de mens moet echter het ascorbinezuur uit zijn voedsel opnemen. Per dag heeft hij ca. 75 mg nodig, de grootste hoeveelheid van alle vitaminen. Overigens een teveel aan vitamine C plas je weer uit. Te vinden in verse groenten en fruit (citrusfruit, kiwis, broccoli, aardappelen, paprika's, tomaten, boerenkool, kool, bloemkool, aardbeien, rozenbottels en zwarte bessen). Door sterke verhitting wordt vitamine C afgebroken hiermee moet men rekening houden bij het koken. Het gehalte van vitamine C in zuurkool en aardappelen neemt relatief minder af tijdens koken. Omdat vitamine C gemakkelijk oxideert (rokers hebben dus meer vitamine C nodig), moet men in stukken gesneden groenten niet te lang aan de lucht blootstellen.
Gebreksziekte Scheurbuik (ook wel avonturiersziekte genoemd), huidbloedingen, vooral in tandvlees, loszittende tanden, gering wondhelingsvermogen, vermoeidheidsverschijnselen, een verlies van eetlust, frequente neusbloedingen, en een verminderde weerstand tegen infectieziekten, eventueel zelfs de dood.
Overigens is gebleken dat mensen met een hoog vitamine-C gehalte in het bloed, de laagste bloeddruk hebben. Verder heeft onderzoek aangetoond dat dagelijkse inname van 300 mg de kans op sterfte door een hartaanval met 41% verlaagd.

Vitamine D, Calciferol, oplosbaar in vet
Functie Nodig bij het handhaven van calcium en fosforspiegels, kalkstofwisseling, bijvoorbeeld in de botten, tanden
Te vinden in levertraan,(volle) melk, melkproducten, margarine, levertraan, eidooier. Wordt aangemaakt in de huid onder invloed van UV licht (zon) en via de lever en nieren omgezet tot vitamine D. In ons normale voedsel komen het in zeer geringe hoeveelheden voor. Dit tekort kan men compenseren door bestraling door zonlicht of door gebruik van de hoogtezon. De dagelijkse behoefte aan deze vitamine is ongeveer 0,025 mg.
Gebreksziekte zwakke botten (engelse ziekte, rachitis) Treedt soms op bij babys van mensen die uit de tropen komen en niet gewend zijn melkproducten te gebruiken. Engelse ziekte leidt tot kromme en zwakke botten bij kinderen en ontkalking van de beenderen, waarbij deze week worden en atrofiŽren, bij volwassenen. Kinderen, in hun eerste twee levensjaren, hebben vijf keer zoveel vitamine D nodig als volwassenen.
Overdosering: kalkafzettingen aan de wanden van de bloedvaten.

Vitamine E, Tocoferol
Functie groei- en anti-steriliteitsfactor.Helpt de celmembramen te beschermen en helpt ook bij het verlengen van de levenduur van rodebloedlichamen in de bloedsomloop en helpt het lichaam ten volle profijt te trekken van vitamine A; gaat aderverkalking tegen. Vitamine E wordt in alle lichaamsweefsels gevonden en is van belang voor hun gezondheid en goed functioneren.
Te vinden in noten, zaden, plantaardige olien, aardappelen, groenten, fruit, melk en melkproducten, tarwekiemen en tarwekiemolie. De dagelijkse behoefte van de mens wordt geschat op ongeveer 5 mg.
Vitamine E kan in zeer hoge doses bij een groot aantal patiŽnten met actieve gewrichtsontsteking die ontsteking stoppen en het gebruik van pijnstillende middelen aanmerkelijk verminderen. Vooral voor reumapatiŽnten die ook aan bv. maagzweren of astma lijden vormt een hoge dosering vitamine E een uitkomst. Onderzoek heeft aangetoond dat indien 10 jaar lang elke dag minimaal 400 IE vitamine E wordt gebruikt de kans op een hartaanval met 90% afneemt.

Vitamine F
De groep van essentiŽle, meervoudig onverzadigde vetzuren.Komt voor in plantenoliŽn, vooral linolzuur. Gebreksziekten zijn bij de mens niet bekend. Men neemt aan, dat vitamine F een rol speelt hij de stofwisseling en bij de genezing van huidaandoeningen. Bij eczeem hebben mensen baat bij 2 x daags 4 capsules met 500mg vitamine F. Bij mensen die hierop niet reageren is wel eens een hogere dosering gegeven waarop men dan alsnog reageerde.

Vitamine H, Biotine
Functie Nodig bij de aanmaak van vetzuren, de afbraak van eiwit- en koolhydratenmoleculen. Het helpt bij de instandhouding van de schildklier, de huid, de bijnieren, het zenuwstelsel en de voortplantingsorganen.
Te vinden in gist, lever, nieren, eieren.

Vitamine K, Fylochinon, oplosbaar in vet
Functie nodig voor de aanmaak van protrombine, de stollingsfactor die wordt aangemaakt in de lever.
Te vinden in groene bladgroenten, broccoli, plantaardige olien, sojabonen, tarwe, haver, asperges, boter, kaas, kool spinazie, wordt gemaakt door darmbacterien. Normaal gesproken maakt het lichaam voldoende zelf aan. Een gebrek kan ontstaan bij mensen die langere tijd antibiotica gebruiken en bij pasgeboren kinderen. Toediening van vitamine K gaat altijd onder medisch toezicht. Een volwassen mens heeft per dag ongeveer 0,001 mg nodig
Gebreksziekte slechte bloedstolling, bloedingen
De K verwijst naar het duitse woord Koagulation.

Vitamine K1
Recent wetenschappelijk onderzoek heeft laten zien dat vitamine K1 een belangrijke rol speelt bij botaanmaak. Ze heeft een herstellende werking bij vrouwen met osteoporose

Vitamine P
Oedeem (vochtophoping) kan het leven behoorlijk beÔnvloeden. Opgezwollen benen, enkels en armen zijn namelijk niet alleen pijnlijk en ongezond, ze ondermijnen ook het zelfvertrouwen.Deze vitamine P gaat ze echter te lijf. Ze is een van de belangrijkste vochtafdrijvers in de strijd tegen oedeem. Vitamine P komt voor in: witte kool, pruimen, druiven, aubergine, bosbessen, prei, kersen, wortelen,grapefruit, gele paprika's, sinaasappels (vooral in de schil hiervan zit 150 x meer in dan in het vruchtvlees)

Vitamine Q (co-enzym Q10 ofwel Ubiquinon Q10)
Met deze stof kan men energie halen uit de voeding en kan het lichaam goed functioneren Q10 is ontleend aan het Latijnse 'ubigue' dat "alomtegenwoordig" of overal aanwezig betekent.Het is een noodzakelijk onderdeel van het energieproducerend systeem van iedere cel. De stof is nodig om cellen, weefsels en inwendige organen optimaal te laten fungeren. Q10 komt voor in volkoren producten, noten, sojabonen, groentesoorten, broccoli en spinazie.Een groot deel hiervan dat niet rechtstreeks uit de voeding komt wordt aangemaakt door de lever uit andere voedingsbronnen. Ze blijkt vooral ouderen het idee te geven langer fit te blijven , gezonder en levenslustiger.

Bron:
-Aantekeningen biologieles havo 5, 1992
-Louis Thorig, 1001 vragen over vitaminen en mineralen, iov Boots Healthcare Hilversum, Mediskoop bv, Naarden, 3e dr., 1996, Trekpleister, Roter
-www.luttikhuis-a.myweb.nl
-Folder apotheek

Naar het begin van Vitaminen.

Sporen van mineralen.

Samengesteld 6 september 2004. Gewijzigd op 16 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Geneeskruiden bevatten meer of minder minerale stoffen maar ze worden zelden voorgeschreven om mineralen te vervangen die het lichaam heeft verloren. Ze kunnen echter wel het lichaam ondersteunen. Een goede leverancier van mineralen en sporen is bijvoorbeeld brandnetel die als constitutiekruid geldt. Een constitutiekruid kan het geheel helpen (her)opbouwen en wordt daarom soms ingezet als opbouwkruid na een (lange) ziekteperiode. Op deze manier kunnen kruiden wel degelijk van dienst zijn. Waar mogelijk worden kruiden aangegeven die een bepaald mineraal of spore-element hebben. De letters achter het mineraal of spore-element zijn de scheikundige notatie die soms gehanteerd wordt in boeken en of op etiketten.

Calcium, Ca
Komt voor in groenten en graanproducten (melkproducten eieren). Is van belang voor gezond skelet, tanden, hartwerking, bloedstolling en contractie van de spieren. Ze wordt daarom gebruikt bij: hartkloppingen, spierzwakte, spierpijn, vermoeidheid en prikkelbaarheid. Voor een goede opbouw van botten en tanden is kalk onmisbaar. Belangrijke bronnen zijn: noten, groenten en fruit (kaas , vis en kip).

Chroom, Chr
Komt voor in...........(vlees, schaaldieren en kip). Ze is van belang voor vetstofwisseling, regulering bloedsuikerspiegel ,ze verhindert het ontstaan van suikerziekte en het groeiproces. Ze wordt gebruikt bij prikkelbaarheid, depressie, nervositeit en verwarring. Het komt voor in graanolie (kip, mosselen en biergist).Het verdient aanbeveling om een supplement van chroom samen te doen gaan met vezelrijk voedsel omdat vezels , net als chroom bijdragen aan het reguleren van de bloedsuikerspiegel.

Fluoride, F
Dit mineraal zorgt er voor een sterk tandglazuur, waardoor er minder kans op gaatjes is.

Fosfor, P
Komt voor in groenten, graanproducten ( melkproducten). Is van belang voor: botvorming, zenuwstelsel, hart- en nierfunctie. Wordt gebruikt bij slechte botgroei en vermoeidheid.

IJzer, Fe
IJzer zorgt voor het vervoer van zuurstof in het bloed. Belangrijke bronnen zijn: peulvruchten, groene groenten, fruit,granen, kaas, (en vlees)

Jodium, I
Jodium zorgt vooreen goede werking van de schildklier. Belangrijke bronnen zijn:spinazie, (zeedieren en jodiumhoudend keukenzout)

Koper, Cu
Komt voor in groenten noten en druiven (vlees). Ze helpt bij de vorming van hemoglobine, beenderen haar- en huidskleur. Ze wordt gebruikt bij anemie en algehele zwakte

Magnesium, Mg
Komt voor in graanproducten, groenten en fruit. Ze is van belang bij activering van de enzymen en botvorming. Ze wordt gebruikt bij slechte groei.

Mangaan, Mn
Komt voor in bananen , zemelen (en eieren). Ze is van belang bij activering enzymen, voortplanting en groei en ademhaling. Bij gebrek hieraan ontstaat een slechte groei. Een teveel aan mangaan (en kwik) loop je op door een teveel aan vullingen in tanden!

Molybdeen.
Komt voor in peulvruchten, onbewerkte granen, donkergroene bladgroenten. . Ze is van belang bij de ijzer- en koperstofwisseling, geslachtsfunctie bij mannen. Bij gebrek hieraan ontstaat prikkelbaarheid, onregelmatige hartslag en tandcariŽs.

Natrium, Na
Natrium houdt de hoeveelheid lichaamsvocht op peil, onder andere van belang voor de bloeddruk en de hartwerking. Van nature bevatten de meeste voedingsmiddelen een bepaalde hoeveelheid natrium in de vorm van zout, waaraan het lichaam genoeg heeft. Eigenlijk is het dus niet nodig extra zout aan het eten toe te voegen

Selenium, Se
Komt voor in tomaten, uien en paranoten (tonijn, haring). Ze is van belang als anti-oxidant, gezonde spieren en bloedvaten en ze is preventief bij roos. Gebreks kenmerken: verlies van weerstand, uithoudingsvermogen, spierpijn en staar.

Silicium, Si
Ze komt voor in alfafa, appels, pruimen, volkoren producten groenten en fruit. Ze is van belang voor de : haren, nagels huid, botten, kraakbeen, pezen en bindweefsel. Gebrekskenmerken: Uitvallend dun haar, slapeloosheid, broze breekbare nagels, huidklachten, puistjes op het ooglid, droge lippen, zachte en gespleten nagels.

Vanadium
Komt voor in olijven, noten, peterselie,radijs (schaaldieren). Ze is van belang bij: goede groei van de botten, tanden, kraakbeen , groei rode bloedcellen, en vetstofwisseling. Gebreksymptomen: verstoring van de groei van botten en kraakbeen en tanden, verhoogd cholesterolgehalte.

Zink
Komt voor in groenten (lamsvlees, varkensvlees, vis- en schaaldieren en eieren) Ze is van belang bij wondheling, gezonde huid, normale groei, functioneren van de prostaat. Gebrekkenmerken: witte vlekjes op nagels, haarverlies, vermoeidheid, lusteloosheid, acne, verlies van reuk- en smaakvermogen.

Bronnen:
-Aantekeningen biologieles havo 5, 1992
-Louis Thorig, 1001 vragen over vitaminen en mineralen, iov Boots Healthcare Hilversum, Mediskoop bv, Naarden, 3e dr., 1996, Trekpleister, Roter
-www.luttikhuis-a.myweb.nl
-Y. Maessen, J. Streefkerk, Kruiden, signatuur en eigenschappen, Het kruidenrijk, Haaren, 1993, 84 p.
-folder apotheek

Naar het begin van Sporen van mineralen.

Tuin bezichtigen en tuincursus.

Samengesteld 21 april 2004.
Gewijzigd op 16 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Heb je zin om met tuinen te gaan bekijken of om misschien wel een cursus te volgen? Hieronder zijn wat suggesties.
Tuinen:
www.kasteeltuinen.nl 	Arcen
www.indetuinenvanruinen.nl	Ruinen
www.tuin.pagina.nl
www.mienruystuinen.nl	Dedemsvaart
www.hetloo.nl		Apeldoorn
www.kruidenhoeve.nl	Balkbrug
www.depluktuin.nl
www.alfheim.nl		Ens

Cursussen:
www.lavietara.nl
Een cursusinstituut in de Ardennen. 
Naast verwerking van kruiden ook veel aandacht voor meditatie, beeldende vorming.
www.sprengk.nl
www.kruidenrijk.nl
Een keer per maand een themadag. 
Ook zomerweken: Cursisten werken in de tuin en leren veel over de planten. 
Bij slecht weer wordt uitgelegd hoe men zalven etcetera kan maken.
Naar het begin van Tuin bezichtigen en tuincursus.

"Beestjes en zo."

Samengesteld 12 mei 2004.
Gewijzigd op 19 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Natuurlijk luizen en andere beestjes bestrijden.

En dan heb je gasten in je tuin. Luizen, die zich te goed doen aan je (jonge) planten. Natuurlijk kun je die te lijf met chemische middelen. Grof geschut, maar wil jij die chemische rommel ook eten of gebruiken voor jezelf? Er zijn een heleboel middelen om op een natuurlijke manier van beestjes af te komen. Daar gaat dit gedeelte over.

Als een plant in een bloemen- of moestuin zomaar ineens onder de luis zit of wit van de schimmel is, dan heeft die plant het niet naar zijn zin. Als planten onder de meest ideale omstandigheden groeien, hebben ze geen last van parasieten. Parasieten, die niets anders doen dan de zwakke planten eruit halen. Want zwakke planten, daar kun je eerder je ''tanden'' in zetten. Maar wij willen wel eens een zwak gewas of we willen planten in onze tuin die eigenlijk niet in dit klimaat horen. Hoe doe je dat dan een tuin zonder parasieten en ander gespuis? Natuurlijk kun je kiezen voor soorten die resistent zijn zoals er rozensoorten zijn die tegen meeldauw kunnen. Ze de grondsoort geven waar ze willen staan is een, de hapjes geven waar ze dol op is twee. Lavendel houdt van kalkhapjes. Geef ze die eierschalen! Geef planten de zon of de schaduw waar ze (volgens het etiket) van houden. Dat voorkomt veel kwalen.

Dan is er nog een reden voor het uitbreken van een plaag. Uit ondervinding kan ik zeggen dat ik door het geven van kunstmest de familie luis meerdere keren in mijn huis heb uitgenodigd. Kom er dan maar van af! Ik heb het niet zo op kunstmest. Het jaagt planten op, waardoor ze in korte tijd veel nieuwe bladeren en bloemen maken en die cellen zijn nog jong, niet verhout en goed doorprikbaar. Iets waar luizen van houden, want het gaat ze om de suikerstroom. Vervang de kunstmest door natuurlijke mest, die wel voedt maar dat in een trager tempo doet. Verse koeiemest (geen gedroogde van biobedrijven) is een goede vervanger.

Zelf compost maken kan ook. Er zijn meerdere recepten. Ik heb een beschrijving voor mensen die een tuin hebben en een voor mensen met enkel een balkon.

In een tuin maak je ruimte vrij voor twee hoopjes. Liefst uit zicht en als het kan uit de wind. Je moet er wel met een kruiwagen bij kunnen komen. Leg de eerste laag op de grond. Dan kunnen de micro-organismen de stapel afval in komen en die heb je nodig voor de omzetting, regenwormen zullen er dan ook bij komen. Op een gladgeharkt gedeelte leg je je eerste laagje afval (blad, gemaaid gras, takjes, oude planten.) Pas op: leg hier geen onkruid dat je niet in de tuin meer wilt hebben met zaad op en ook geen zieke planten! Aardappelschillen zijn verboden vanwege kiemremmende stoffen waarmee ze behandelt zijn, en citrusschillen (citroen, sinasappel) verteert niet.
Leg deze spullen op elkaar en zorg dat er lucht bij kan. Stug taai blad van bijvoorbeeld kastanjes wordt gemengd met takjes en ander spul. Takjes en houtachtige stengels knip je tot stukjes van 10 centimeter. Is de laag van rommel 20 centimeter dan strooi je er kalkpoeder op eierschalen kan ook. Dit kan dun. Daarna volgt een laagje beendermeel (verkrijgbaar bij speciaalzaken mag ook vermengd zijn met verenmeel) en dan is de verhouding 200 gram per vierkante meter tuinafval. Het beendermeel zorgt voor de juiste stikstofverhouding in de compost. Het beendermeel kan in een laagje dat pinkdik is eroverheen. Daarna klei (als dat kan, of tuinaarde met boetseerklei) anders tuingrond of reeds omgezette compost. Druk het luchtig aan met een hark. Dan kun je weer van voor af aan beginnen.
De zijkanten van de hoop lopen iets schuin af, zodat het water erlangs kan lopen. Is de hoop anderhalve meter hoog, dan dek je hem af met een licht en winddichte laag, bijvoorbeeld gras. De rest is aan de micro-organismen die zich graag aan zo'n rijke dis zetten. De composthoop zal warm worden. Wat overblijft is geurige rulle grond, die je zo in de tuin kunt gebruiken. Hij zal door de micro-organismen en spore-elementen de grond rond de plant activeren.

Mulching lijkt hierop, met het verschil dat de koffiedik, schillen enzovoort ter plekke rond de plant worden gelegd en afgedekt met aarde.

Compostmaken op een balkon
Dit recept heb ik ooit eens zelf gemaakt. Dek je bak goed af, anders worden de buren er niet blij van. Neem een oude bak, emmer of plantenbak die niet in gebruik is. Leg onderin een laagje potgrond, doe daarbovenop de schillen van banaan, appel, peer, losse thee (theezakjes verteren niet), koffiedik totdat de potaarde niet meer te zien is. Strooi er kapotgewreven eierschalen over. Was je handen hierna, anders plakken je vingers vast! Op deze laag van eierschalen volgt weer potgrond en je begint overnieuw. Een goede plantenbak is te vullen in ongeveer een tot twee maand. Is de bak vol, sluit hem dan af met een vuilniszak die je over de bak heen zet danwel spant met een touwtje. Na een maand of twee heb je rulle grond waar je kamerplanten wel wat van lusten. O ja, doe er geen zieke planten op, of pitjes de eerste verspreiden ziektekiemen en de tweede slaan- voor je het weet- aan. En schep geregeld de bak om, laat er als het kan lucht bij. Met regen wel afdekken anders spoelt de vloeibare gier, via de dakgoot weg....

Naast compost zijn er ook plantencombinaties die elkaar voeden en ook het tijdstip van zaaien is van belang voor gezonde planten.

Plantencombinaties

Er zijn planten die graag bij elkaar staan en er zijn combinaties die absoluut niet gaan. De biologische dynamische tuinbouw maakt van dit principe veelvuldig gebruik. Planten die diep wortelen maken de grond doordringbaar voor planten die oppervlakkig wortelen.
En planten die van halfschaduw houden staan graag bij planten die wat hoger groeien. Zo zijn er ook combinaties die beestjes op afstand houden. Daarnaast kan het zijn dat de ene plant een voedingsstof uit de bodem of lucht haalt, waar de buurman weer plezier van heeft.

Aardbeien staan graag tussen stambomen vanwege de schaduw.
Hysop tussen kool of tagetes tussen rozen houden parasieten op afstand.
De erwt of de boom of een vlinderbloemige (lavendel, salie, scharlei) maken stikstof vrij en daar lust de aardappel wel weer wat van.

Hieronder goed werkende combinaties:

-Aardappel met afrikaantjes (Tagetes patula). De afrikaantjes voorkomen de aardappelaaltjes; met een paar mierikswortel op de hoek van een bed. De mierikswortel houdt de aardappel gezond; met hennep deze houdt de Phytophtera op afstand; met erwten: twee rijen erwten en twee of drie rijen aardappelen. De erwten zorgen voor de stikstof in de grond; met bonen ook zij zorgen voor stikstof. Om en om een rij met tomaat. De wortelsappen van de aardappel bevorderen de groei van de tomaat.; vroege aardappelen samen met kool, de kool profiteert hier het meeste van; met zonnebloemen, een zeer oude combinatie uit Oost Europa, beide planten hebben profijt van de combinatie; als aardappelen 's winters worden opgeslagen voorkomen rijpe appels met hun geurstoffen dat de aardappels gaan kiemen.
-Aardbei in combinatie met stambonen, sla en spinazie, maar vooral boragie. Als er af en toe pyrethum tussen komt voorkomt dat kwalen bij de aardbei; naalden van de pinus en de picea maakt de aardbei geuriger
-Asperge met tomaat en peterselie
-Bonen; stambonen met selderij ertussen; met worteltjes of bloemkool; met (vroege) aardappels
-Bieten met uien, stambonen of koolrabi in de buurt is goed voor de biet
-Dille bij wortels, sla en uien is een goede combinatie. Maar dille mag niet bloeien tussen wortels, want dat remt de wortels.
-Kool houdt van gezelschap van hysop, late aardappel, dille, kamille, wormkruid, en vooral salie (Salvia officinalis). Salie voorkomt plagen bij de kool.
-Pepermunt als er rijen brandnetels tussen de Menta x peperitha staan brengt de munt twee keer zoveel etherische olie op.
-Spinazie gedijt goed na tuinbonen en als tussenoogst voor kool
-Selderij om en om met prei of tussen de kool. Voorkomt plagen bij de kool.
-Tomaten een vreemd gewas: mogen jaren op dezelfde grond staan en ook bemest worden met compost van tomaten. Brandnetels en peterselie bevorderen de groei van tomaten en afrikaantjes voorkomen tomatenaaltjes.
-Rozen met lavendel voorkomt luis in de roos; afrikaantjes voorkomen rozenmoeheid van de grond. Dit lukt als je om de drie jaar flink wat afrikaantjes tussen de rozen zet. Ze hoeven niet te bloeien het gaat om hun wortels. Met bieslook of ui als tussengewas daar worden rozen geuriger van en vrij van luis.
-Ui en prei met wortels, rode bieten, tomaten. Kamille tussen de gewassen houd de uienvlieg op afstand. Peterselie maakt uien geuriger.
-Tuinboon met dille ertussen voorkomt luis.
-Tulpen mogen nimmer twee opeenvolgende jaren op dezelfde plek gekweekt worden, tenzij er zomers op die plek afrikaantjes gezet wordt. Dat voorkomt tulpenaaltjes
-Sla met rijen kervel ertussen maakt een mooie dichte krop en dan heeft sla niet gauw last van luis
-Sterrekers met radijs maakt geuriger en de radijs wordt zachter van smaak. De aardvlo houdt daarnaast meer van sterrekers dan van radijs....
-Worteltjes met sla in de buurt doen het heel goed. Met sjalotjes tussen de rijen geeft weinig last van wortelvlieg en met erwten of dille gaat het ook goed.

Foute combinaties; Dit vraagt om plagen

-Aardappel in de buurt van berken (slecht voor de aardappel) of in de buurt van klapbessen (slecht voor beiden).
-Aardbeien en kool houden niet van elkaar
-Bloemkool weigert goede resultaten te geven als die wordt gezet op een bed waar daarvoor spinazie heeft gestaan
-Bonen (stambonen) en venkel wil niet ze belemmeren elkaars groei en bloei; met ui en sjalotten; en gladiolen en bonen zijn ronduit vijanden. Zelfs op tien meter afstand heeft de gladiool nog ongunstige invloed op de boon.
-Erwten houden evensals bonen niet van ui en sjalotten in de buurt.
-Kool na radijs gaat niet. Omgekeerd trouwens ook niet.
-Rozen en buxus: de wortels zitten elkaar in de weg
-Sla in de buurt van peterselie is luis voor de sla en de peterselie zal het ook niet goed doen.
-Tomaat met venkel of koolrabi wil niet.

Beestjes buitenshuis
Deze beestjes kom je buiten tegen en van een groot aantal kunnen planten echt aangetast worden. Per plaag wordt een omschrijving van het gespuis gegeven en de natuurlijke bestrijding verteld.

Aardvlo
Dit is geen vlo maar een kever en hij kan goed springen. Hij lust plantaardig voedsel en met warm, droog weer heb je kans op een plaag. Radijs is een lekkernij voor hem, maar sterrekers vindt dit beestje nog lekkerder. Hij is niet gediend van regelmatige koude douches en zijn poppen worden daar ook niet blij van. Je kunt hem ook vangen met een plank met teer of stroop als het maar plakt. Wapper met de plank vlak boven de grond, dat maakt het beestje zenuwachtig en hij springt... dan zit hij dus vast.

Honden
Het eerste: zet een goed hek! Anders plaats wijnruit, honden hebben daar een hekel aan. Een haag van stekelig Berberis iseen goede tweede. Zorg bij de aanplant wel dat er geen sluip en kruipgaatjes overblijven.

Konijnen
Een goede afrastering doet al veel en aan de volgende giftige planten hebben konijnen een broertje dood: digitalis (vingerhoedskruid. Deze plant houdt van een vochtig en schaduwrijk plekje); twee rijen dik uien in het blad; coniferen, taxus en primula's, maar laat de bollen uit je tuin. Dat is eenvoudigweg te lekker voor een konijn. En als je takjes en blaadjes insmeert met en mengsel van lijnolie en zwavel gaan konijnen op de vlucht.

Koolvlieg
Maak een kraag van papier (10 centimeter en een forse knip zodat je de kraag kunt aanbrengen) en schuif dat over de koolplantjes, hoog de grond op rond de hals en schuif de kraag naar beneden, zet het geheel vast met een spijker. Zo voorkom je dat de koolvlieg haar eitjes in de koolhals afzet.

Luizen
Bladluizen zijn meestal verdwaalde buitenbeestjes.In het vroege voorjaar komen alle eitjes die de winter hebben overleefd uit; deze eerstelingen zijn vrouwtjes die zich zonder mannetjes voortplanten. In de herfst komen er ineens ook mannetjesluizen uit de eitjes. Alleen bevruchte eitjes komen de winter door. Als het te druk wordt op een plant met luizen gaan zowel de mannetjes als de vrouwtjes op vleugels. Ze kunnen vier uur aan een stuk vliegen als ze maar aan het einde van de rit een zwakke plant vinden waar ze hun tanden in kunnen zetten. Een opgejaagde plant geplaagd door kunstmest is ook goed. En planten die in monocultures staan willen ook wel als tafeltje dekje fungeren.
Er zijn verschillende mogelijkheden om deze nuttige beestjes het leven op je planten moeilijk te maken.

-brandnetelgier: zet een bos brandnetels in een emmer water en laat dat vijf dagen staan, zeef, verdun en spuit het op de plant. De gier wordt beter als hij langer staat. Deze gier maakt het blad steviger en bestrijd ook de larfjes.
-brandnetelaftreksel: neem een kilo versgesneden (handschoenen!) brandnetel en zet dat in een liter water. Dat laat je 24 uur staan. Besprenkel de aangetaste planten royaal en herhaal na vijf dagen nog een keer.
-toppen uit de boon
Boon is geabboneerd op zwarte luis en deze eet bij voorkeur de zachte topjes. Die knip je eruit. (ontsmet je schaar naderhand, er kunnen eitjes op zitten!) Gebruik daarna brandnetelgier die vijf dagen heeft staan stinken.
-rabarberzeep maak je door een kilo (fijngesneden) rabarberbladen te koken in twee liter water gedurende een half uur. Maak een zeepsopje van 50 gram groene zeep in een halve liter water. Meng dit sopje door het afgekoelde rabarberwater. Sproei of gebruik een stevige afwaskwast.
-lieveheersbeestjes eten graag luizen op, dus zie je deze nijvere beestjes vang ze (in bijvoorbeeld een luciferdoosjes) en zet ze aan de dis!
-hysop salie tijm: zet ze hier en daar in de border en de kans op luis is geringer.
-lavendel en uien: zet ter voorkoming van luis op rozen (nog zo'n abbonee) lavendel of uien ertussen. Uien versterken de geur van rozen.
-berk is nog lekkerder dan de bonen.
-dille trekt ook de luizen naar zich toe.
-artemisia absinthium
Alsem is een vrij forse plant, maar als luizenbestrijdingsmiddel de moeite van het kweken waard. Pluk voor negen uur 's ochtends (de plant mag niet bloeien als je plukt). Zet de blaadjes in een pan onder water en kook het geheel. Van het vuur af, af laten koelen, zeven en verdunnen met water (1:4) en een portie geduld ergens weg halen. Roer gedurende 10 minuten eerst met de klok mee (er ontstaat dan een trechter) dan tegen de klok in (weer een trechter) en dan weer met de klok mee enzovoort. Een goed geroerde spray blijkt veel meer effect te hebben!
-bonekruid als een rijtje tussen de bonen.
-kervel tussen de sla in rijen gezaaid is een goede combinatie. Maar pas op: andere leden uit de familie schermbloemigen hebben het tegenovergestelde resultaat, dus plaats bijvoorbeeld geen peterselie!

Mollen
Een van de nuttigste dieren in de landbouw: ze eten rupsen, poppen en larven die net boven of in de grond leven. Moorden van mollen mag niet en is ook niet slim; maar wat als hij het net op het zaaibed van je tuin heeft begrepen? Hij graaft 20 centimeter per minuut en kan daarmee je tuin aardig ''herschikken''. Trap de hopen in en wordt het je echt te gek kun je ook nog mollenpatronen, kampherballen en euphorbia lactea inzetten.
Een mollenpatroon zet je in een van de gangen waar het zwavelgas produceert. Hierdoor zoekt de mol een andere locatie. Kampherballen (de echte, geen chemische namaak) leg je als afrastering om je tuin. Ieder 25 centimeter een bal, 5 centimeter diep in de grond.
Een rij Euphorbia lactea (wolfsmelk, let op deze plant is giftig ook voor mensen!) beschermt achterliggend gewas tegen de mol.

Oorwormen
Oorwormvrouwtje bewaakt haar eitjes tot ze uitkomen, daarna ook nog haar jongen. Oorwormen zijn afvalopruimers net als pissebedden. Ze leven van halfvergaan organisch afval en eten insecten. In de regel doen ze geen kwaad. In sommige gevallen wil de schade wel eens te groot worden; bijvoorbeeld aan de knoppen van dahlia's of fruit. Vangen gaat het beste door een jampot met houtswol te vullen. De beestjes kruipen hierin. 's Ochtendsvroeg de potjes of bloempotten, die je omgekeerd hebt neergeze,t controleren en de beestjes ergens anders naar toe verkassen. Eventueel kun je de houtwol met oorwormen verbranden, maar verkassen is beter. Een holle stengel van een zonnebloem of een opgerold papiertje werkt ook. Maar vangen is zelden nodig, want de oorworm is zelden een bedreiging!

Ratten
Een gevreesd dier, slim (er wordt al sinds mensenheugenis op ze gejaagd) en ziektedragers.
-Heb je een rat in huis, waarschuw de gemeente die is verplicht ze te verwijderen.
-In de tuin heeft een rat een hekel aan valeriaan. Katten zijn er trouwens dol op dus het mes snijdt van twee kanten. Plaats de valeriaan op de plek waar de rat de tuin in komt.
-Voor Euphorbia (wolfsmelk) en Frittelaria (keizerskroon) maken ratten ook liever een omweg dus die kunnen ook aan de randen van tuin en de ingangen gebruikt door de rat, gebruikt worden.
-De woelrat leeft in de buurt van watergangen en wil nog al eens een hapje nemen van planten. Zet om zo'n plant een kring van uien en het is over.
-Als je weet waar ratten hun hol hebben, kun je er lompen met teer in het gat stoppen. De lucht doet deze beestjes een ander oord opzoeken.
-Een parelhoender maakt zoveel lawaai dat de rat er niet tegen kan. Je moet zelf wel van het lawaai houden en ruimte voor hebben.
-Een deegje van bloem met water eventueel suiker en een flinke schep fijngemalen aluin is een lekker hapje voor de rat. Stop dit in de holen van de ratten. Ze eten het graag en gaan er dood aan.

Regenwormen
Een zegen voor je tuin, maar pas op niet geschikt voor je kamerplanten! Door hun gewroet gegraaf houdt de regenworm de grond luchtig en houdt daarmee de grond doordringbaar voor plantenwortels. Hij verwerkt anorganisch, organisch materiaal en heel veel aarde. Momenteel worden regenwormen soms ingezet om vervuilde grond te zuiveren. Een populatie regenwormen kan op een hectare per jaar 20.000 kilo droge stof door hun lichaam laten gaan! Ze zijn geen plaag, maar lusten kiemplantjes evengoed. De schade is plaatselijk en tijdelijk, vang ze daarom en zet ze op een ander stukje land.
-Gebruik voor je gaat zaaien houtas. Een handjevol per vierkante meter; de beestjes komen dan boven (zeker bij vochtig weer) vangen en je kunt ze dan verplaatsen.
-Neem tien wilde kastanjes en kook die een uur in een liter water. Laat het mengsel afkoelen en begiet met dit mengsel de zaaibedden. Ook hier verschijnen al snel de wormen boven de grond.
-Nicotine. Niet zo vriendelijk wel doeltreffend. Een handjevol shag in een emmer water; dat laat je een uur staan en gebruikt het vervolgens op de bloembakken of de zaaibedden. Vangen, want de nicotine is dodelijk voor de wormen en nogmaals ze zijn heel nuttig.

Om regenwormen aan te trekken is er ook een middel, maar gebruik dit niet in de buurt van potplanten anders wordt het er te druk. Dit middel kun je een keer per maand gebruiken. Pluk 's ochtendsvroeg valeriaanblaadjes, bedek de blaadjes met water en breng het geheel aan de kook. Haal het van het vuur af en laat het mengsel afkoelen. Vermeng het met water in 1:4. Ga dan tien minuten roeren eerst rechtsom dan linksom.

Ritnaalden/ koperwormen
Dit zijn de bruinachtige harde en vooral vraatzuchtige larven van de kniptor. Ze leven in de grond en leven niet alleen van vergane plantendelen maar ook van wortels en de onderkant van stengels van allerlei planten. Graaf schijfjes rauwe aardappel of wortel rond de aangedane plant. De beestjes gaan hier in bivakkeren, maar je moet wel iedere dag controleren en verwijderen.

Roest
Roest is een rossige bruine schimmel, houdt van verhuizen. Zit 's winters op een andere plant en zomers op zijn voedsterplant. De roestschimmel die bij granen toeslaat zit 's winters op berberis of zuurbessen, pereroest verhuist naar een jeneverstruik en de schimmel van de princessebonen verkast in de winter naar een conifeer. Zet ze dus niet bij elkaar in de buurt! Pereboombezitters gooi de jeneverbesstruik uit je tuin!

Rups
Een puber, geen eitje en ook nog geen vlinder. Wat doen pubers om te groeien: eten. En dat zul je dus op een dag merken aan de bladeren van je planten. Koolrupsen kun je de eitjes meestal op de achterkant van het blad vinden
-druk de eihoopjes stuk.
-Derris/pytetrumpoeder. Derris is een uitheemse labiaat en pyretrum is een composietje. Het is te koop onder de naam Spruzit.
-bacteriepreparaat is sterk selectief en schaadt alleen de rups. Laat je niets anders in de vingers drukken omdat chemische rommel het evenwicht verstoort.
-Een dun laagje gras een keer per week over de koolbedden strooien, het mag niet rotten!

Schildluis
Ziet eruit als een grijsachtige stip op de achterkant van plantebladeren en de mannetjes zijn dartele vliegjes. Maar... onder het schild verbergt het vrouwtje de eitjes. Als moeder levensmoe is komen daar een heleboel eitjes uit, met een heleboel schildluisvrouwtjes.
-verwijder de grote en kleine grijze stippen met je nagel van het blad, een keer per week herhalen.
-zeepspiritus: 1 liter water + 1 theelepel groene zeep (maak de bladeren ondoorprikbaar) + 1 eetlepel spiritus (doodt de levende luizen) Let op: spiritus lost de groene bladcellen op. Dus even naspoelen of spuiten met gewoon water. Een keer per week herhalen.

Schimmels
Schimmels of Fungi is een grote groep met (eetbare) paddestoelen, meeldauw en schimmels die plant noch dier noch mens kwaad doen, of zelfs gezond zijn (Penicilinium). Roestschimmels en aardappelschimmel (veroorzaakt aardappelziekte en is te voorkomen door vruchtwisseling) zijn wel berucht evenals meeldauw die een donsachtig wit laagje op de plant legt. Als je het ziet ben je te laat. Schimmelaantasting is bijna niet te voorkomen. Dus gezonde mest, en een soort kiezen die weinig last heeft van meeldauw.
-Knip de topjes van de plant af. Die zijn het lekkerst. De meest veilige manier om van besmetting af te komen is door de topjes te verbranden.
-Maak uiengier door een flinke bos bladeren van uien (niet de bol) af te knippen. Laat dit vier dagen in een emmer met water staan. Filter het goedje en verstuif het over de planten. Met een afwaskwast kun je ook al een heel eind komen. Behandel de planten vanaf het moment dat ze uitlopen tot midden zomer om de veertien dagen.
-Stuif zwavel over de planten die last hebben van meeldauw. Het oogt alleen niet mooi.
-Eguisethumthee (Paardestaart). Voor een spuitbeurt heb je twintig gram gedroogde paardestaarten nodig op een liter water. Kook de thee minimaal een half uur, zeker niet korter. Laat als het kan dit mengsel twee dagen staan trekken. Zeef en roer het mengsel tien minuten linksom en tien minuten rechtsom. Verdun vervolgens de thee met water in een op vier. Bespuit de planten hier regelmatig mee.

Slakken
Slakken kunnen flinke happen nemen uit planten en laten een zilverachtig spoor van slijm achter. Slakken hebben een hekel aan bepaalde planten. Door deze planten rondom de lievelingshapjes van deze beestjes te zetten kom je al een heel eind.
-Salvia officinalis vinden slakken maar niets. Maar Salvia splendens (rode siersalie) is juist een traktatie. Hysop officinalis lusten ze ook niet evenals alle tijmsoorten.
-Dennenzadenextract. Dit extract wordt verdund in drie op duizend om zo slakken op afstand te houden.
-Bier: je kunt jampotjes met bier rond de bedreigde planten ingraven, of een soepbord met bier in de tuin plaatsen. Slakken zijn er dol en zullen erin verdrinken.
-Rabarberbladen. Pluk 's avonds een rabarberblad en leg die omgekeerd tussen planten aangetast door slakkenvraat. In de ochtenduren zullen ze zich daar terugtrekken. Bladeren met slakken en al op de compost brengen.
-Slakkengif: tien delen tarwezemelen en een deel fijngestampte metablokjes. Leg hooguit een korreltjes hier en daar en strooi het vooral niet over de planten. Handen wassen naderhand!
-Houtwol of stro nat maken met water en deze rond de bedreigde planten leggen. 's Ochtends als de zon opkomt kruipt de slak daaronder en kun je hem gemakkelijk verwijderen.
-Met kiezel, fijngemaakte eierdoppen of kalk wordt het lastig glijden.

Veenmol
De veenmol is een neefje van de krekel, een heel nuttig dier, is vijf centimeter lang en ziet er afschrikwekkend uit. Het is een wroeter en leeft net als de mol, grotendeels onder de grond waar hij zich tegoed doet aan insecten, larven en cocons. Meer dan eens herschikt hij zaaibedden. Vangen is dan de beste methode en dat is niet zo moeilijk. Neem een bloempotje, maat geraniumplant en graaf die in in de beschadigde bedden. Laat de rand van de pot precies gelijk vallen met de aarde. Verder laat je het potje mooi schoon. De veenmol duikelt hierin en 's ochtend kun je hem dan vangen. Mits de merels je niet voor zijn geweest.

Witte vlieg (motvlieg)
Lijkt helder wit omdat het hele miniem lichaampje is bedekt met een fijn laagje wit poeder dat door het diertje zelf wordt afgescheiden. De larfjes kunnen zich tegoed doen aan het sap van de plant.
-Maak brandnetelgier (zet een bos brandnetels in een emmer water en laat dat vijf dagen staan, zeef, verdun en spuit het op de plant. De gier wordt beter als hij langer staat. Deze gier maakt het blad steviger.) en vul hiermee een spuitbus. Zet de plant op een plastic zak die zo opgerold is dat hij snel over de plant heengetrokken kan worden. Spuit de gier op de plant. De vliegjes zijn dan ineens verdwenen, waarschijnlijk zitten ze nu op een fuchsia. Trek de zak omhoog, zonder de vliegjes te laten ontsnappen. Door een klein gaatje in de bovenkant spuit je flink wat gier en probeer dan ook de onderkant van de bladeren te raken want daar zitten de larfjes. Sluit de zak en laat vijf dagen zo staan. Zet de plant dan op een andere plek zodat de vliegjes de voedsterplant niet meer kunnen vinden. Eventueel na een paar dagen herhalen.
-Oostindische kers of afrikaantjes naast tomaten maakt de tomaat niet meer lekker voor deze vliegjes. De planten scheiden een stof af die in de grond komt en weer wordt opgenomen door de wortels van de tomaat.

Wortelvlieg
Kijk allereerst naar de combinatie en het tijdstip van zaaien. Zaai worteltjes voor eind april en na 15 juni, op een winderige plaats. Laat de worteltjes die geoogst kunnen worden, niet te lang staan. Bewaren op een koele donkere plek in vochtige turfmolm. Zaai sjalotjes tussen de worteltjes. De wortelzuren van de sjalotjes zijn dodelijk voor de maden van de wortelvlieg.

Bladluis
De bladluis is biologisch gezien een klein wonder. Een vrouwtjesluis kan generaties lang eitjes leggen zonder dat er een mannetje aan te pas komt. Een mannetjesluis kan een vrouwtjesluis op ieder willekeurig plekje in haar lichaam bevruchten. Mieren houden van de kleverige vloeistof die luizen afscheiden. Als er een overbevolking op komst is bij de luizen gaat een gedeelte van de populatie op vleugels. Vandaar dat mensen wel eens zeggen: luizen komen met de wind. Voor de kamerplanten is de bladluis een ramp. De nakomelingen komen er in hoog tempo bij, ze zuigen sap op en poepen op het blad waardoor de ademopeningen van bladeren verstoppen en er zich soms ook nog een schimmel op huisvest. Wat doe je tegen bladluis?
-haal de plant uit de tocht, dit is de grootste boosdoener als het gaat om een plant bevattelijk te maken voor luis. Teveel of te weinig water is er ook zo een, maar dat zie je gauw genoeg.
-brandnetelgier, maar dat is alleen zomers bij de hand (zie luizen)
-zeepspiritus (zie schildluis)
-uiengier. Daarvoor neem je 500 gram uien die je zo fijn mogelijk snijdt en die doe je in een halve liter water. Dek het geheel af en laat een uur staan. Zeven en sproeien.
-brandnetelaftreksel. Dit werkt alleen dodelijk voor luizen, je zult de behandeling dus wat vaker moeten herhalen. Neem een kilo versgesneden brandnetels en laat die 24 uur in 10 liter koud water staan. Spuit royaal en gebruik het eventueel op plaatsen waar je een invasie verwacht.
-rook. Zet de plant in een emmer of een pan die afgesloten kan worden. Blaas door een kiertje sigarettenrook, sluit alles hermetisch en laat het een uurtje staan. Herhaal na een dag of vijf de methode.
-artemisia absinthium (zie luizen)

Spint
Als de bladeren van de planten aan de achterkant een witte waas krijgen en ze langzaam geel kleuren dan is dat bijna altijd het werk van de spintmijt. Het is een miniscuul klein rood spinnetje dat een spinsel maakt aan de achterkant van het blad om daar een familieleven te beginnen. De plant heeft hier onder te lijden, want de beestjes zuigen aan de sappen.
-spuiten met water. Spint gedijt bij planten die in een droge lucht staan en soms ook op een te warme standplaats.
-brandnetelgier (zie luizen) en de bladeren met de pap bedekken of verdunnen met 1: 4 en spuiten. Een maal per week herhalen.
-zeepspiritus (zie schildluis)
-derris pyrethum vraag er naar in een speciaalzaak of vraag het anders op bij een bedrijf gespecialiseerd in biologische dynamische landbouw.

Bron: Greet Buchner en Fieke Hoogvelt, Milieuvriendelijk adviezen, De Driehoek, Amsterdam, z.j., 96 p. Bewerkt door Suzelot Karduks.

Naar het begin van "Beestjes en zo".

Het milieu.

Samengesteld 27 april 2004.
Gewijzigd op 19 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

KLIMAAT
De laatste jaren was het erg warm, niet alleen in ons land maar ook wereldwijd. Het afwijkende weer roept veel vragen op, zeker ook over wat dit betekent voor de 21e eeuw. Het klimaat verandert zowel van nature als door toedoen van de mens.De mens zal volgens de huidige inzichten over deze eeuw een stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde met 1,4 tot 5,8 graden veroorzaken. Wereldwijd gezien zal dit gepaard gaan met een neerslagtoename en een extra zeespiegelstijging van tussen de 9 cm en 88 cm. De klimaatverandering zal ook in Nederland steeds meer voelbaar worden.

Natuurlijke klimaatvariaties en klimaatveranderingen zijn van alle tijden. Zo hebben onder meer grote vulkaanuitbarstingen, El NiŮo's en variaties in zonneactiviteit invloed op de gemiddelde temperatuur op aarde. Tegenwoordig is het menselijk handelen een factor van toenemend belang.

De laatste eeuw zijn de concentraties van broeikasgassen, zoals CO2, in de atmosfeer sterk toegenomen door menselijke activiteiten. Dit heeft nu al invloed op de gemiddelde temperatuur op aarde. Die is in de afgelopen eeuw ruim een halve graad gestegen, de laatste decennia in versneld tempo.

Het klimaat van een plaats of gebied is het gemiddelde weer. Meestal wordt het gemiddelde genomen over enkele tientallen jaren van temperatuur, vocht, luchtdruk, wind, bewolking en neerslag. Daarnaast wordt gekeken naar dagelijkse en jaarlijkse variaties en hoe vaak extremen voorkomen, zoals hittegolven en zware regen met wateroverlast of overstromingen. Soms worden ook aanverwante grootheden tot het klimaat gerekend, zoals de chemische samenstelling van de atmosfeer en de temperatuur van de diepe oceaan. De grens is moeilijk te trekken; om het klimaat te kunnen begrijpen moeten we eigenlijk het hele systeem aarde begrijpen.
De laatste twintig jaar van de eeuw waren hier gemiddeld 0,7 graden warmer dan de eerste twee decennia. Vooral sinds 1987 was het opmerkelijk warm: vrijwel alle jaren daarna horen tot de warmste van de twintigste eeuw. De warmste jaren van de afgelopen honderd jaar in ons land waren 1990, 1999 en 2000, met gemiddeld 10,9 graden tegen 9,4 normaal. Voor een heel jaar is dat een enorme afwijking. Ook viel er in de tweede helft van de eeuw deels in samenhang met het warme weer meer neerslag. Bovendien stond 1998 helemaal in het teken van de regen en wateroverlast: met 1240 mm in De Bilt was 1998 het natste jaar sinds het begin van de metingen.

Sinds 1750 is de concentratie van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer met zo'n 30% toegenomen. Deze verandering is toe te schrijven aan de mens die fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas verbrandt. Ook de concentraties van andere broeikasgassen zijn onder invloed van de mens aanzienlijk toegenomen. De hoeveelheid methaan (CH4) is meer dan verdubbeld (145%), lachgas (N2O) is met 15% toegenomen en alle chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) zijn door mensen geproduceerd. Er zijn ook meer stofdeeltjes (aerosolen) in de atmosfeer gekomen. De concentratie van ozon (O3) in de onderste tien kilometer van de atmosfeer (de troposfeer) is verdubbeld. In de stratosfeer daarentegen, op hoogtes tussen 10 en 40 km, is de hoeveelheid ozon juist afgenomen. Deze afname wordt veroorzaakt door chloorverontreinigingen die vrijkomen uit bovengenoemde CFK's.

De aarde wordt verwarmd door de zon. Een deel van de zonnestraling wordt teruggekaatst; een ander deel wordt omgezet in warmte. Broeikasgassen zoals waterdamp en CO2 leggen een warme deken om de aarde: ze zorgen ervoor dat een deel van de warmtestraling van de grond wordt vastgehouden. Zonder dat warme-deken-effect zou de aarde veel kouder zijn. Wind en oceaanstromingen spelen een belangrijke rol bij de verdeling van de warmte over de aarde. Die warmtetransporten zorgen ervoor dat het temperatuurverschil tussen de tropen en de polen niet veel groter is dan waargenomen. De relatie tussen de atmosfeer, de oceaan, het landoppervlak, sneeuw en ijs, en de biosfeer (bomen, plankton, enz) is van groot belang.

De menselijke invloed: het versterkte broeikaseffect
Door industrie, ontbossing, verkeer, energieverbruik in het huishouden, landbouw en veeteelt brengt de mens extra broeikasgassen in de atmosfeer. CO2 is het belangrijkste broeikasgas. Niet alle CO2 die uitgestoten wordt, blijft in de atmosfeer. Ongeveer de helft wordt opgenomen door de oceaan en de biosfeer. Hoe en waar precies is nog onduidelijk. De extra CO2, die wel in de atmosfeer blijft, is herkenbaar afkomstig van fossiele brandstoffen. Andere broeikasgassen zijn methaan (CH4), lachgas (N2O), CFK's en ozon (O3, zie kader). Door de toename van de concentratie van broeikasgassen wordt het broeikaseffect van de dampkring versterkt. Dit versterkte broeikaseffect leidt tot een warmer klimaat en meer neerslag.

Maar ook aerosolen in de atmosfeer, bestaande uit zwevende druppeltjes en stofjes. Evenals vulkanisch stof kaatsen ze het zonlicht terug. Daardoor hebben ze een koelende werking. Op deze wijze maskeren ze de gevolgen van het versterkte broeikaseffect. Er zijn meer factoren die hier een rol in spelen. Maar de bovenstaande zijn veroorzaakt door de mens. Waarschijnlijk komt het merendeel van de opwarming op rekening van de mens. Recent onderzoek van het KNMI geeft aan dat de opmerkelijk warme periode aan het eind van de twintigste eeuw in Nederland deels samenhangt met de wereldwijde opwarming. Ongeveer de helft van de opwarming sinds de jaren '60 kan hiermee verklaard worden, de andere helft hangt samen met de grilligheid van het Nederlandse klimaat.

OZON
De opwarming van Nederland zet onverminderd door en loopt in grote lijnen in de pas met de wereldwijde klimaatverandering. De opwarming in ons land is bovendien versterkt doordat het vaker uit het zuidwesten waaide met name in de late winter en het vroege voorjaar. De wijzigingen in het windklimaat houden mogelijk verband met de door de mens veroorzaakte afbraak van de ozonlaag en versterking van het broeikaseffect.

De windrichting in ons land hangt samen met de ligging van hoge- en lagedrukgebieden. De drukgebieden maken deel uit van grootschalige patronen die aan schommelingen onderhevig zijn. Recent onderzoek laat zien dat er een samenhang bestaat tussen temperatuur en wind op grote hoogte (de zogenoemde stratosfeer waarin zich de ozonlaag bevindt) en de wind aan het aardoppervlak. Zo blijkt in de winter een relatief lage temperatuur in de ozonlaag boven de Noordpool, zoals de afgelopen jaren is gemeten, samen te gaan met een sterkere westenwind aan het aardoppervlak. In ons land leidt dat op leefniveau in de winter en in de lente tot hogere temperaturen. Hierin schuilt een deel van de verklaring voor het warmere klimaat dat we de laatste tientallen jaren beleven.

Voor het overige deel hangt het verloop van de Nederlandse temperatuur samen met verschijnselen die een wereldwijde invloed hebben: vulkaanuitbarstingen, zonneactiviteit, chaotische schommelingen en vanaf het midden van de 20e eeuw het door de mens versterkte broeikaseffect. De menselijke invloed is tegenwoordig de overheersende factor.

De afkoeling van de stratosfeer boven de Noordpool in de late winter en het vroege voorjaar, die opmerkelijk genoeg dus vermoedelijk bijdraagt aan de opwarming van de onderste luchtlagen boven Nederland, wordt veroorzaakt aan de afbraak van ozon en de toename van broeikasgassen door menselijke activiteiten. Uit het onderzoek blijkt dat vooral de late winters en vroege lentes in de tweede helft van de 20e eeuw aanmerkelijk warmer zijn geworden door veranderingen in de overheersende wind naar een meer zuidwestelijke richting.

Uit de meetgegevens van het KNMI blijkt dat de opwarming in ons land de afgelopen jaren onverminderd is doorgegaan. De toptien van de warmste jaren sinds 1901 bestaat volledig uit jaren vanaf 1989. De verhoogde temperaturen hebben gevolgen voor de natuur en de samenleving. Deels in samenhang met het warmere weer is ook de hoeveelheid neerslag toegenomen.

De komende decennia verwacht het KNMI nog grotere klimaatveranderingen: de invloed van de mens neemt toe waardoor in de loop van de 21e eeuw de wereldgemiddelde temperatuur verder stijgt met 1 tot 6 graden. Dat leidt tot meer en heviger neerslag en een zeespiegelstijging met 10 tot 90 cm. In Nederland heeft dat verstrekkende gevolgen voor met name de waterhuishouding.

Uit waarnemingen blijkt dat de hoeveelheid ozon en het klimaat significant zijn veranderd. De bijdrage van ozon aan het versterkte broeikaseffect wordt steeds belangrijker. Deze veranderingen vertonen een sterke samenhang. De interactie is echter zeer ingewikkeld en wordt slechts ten dele begrepen. Dat maakt voorspellingen over het herstel van de ozonlaag nog onzeker.
De mondiale jaargemiddelde ozonconcentratie in de troposfeer op leefniveau vanaf de prť-industriŽle tijd door menselijk handelen met meer dan 30% is toegenomen. Door de verwachte economische groei en bevolkingstoename zal deze ozonconcentratie verder toenemen. De verwachting is dat ozon in de tweede helft van deze eeuw na CO2 en waterdamp het belangrijkste broeikasgas zal zijn. Op grotere hoogte, waar zich de ozonlaag bevindt, wordt onder invloed van CFK's (chloorfluorkoolstoffen) juist ozon afgebroken. Door de wereldwijde productiestop van CFK's zal de ozonlaag herstellen. De verandering van het klimaat beÔnvloedt dat proces. De huidige modelberekeningen zijn echter onzeker en er bestaat geen consensus of de klimaatverandering het verwachte herstel van de ozonlaag vertraagt of versnelt.

Verder zijn er aanwijzingen dat de afbraak van de ozonlaag het weer op regionale schaal beÔnvloedt en daarmee een bijdrage levert aan het broeikaseffect. De toename van westenwinden samenhangen met de afbraak van de ozonlaag. Daarmee kan de helft van de temperatuurtoename in Nederland worden verklaard.
Ten slotte toont een combinatie van metingen en berekeningen aan dat de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) aan het aardoppervlak in de afgelopen 20 jaar met 6 tot 14% is toegenomen. Op sommige meetlocaties is vastgesteld dat de helft van deze toename het gevolg is van afbraak van de ozonlaag. UV is overwegend schadelijk voor de biosfeer (mensen, dieren en vegetatie) en is cruciaal voor de vorming van ozon in de troposfeer.

Het ozongat ontstaat sinds het begin van de jaren tachtig elk jaar boven het zuidpoolgebied in de periode augustus-september. Ruim de helft van de natuurlijke hoeveelheid ozon wordt dan in dit gebied afgebroken. Dit gebeurt door ozonafbrekende stoffen in de atmosfeer zoals CFK's (chloorfluorkoolstoffen), die vroeger werden toegepast in onder meer spuitbussen en koelkasten. De ozonafbraak gebeurt onder invloed van zonlicht en alleen als het zeer koud is. Vandaar dat het ozongat alleen onstaat boven het zuidpoolgebied, direct na de poolwinter als de zon weer opkomt. Ook buiten het zuidpoolgebied op de gematigde breedtes wordt overigens ozon afgebroken, maar via andere, langzamere reacties en dus minder sterk dan boven het zuidpoolgebied.

Door internationale afspraken is de productie van ozonafbrekende stoffen sterk afgenomen. Sinds enkele jaren neemt hierdoor ook de hoeveelheid ozonafbrekende stoffen in de atmosfeer langzaam af. Op dit moment is de afname echter nog te gering om het kleine ozongat van dit jaar te kunnen verklaren. De verklaring moet gezocht worden in de natuurlijke variaties in het weer van jaar op jaar die invloed hebben op de grootte en levensduur van het ozongat. Het ozongat wordt omringd door een gordel van sterke winden, die fungeren als een soort van wand die uitwisseling van lucht tussen binnen en buiten het ozongat verhindert. Als met het naderen van de lente/zomer de temperatuur in het zuidpoolgebied toeneemt en de winden hierdoor zwakker worden, hetgeen momenteel het geval is, mengt de ozonarme lucht binnen de gordel van winden met de ozonrijkere lucht daarbuiten en valt het ozongat uit elkaar.

KLIMAAT
Klimaatverandering door het versterkte broeikaseffect treedt volgens Sigmond niet alleen op nabij het aardoppervlak, maar ook op grotere hoogten. Het promotieonderzoek laat zien dat de veranderingen in de stratosfeer (de atmosferische laag tussen 15 en 50 km hoogte) in de winter leiden tot sterkere westenwinden in de onderste laag van de atmosfeer, de troposfeer. Hierdoor wordt meer relatief zachte oceaanlucht naar Europa getransporteerd. Veranderingen in het windklimaat in de troposfeer voornamelijk veroorzaakt worden door klimaatveranderingen in de stratosfeer.

De opwarming (van Nederland, noot SK) werd bovendien versterkt doordat het vaker uit het zuidwesten waaide, vooral in de late winter en het vroege voorjaar. Het promotieonderzoek bevestigt het vermoeden dat dit veranderde windklimaat voornamelijk wordt veroorzaakt door stratosferische klimaatveranderingen. De berekeningen laten bovendien zien dat het versterkte broeikaseffect leidt tot een sterkere circulatie in de stratosfeer, hetgeen het herstel van de ozonlaag vermoedelijk enigszins zal versnellen.

Het aantal dagen met veel neerslag (15 mm of meer) is in de vorige eeuw duidelijk toegenomen. Dat het in ons land en ook op veel andere plaatsen in West- en Noord-Europa natter is geworden en in Zuid-Europa juist droger meldden we (knmi) eerder al. Bijzonder is ook dat er geen veranderingen zijn gevonden in het aantal dagen met 0,3 mm of meer, waar de meeste regendagen in ons land aan voldoen.
In de regionale verdeling van de neerslag is nauwelijks enige verandering gekomen.

LUCHTVERVUILING EN NEERSLAG MONDIAAL
De lucht in het gebied van de Middellandse Zee is opvallend sterk vervuild. Dat blijkt uit een onderzoek van de luchtvervuiling in de zomer van 2001 tot op ongeveer 15 km hoogte boven het Middellandse Zeegebied, met metingen zowel vanaf de grond als vanuit vliegtuigen. Aan dit onderzoek, dat werd geleid door het Max Planck Instituut voor Chemie in Mainz, is ook meegewerkt door het KNMI. In het tijdschrift Science van 25 oktober 2002 wordt verslag gedaan van dit internationaal onderzoek. De lucht in het gebied van de Middellandse Zee is opvallend sterk vervuild. Dat blijkt uit een onderzoek van de luchtvervuiling in de zomer van 2001 tot op ongeveer 15 km hoogte boven het Middellandse Zeegebied, met metingen zowel vanaf de grond als vanuit vliegtuigen. Aan dit onderzoek, dat werd geleid door het Max Planck Instituut voor Chemie in Mainz, is ook meegewerkt door het KNMI. In het tijdschrift Science van 25 oktober 2002 wordt verslag gedaan van dit internationaal onderzoek.

De vervuiling is het sterkst in de onderste 4 km en is hier afkomstig uit West- en Oost Europa. De bronnen van vervuiling zijn industrie, verkeer, bosbranden, landbouw en huishoudelijke activiteiten. In het zonnige Middellandse Zeegebied leidt de vervuiling tot smogvorming, waarbij de lucht verder vervuild raakt met ozon en microscopisch kleine deeltjes (aŽrosolen). Boven 4 km hoogte werd de vervuiling vooral aangevoerd met de westenwind, vanuit Noord Amerika en zelfs vanuit AziŽ. De westenwind is buiten de tropen de overheersende wind. Op nog grotere hoogte, boven 8 km, werd de vervuiling juist vooral aangevoerd vanuit het oosten, vanuit Zuid AziŽ. Deze vervuiling volgde de overwegend oostenwind in de tropen en boog noordwaarts naar het Middellandse Zeegebied.
's Zomers is in het grootste deel van dit gebied nabij de grond de concentratie van het giftige ozon hoger dan de Europese norm. Daarnaast houden de aŽrosolen zonlicht tegen, waardoor er minder water verdampt, minder waterdamp wordt getransporteerd, met name richting Noord Afrika en het Midden Oosten, en in deze gebieden minder neerslag valt.

NATUURKALENDER
Wie de Enkhuizer Almanak raadpleegt vindt daarin als volksnaam voor de maand mei bloeimaand. Maar kijken we naar de lentes van de afgelopen zeventien jaar dan is het duidelijk dat april de maand mei van haar plaats als bloeimaand heeft verdrongen.
De lente van 2004 laat dit ook zien. Na de Paasdagen kregen we te maken met de vierde relatief warme periode sedert begin februari. De temperatuur steeg op veel plaatsen tot 20 of 21 graden. Dit leidde tot een uitzonderlijke versnelling van de ontwikkeling in de planten- en dierenwereld. Niet alleen planten beginnen eerder met uitlopen en bloeien. Trekvogels komen eerder terug. En kool en pimpelmezen leggen nu hun eieren tien dagen eerder (in vergelijking met vijftien jaar geleden). Ze kruipen dus ook tien dagen eerder uit het ei, jammergenoeg is de rupsenpiek van de wintervlinders- het belangrijkste voedsel van jonge mezen- dan grotendeels voorbij. Vogels die het van insecten moeten hebben en van ver komen (bijvoorbeeld bonte vliegenvangers die in Afrika overwinteren), beginnen direct met broeden, vliegen kruipen namelijk al rond. Een groter aantal bonte vliegenvangers is eenvoudigweg te laat.

De winters worden steeds zachter en de kans op een Elfstedentocht of een witte kerst wordt dus steeds kleiner. Door de zachte winters is de ijsvogelstand in Nederland de laatste jaren toegenomen; deze vogel is extreem gevoelig voor sneeuw en ijs. Als beken en vijvers te lang bevroren blijven kan hij geen vis- zijn hoofdvoedsel- meer vangen.
De nieuwe winters zijn niet alleen zacht, maar vooral heel nat en een nat pak daar koel je als dier pas echt van af. De poppen en larven zijn daarvoor veel vatbaarder voor schimmelinfecties.

Daarnaast blijkt dat bepaalde soorten in Nederland zich vestigen en andere die hier horen uitsterven. De tijgerspin of wel wespspin, komt uit het mediterane gebied en is sinds 1980 (Zuid Limburg bezig Nederland binnen te trekken (momenteel op de Veluwe).
Waterminnende soorten rukken op, koudeminnende soorten verdwijnen. Op onze eiken duiken tropische korstmossen op. Planten die we steeds vaker zien zijn: liefdesgras, naaldaar, amaranth, vetkruid, bezemkruiskruid en orchideeen. Sommige dagvlindersoorten staan echter op het punt van uitsterven. Wat vooral blijft leven zijn de soorten die niet zo kieskeurig zijn, zeldzame soorten worden nog zeldzamer. En omdat Nederlandse natuurgebieden zo versnippert zijn, is het lastig uitwijken naar een betere leefomgeving. Zuidelijke soorten libellen, sprinkhanen en spinnen rukken op, maar sporeplanten krijgen het door gebrek aan droge lucht moeilijker. Zij verplaatsen zich door de wind.

De oplossing een Ecologische Hoofdstructuur, een netwerk waarin grote en kleine natuurgebieden aan elkaar worden verbonden. Jammer dat provinciale besturen er niet in zijn geslaagd om deze verbindingen te maken. De Ecologische Hoofdstructuur krijgt nu een steuntje in de rug doordat Nederland ruimte voor de rivieren gaat maken. De rivieren zullen water moeten kunnen bergen en vasthouden zoals dat zo mooi heet. Het komt er op neer dat weilanden, uiterwaarden, geulen enzovoort meer water dan voorheen moeten kunnen opbergen. En daar profiteert de natuur van. Mits dit gepaard gaat met goede waterkwaliteit en met natuurlijke schommelingen in de waterstand (i.c. hoog water in de winter, laag water in de zomer). Momenteel is het andersom ten behoeve van de landbouw. Deze wil 's winters zo snel mogelijk de ondergelopen weilanden droog want dan kan het in het voorjaar direct weer in gebruik worden genomen. Maar in de zomer is irrigatie van de gewassen noodzakelijk. Een oplossing volgens Natuurmonumenten is door water in de bovenstroomse gebieden van rivieren vast te houden in beken en rivieren en dat water in de vorm van kwelwater (het water zakt de grond in en komt er op een andere plek weer uit, vanwege hoogteverschillen in grondwaterpeil) terug te laten vloeien.

In een onlangs uitgekomen rapport van het Pentagon wordt een klimaatscenario beschreven, waarbij Nederland in 2007 deels onbewoonbaar zou worden. Als concreet voorbeeld wordt genoemd hoe Den Haag in dat jaar na een zware storm en vloedgolven verzwolgen wordt door de zee. Maar hoe realistisch is zo'n scenario eigenlijk?
Het scenario is gebaseerd op de gedachte dat de warme golfstroom die we nu kennen en die ons weerpatroon bepaald ineens wegvalt. Dit is achtduizend jaar geleden eens gebeurt met catastrolfale gevolgen. De temperatuur daalde enkele graden op het noordelijk halfrond, op het zuidelijk halfrond steeg de temperatuur juist. De neerslag veranderde in patroon en dat gaf aanhoudende droogte in het oostenlijke gedeelte van de van de Verenigde Staten en Europa. De winterstormen werden intenstiever en de dat gold ook voor de westenwind boven de oceaen van het noordelijk halfrond (vochtige wind). Dit gebeurde door een zeer abrupte verzwakking van de warme golfstroom en houdt verband met de grootschalige oceaancirculatie. IPCC (Intergovernmental Panel on Climate Change, 2001) bestaat de kans dat de komende eeuw de temperatuur tussen de 1.4 en de 5.8 graden zal stijgen. Het klimaat zal daar zeker op reageren. Denk aan overstromingen, een hogere zeespiegel en meer neerslag. Zo extreem als de toekomst wordt geschetst in het rapport van het Pentagon zal het waarschijnlijk niet worden.

WATERHUISHOUDING
Het afvoergedrag van de Rijn zal in de loop van de komende decennia meer extremen gaan vertonen: enerzijds zullen piekafvoeren hoger worden, anderzijds zullen perioden met zeer laag water vaker en langduriger optreden.
In de komende decennia zal steeds meer ruimte in het winterbed van de Rijntakken nodig zijn. Hiermee moet rekening worden gehouden bij de ruimtelijke inrichting van Nederland.
De binnenvaart zal geleidelijk meer hinder ondervinden van een toename van laagwaterperioden. Omdat het lang duurt voordat ingrijpende maatregelen als wijzigingen in de infrastructuur doorwerken is het nuttig nu al te verkennen of en hoe de binnenvaart afvoerveranderingen op kan vangen.
De huidige streefpeilen van het IJsselmeer zijn bij zeespiegelstijging, gecombineerd met bodemdaling in de polders, niet meer te handhaven zonder aanpassing van het peilbeheer of spuicapaciteit.
De bodemdaling heeft gemiddeld genomen veel minder effect op de waterhuishouding dan een verandering van klimaat. Op plaatsen met grote bodemdaling, zoals in Noord Nederland, Flevoland en het Groene Hart zijn de gevolgen echter wel groot.
In het algemeen leidt klimaatverandering tot een stijging van de grondwaterstanden en lagergelegen polders zullen in toenemende mate met wateroverlast te maken krijgen. Dit leidt tot een toename van de natschade voor de landbouw.
Natuur zal over het algemeen profiteren van de nattere condities en de toename van kwel. De gevolgen van klimaatverandering op verdamping door vegetatie zijn onzeker, omdat niet duidelijk is hoe deze op een toegenomen CO2 concentratie zal reageren.

GEZONDHEID
Klimaatverandering en afbraak van de ozonlaag zullen direct en indirect van invloed zijn op de menselijke gezondheid. Over het algemeen zijn de te verwachten effecten negatief.
Bij een warmer en vochtiger klimaat zullen pollensoorten (verantwoordelijk voor hooikoorts) en huismijten beter gedijen. Die leiden net als de toename van (zomer)smog tot een stijging van luchtwegziekten. Ook zullen in Nederland de omstandigheden steeds gunstiger worden voor organismen die ziekten overbrengen, zoals de malariamug en de teek (de ziekte van Lyme). Verder zal het aantal gevallen van hittestress als gevolg van hittegolven toenemen. In ontwikkelingslanden zullen de effecten echter vele malen groter zijn. Hogere temperaturen bevorderen de groei van ziektekiemen en de verspreiding ervan door insecten en via besmet water. Infectieziekten als malaria en dengue (knokkelkoorts) kunnen zich uitbreiden naar streken waar de bevolking er niet eerder mee in aanraking is geweest en dus geen immuniteit heeft opgebouwd. De Afrikaanse hooglanden zijn het meest kwetsbaar voor een verandering in de verspreiding van malaria.
Temperatuur, zonneschijn, luchtvochtigheid en stilstaand water beÔnvloeden het ontstaan en de verspreiding van infectieziekten en epidemieŽn. Een warmer en vochtiger klimaat bevordert het voorkomen en de verspreiding van parasieten, bacteriŽn en andere ziekteverwekkers door insecten en via water.

Andere mogelijke effecten van klimaatverandering zijn een toename in hittegevoelige ziekten en sterfte (dit zijn met name hart- en vaatziekten en longziekten) en ondervoeding en uitdroging door een verminderde voedsel- en watervoorziening. Een toename van de blootstelling aan UV-straling - een gevolg van de aantasting van de ozonlaag - kan leiden tot een stijging van het aantal mensen met huidkanker en grauwe staar. Ook kan door een verhoogde UV-belasting de afweer tegen infectieziekten afnemen; gerekend wordt er op meer gevallen van hittestress, meer luchtwegaandoeningen en andere hittegerelateerde ziekten en sterfte en een toenemend risico op de verspreiding van malaria (en andere infectieziekten).

Met name in grote stedelijke gebieden neemt tijdens perioden met extreem hoge temperaturen de kans op overlijden aan hart- en vaatziekten en ziekten van de luchtwegen toe. Indien het aantal hittegolven stijgt in een warmere wereld zal dus ook de sterfte toenemen. Ook zeer lage temperaturen zijn riskant: hierdoor sterven ook in de koude wintermaanden meer mensen dan gemiddeld aan hart- en luchtwegziekten. Onderzoek naar het effect van een geleidelijke toename van de temperatuur laat dan ook zien dat in gebieden met een koud of gematigd klimaat een afname van sterfte aan hart- en vaatziekten in de winter te verwachten is als het klimaat wereldwijd verandert.

In de tropische hooglanden in Afrika komt op dit moment nauwelijks malaria voor, omdat het daar net te koud is voor de ontwikkeling van de malariaparasiet. De hoogte waarboven malaria niet meer voorkomt verschilt per regio. Een kleine temperatuurstijging is voldoende om grote delen van deze hooglanden wel geschikt te maken voor malaria. Extra probleem is dat de bevolking van de hooglanden geen immuniteit heeft opgebouwd tegen malaria.

Door het toenemend reis- en zakenverkeer stijgt het aantal mensen dat malaria en andere infectieziekten vanuit het buitenland naar Nederland importeert. Dit vergroot de kans op het uitbreken van een epidemie, hoewel de kans dat malaria zich opnieuw in Nederland zal voordoen uiterst klein blijft.

---------------------------------------------------------------------------------------- Bronnen Klimaat

GEZONDHEID
Factsheet nummer 3 gebaseerd op project: Programming Study: Impacts of Global Atmospheric and Climate Change on Public Health and on the Health Care System in the Netherlands, Projectleider: dr. Pim Martens (ICIS)
Eindrapport: Vulnerability of Human Population Health to Climate Change: state-of-knowledge and future research directions (1996), te bestellen bij het Programma Bureau NOP onder nr. 410200004 bron: knmi.nl

KLIMAATSVERANDERING
bron knmi.nl *Klimaat en klimaatveranderingen
De belangrijkste feiten op een rij
*Wordt het Pentagon klimaatscenario realiteit? door Rob van Dorland, KNMI

LUCHTVERVUILING
*Persbericht 25 oktober 2002 Opmerkelijke resultaten internationaal onderzoek naar luchtvervuiling Middellands zeegebied verzamelpunt wereldwijde luchtvervuiling, Met dank aan Peter Siegmund, klimaatonderzoeker KNMI, bron knmi.nl

NATUURKALENDER
*April bloeimaand in plaats van mei., Baltus Zwart, oud-medewerker KNMI*,(knmi.nl/Index lente/ natuurkalender/ lente tegenwoordig vaak eerder)*Baltus Zwart is oud-meteoroloog KNMI en bioloog *D. de Vos, Klimaat onder vuur, Vereniging Natuurmonumenten, Natuurbehoud, 34e jaargang, februari 2003
*H. Siebel, Het wordt warmer, maar vooral veel natter, Vereniging Natuurmonumenten, Natuurbehoud, 34e jaargang, februari 2003

OZON *Nederland nog warmer, Afbraak ozonlaag mogelijk oorzaak verandering windklimaat (Nieuwsoverzicht/ nieuw klimaatrapport integraal/ toespraken) bron knmi.nl
*Het rapport "De toestand van het klimaat in Nederland 2003" vindt u integraal op www.knmi.nl. Exemplaren van het rapport kunt u aanvragen bij de bibliotheek van het KNMI via e-mail (bibliotheek@knmi.nl). In het Weer! magazine van juni/juli 2003 vindt u een uitvoerig artikel over het nieuwe klimaatrapport geschreven door KNMI-onderzoeker Geert Jan van Oldenborgh.
*Grotere invloed ozon op broeikaseffect,Voorspellingen ozonlaag nog onzeker Larger impact ozone on greenhouse effect
*WMO bevestigt breuk ozongat Zuidpool
*Zachtere winters door klimaatveranderingen in hogere luchtlagen
Nederlandstalige samenvatting proefschrift "On the coupling between the stratosphere and the troposphere" van Michael Sigmond, TU/e
*8 november 2002 Meer dagen met veel regen, klimaatonderzoek stagiair Wageningen Universiteit, Andy Bruin van de vakgroep meteorologie en luchtkwaliteit van Wageningen Universiteit.
"Veranderingen in neerslagstatistieken in Nederland gedurende de periode 1901-2000"

WATERHUISHOUDING
*De invloed van klimaatverandering op de Rijn en de gevolgen ervan voor het waterbeheer in Nederland
bron knmi.nl

Naar het begin van Het milieu.

De oudheid.

Samengesteld 23 mei 2004.
Gewijzigd op 19 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Er zijn nog een aantal klassiekers die vroeger veel gebruikt werden. Om het zoeken te vergemakkelijken heb ik hieronder de namen van schrijvers en eventuele titels van boeken opgenomen. Van een aantal auteurs zijn gegevens opgenomen van andere auteurs weet ik enkel de naam. Voor zover mogelijk staan de gegevens chronologisch in de tijd.

Romeinen/ Grieken
In de tijd van de Romeinen was het gebruik van kruiden al een serieuze aangelegenheid en ook de Grieken maakten er veel gebruik van. Wat namen uit die tijd: Horratius (Romein), Sappho (600 voor Christus), Chrysippus, Mizaldus, Plutarchus (Griek), Theocritus.

Engelsen
John Gerard, had zijn beroemde tuin in Holborn, in de buurt van de rivier de Fleet, waar hij meer dan 1000 soorten planten in zijn tuin kweekte. Harrison een dominee, berichtte uit de nieuwe wereld. Nog wat namen: Swan, Speculum Mundi; Coles; Joseph Cooper, de kok van Koning Karel I, Recepten Boek; Sir Thomas Moore; Chaucer ten tijde van Edward III in Engeland.

Nederland
Thomas Tusser, Vijfhonderd Raadgevingen voor een goed huishoudelijk Beheer; Vergillius; Stevens, Maison Rustique (van deze laatste weet ik niet exact de nationaliteit).

Overig
Hilarius is de Franse geneesheer die bekend wordt. En van het boek Banckes Herba is de schrijver onbekend.

Schrijvers chronologisch

Hippocrates, 4600 v.C.
Hippocrates , beroemde Griekse arts, geb. 459 v. Chr. Zijn medisch-botanische werken vat men samen onder de naam Corpus Hippocraticum. Van hem is afkomstig de artseneed die nog steeds aan de geneesheer ten voorbeeld wordt gehouden.

Theophrastus, 325 v. C.
Theophrastus leefde tussen 371 en 286 v. Chr. Hjj was leerling van Aristoteles die ook wel een botanisch werk heeft geschreven, dat echter verloren 15 gegaan. Theophrastus heeft daardoor het oudste Griekse geschrift over plantkunde op zijn naam staan (De historia plantarum ).

Eupator Mithridates VI,
Toxicoloog en koning van Pontus leefde tussen120- 63 v. Chr. Hij experimenteerde zolang dat hij immuun werd. Toen hij Romeins gebied geannexeerd had en drie oorlogen veroorzaakt zichzelf wilde vergiftigen lukte dit niet en moest hij een slaaf vragen hem dood te steken. Hij had een hofarts Krataus genaamd.

Krataus, 100 v.C.
Krataus was hofarts van Mithridates VI, Eupator (Koning] van Pontius (120-63 v,C.] en een kruidkundige Toen Plinius over het werk van Krataus schreef doelde hij op manuscripten die hij vermoedelijk zelf goed kende, maar geen daarvan is bewaard gebleven. Men mag : echter aannemen dat de tekeningen van Krataus, de vader van de botanische illustratie, zij het langzaam maar zeker door het voortdurende de kopiŽren kwaliteit verminderend, gedeeltelijk bewaard gebleven, daarvan zijn in de talloze manuscripten en gedrukte kruidhoeken uit de zesde eeuw en later, terwijl fragmenten van zijn teksten in de boeken van latere schrijvers, en speciaal die van Dioscorides, verwerkt zijn.

Aurus Cornelius Celcus, 25 v. C
Hij schreef een encyclopedisch werk "Artes" over landbouw, geneeskunde, krijgswetenschap en rechtswetenschappen. Alleen de boeken 6 en 8 zijn bewaard gebleven em hebben onder de naam de re medica libri octo tot in de 18 de eeuw het medisch denken beinvloed. Vooral boek 5 is voor de farmacie van belang

Dioscorides, 50
Dioscorides, Griekse botanicus, leefde om het midden van de eerste eeuw onzer jaartelling. Zijn boek heet De materia medica libri quinquei. Over geneeskundlge zaken (kruiden) in vjjf hoeken.(Van een Weens handschrift, dat deze wetenschap gedeeltelijk heeft overgeleverd bracht de uitgever Sijthof te Leiden een schitterende reproductie (1906).) De Materia Medica was de grondslag van elk medicijn in West Europa was tot na de 16e eeuw tot het werk van Harvey en zijn tijdgenoten het werk van Galenus, een briljante Griekse heelmeester die van 130 tot 200 leefde, verdrongen.

Plinius, 50
Plinius , Romein, schreef Omstreeks 50 n. Chr. een Natuurlijke historie in 37 boeken, bevattende meer dan 2000 publicaties van ongeveer 100 schrijvers. Hij heeft ook een kruidenboek geschreven, dat verloren ging. Het was voorzien van gekleurde afbeeldingen, die als tekeningen herhaaldelijk zijn gecopieerd zodat daar nu nog een en ander van over is.

Galenus, 160
Galenus, geboren 131 n. Chr in Pergamos (Klein- AziŽ ) was de stichter van de polypharmacie, dit is de, bereiding van geneesmiddelen uit vele grondstoffen en de therapeutische toepassing daarvan.
Naar hem werden de Galenische preparaten genoemd de pharmaceutische producten uit plantaardige en dierlijke grondstoffen bereid. Hier tegenover staan de chemische preparaten.

Isodorus van Sevilla, 600
Ook wel genoemd Isodorus Hispalensis. Hij was een Spaanse bisschop en leefde van 560 636. Hij schreef een groot encyclopedisch woordenboek onder de titel Etymologiae. Hierin is een boek gewijd aan de medisch-pharmaceutische botanische termen. Zeer verbreid was dit werk, elke kloosterbliotheek bezat een exemplaar.

Rhazes, 900
Rhazes. (865-932) Voor de farmacie zijn van belang zijn beschrijvingen van de apparatuur. Hij beveelt soms chemische preparaten aan en verspreidde het gebruik van kwikzalf tegen huidziekten. Zijn voornaamste werk was zijn Liber medicinalis Almansoris (aan de de prins Mansoer opgedragen). Dit boek was zeer populair en heeft tot de 17 de eeuw als handboek dienst gedaan

Askham, Kruidenboek, 10e eeuw.

Avicenna, 1000
Avicenna (980-1037)zijn naam Ibn Sina, de zoon van Sina. Hij was een Pers. Hij was behalve geneesheer, filosoof, dichter en diplomaat. Hij kreeg de naam Prins der Arabische geneeskunde, Hij was een wonderkind en werd een wondermens. Avicenna werd geboren te Boekhara (PerziŽ). Op tienjarige leeftijd reciteerde hij de Koran (78.000 woorden) van buiten..op 16-jarige leeftijd interesseerde hij zich voor de geneeskunde, die hij bestudeerde. Op 21-jarige leeftijd begon hij zelf te schrijven. De Canon Medicinae van Avicenna is een encyklopedie, die door zijn systemarische schik king en zijn filosofische grondslag een boek van alle tijden is geworden. Iets nieuws heeft hij niet geschreven, het zijn de theorieŽn van Hippokrates, Aristoreles, Dioskorides, Galenos, maar herschikt door een subtiele geest. Zijn boek is veel bruikbaarder dan de boeken van Galenos , omdat het nog logischer aaneensluit en bij geen theologie aan- leunt. Avicenna hakte al het overtollige weg en liet alleen het essentiŽle, echte over.

Platearius, 1150
Platearius, dat betekent : Van der Straten. Dit was een Salernitaans medicus uit de 12 de eeuw. Hij heeft een beroemd geworden werk over geneeskruiden geschreven. Dat werk wordt meestal aangeduid met de beginwoorden van de proloog: Circa Instans. Het is de voorloper van vele gedrukte kruidenboeken

Mattheus Sylvaticus, 1350
Mattheus Sylvaticus, encyclopedist uit de 14 de eeuw. Hij schreef een geneeskundig woordenboek onder de titel Clavis sanationis

Hildegard van Bingen, 1125
Hildegard, leefde van 1098-1179, was abdis van het klooster St. Ruprechtsberg bij Bingen. Daarom wordt ze meestal genoemd Hildegard van Bingen . Zij schreef natuurwetenschappelijke werken, waaronder een zogenaamde Physica; een kruidenboek is van haar hand. De taal was half Latijn, half Duits, zodat men in haar werk wel het begin van een Duitse plant- en dierkunde wil zien. In ieder geval behoren haar Duitse plantennamen tot de oudst bekende. Ze was overigens een universele geleerde. Ook filosofie, muziek en nog veel meer richtingen waren haar specialiteiten.

Thomas van Cantimpre, 1220
Thomas van Cantimpre, ook wel genoemd Thomas Brabantinus. Hij werd rond 1201 in de buurt van Brussel geboren. In 1232 werd hij dominicaan, en was leerling van o.a Albertus Magnus. Hij stierf in 1271 in Leuven. Zijn natuurwetenschappelijk werk De Naturis Rerum (van de zaken der natuur) stelde hij samen in 15 jaar. Het werk behoorde tot de meest gelezen schoolboeken in de Middeleeuwen (zie verder bij Maerlant)

Richard Angelicus, 1220
Richard Angelicus ,ofwel Richard Engelsman. Hij was vanaf 1227 lijfarts van Paus Gregorius de IX. Hij stierf in 1252. Zijn hoofdwerk draagt de naam Micrologus.

Albertus Magnus, 1240
Albertus de grote. van Keulen (1200-1280). Hij was dominicaan. Hij was een encyclopedische geest en het is dan ook niets bijzonders dat hij astrologie en alchemie heeft gestudeerd. Hij was een groot kenner van Aristoteles en zijn theorieen. Zijn werken beslaan 21 delen in folioformaat

Broeder Thomas, 1300
Broeder Thomas, vermoedelijk een Franciscaner monnik op wiens naam een met het jaar 1300 gedateerd handschrift staat, dat berust in de universiteits-bibliotheek van Utrecht. Het is voor de geschiedenis van de Nederlandse pharmacie een van allerbelangrijkste bronnen. Men weet van de auteur verder nog steeds niets.

Jacob van Maerlant, 1222
Jacob van Maerland is onze grote midden-nederlandse dichter. Hij is omstreeks 1222 geboren te Houthave in Belgie.. Hij gaat later naar Damme. Hier schreef hij omstreeks 1270 "Der Naturen Bloeme" een berijmde vertaling van Thomas van Cantimpre's "De Rerum Novarum". Speciaal boek X behandelt de geneeskrachtige gewassen

Megenberg, 1350
Megenberg (Konrad van) Was een populariserend schrijver wiens Buch der Natur de eerste Duitse Natuurlijke Historie wordt genoemd Ook dit hoek steunt geheel op Thomas van Cantimpre's werk. Megenberg leefde van 1309 tot 13?4,

Hieronymus,1490
Brunschwygk ofwel Hieronymus, leefde van 1450 tot 1534. Schreef een beroemd werk over destilleerkunst, Liber de arte de destlilandi dat gelijktijdig veel wetenswaardigs voor zijn tijd bevatten over geneeskruiden. De eerste druk dateert van 1500.

Otto Brunsfels,1520
Otto Brunsfels geb. in Mainz omstreeks 1490. Behaalde in 1552 de doctorgraad in Bazel, ging 1533 naar Bern als stadsgeneesheer, Hij had toen reeds zijn kruidenboek geschreven nl. in 1530, onder de titel Herbarum Vivae Eicones. Een Duitse vertaling volgde in 1532 en 1537 onder de naam Contrafeyt Kreuterbuch,

Hieronymus Bock,1525
Hieronymus Bock geboren in 1498 te Heiderhach, studeerde theologie en geneeskunde, Hij stierf in 1554, Zijn knuidenboek verscheen in 1559 onder de titel Kreuterbuch darin Unterscheid, Wuirckung und Namen der Kreuter

Greens, Universal Herbal 1532

Paracelsus, 1530
Paracelsus een man uit de 16e eeuw met revolutionaire ideeen over medicijnen. Tegen het jaar 1530 begon de Europese houding ten opzichte van de gezondheidszorg radicaal te verandeteu, dauk zij Paracelsus, die in 1493 als PhiIippus Theophrastus Bombastus von Hohenheim in de buurt van Zurich geboren werd. Hij was zowel arts als alchemist, en stond erop zijn lessen in het Duits te geven en niet in het Latijn, zoals gebruikelijk was. Hij beschouwde de meeste apothekers en artsen als onbetrouwbare samenzweerders die alleen maar op geld uit waren; hij veroordeelde de ingewikkelde en vaak dodelijke braak- en purgeer- middelen die zij voorschreven en drong aan op het gebruik van eenvoudiger geneesmiddelen die geinspireerd waren op de Signatuurleer.

Leonhardt Fuchs, 1540
Leonhardt Fuchs Geboren in 1501 in Membodingen, voltooide zijn studie en richtte iets op. In 1519 ging hij weer studeren (universiteit in Ingolstadt). In 1524 werd hij doctor in de geneeskunde, 1526 professor te Ingolstadt. In 1566 stierf hij te Tuibingen. Zijn grote werk ove r kruiden draagt de titel De historia stirpium etc. Van de geschiedenis der kruiden. Het werk verscheen in 1542, de Duitse uitgave in 1543 als New Kreuterbuch. Het heeft 560 prachtige folio houtsneden.

Matthiolus, 1545
Matthiolus (Petrus Andreas), in 1501 te Siena geboren, studeerde in Padua geneeskunde, werd lijfarts van aartshertog Ferdinand , later van Keizer Maximiliaan. Hij stierf in 1577 aan de pest. Zijn kruiden boek heet New Krauterbuch (1562) of Kreuterbucb (1590). Het werk beleefde een enorme oplage.

William Turner, Kruidenboek, 1551
William Bullein, Book of Simples, 1562

Dodoneus,1580
Dodoens (Dodoneus), Rembertus, Remhert Doedesz Joenckema. om volledig te zijin. Rembert is dus de zoon van Dodo of Doede Joenckema. Deze grote Nederlandse botanicus werd waarschijnlijk in 1517 te Mechelen geboren. Hij studeerde geneeskunde te Leuven, werd in 1548 stadsarts te Mechelen, was tussen 1574 en 1579 lijfarts van Maximiliaan II en van Rudolf II. In 1582 werd hij hoogleraar te Leiden. In 1554 verscheen zjjn wereldberoemd geworden Cruydtboeck, een klein-folio werk van 818 blz., met beschrijving van 1066 planten, bevattende 715 afbeeldingen.(Toen in 1608 te Leiden er nog een uitgave van verscheen was het werk uitgegroeid tot 1495 blz. De laatste, 4de druk is in 1644 verschenen.). In 1578 breng hij nog een werk uit.

John Ray, 17e eeuwse beroemde plantkundige

Nicholas Culpeper (1616-1654).
Hij haalde zich de woede van het pas ingestelde College van Geneesheren op de hals door hun Pharmacopoeia in het Engels te vertalen, zodat gewone mensen de gemeeskrachtige kruiden langs de weg konden gaan zoeken en niet meer de veel te hoge rekeningen van de apotheker hoefden te betalen. Deze man nam in zijn boek congruenties met planeten op en maanstanden op. In 1630 verschijnt er iets van zijn hand.

Parkinson
Nog een apotheker was Parkinson, namelijk de apotheker van Jacobus I, hij schreef verschillende de boeken waaronder Paradisi in Sole Paradisus terrestris 1629, Earthly paradise 1656, Garden of Pleasure.

Lemery Nicolaas, 1650
Lťmery (Nicolaas), geboren te Rouaan in 1645, werd apotheker des Konings, 'Apoticaire du Roy' (nl. van Lodewijk XIV).Hij was voornamelijk chemicus en schrijver van een belangrijk pharmakognostisch werk: Dictionnaire ou Trai unmiversel des drogues simples mls en ordre alphabťitique (1698), waarvan ook Nederlandse edities bestaan onder de titel Woordenboek der enkele Droogerijen.

Fuller, Anthologie, 1655

John Evelyns, Acetaria 1680, een boek over zure gerechten op welk gebied hij een autoriteit was. Hij was dagboekschrijver en liefhebber van salades en in 1720 verschijnt er nog iets van zijn hand

Langhams garden of health 1683
Herrick; recepten van de chefkok van Jacobus II;

Herman Boerhaave ,1700
Herman Boerhaave,1668-1738, groot Nederlands geleerde. Was te Leiden hoogleraar in de geneeskunde, plantkunde en scheikunde. Toen hij op 23 September 1738 te Leiden stierf treurde heel Europa. om hem in de overtuiging, dat de grootste geneeskundige en onderzoeker van zijn tijd was heengegaan.

Oskamp C.L., 1800
Oskamp , C. L., Doctor in de geneeskunde en Wijsbegeerte liet tussen 1795 en 1800 verschijnen Afbeeldingen der Artseny-Gewassen met derzelver Nederduitsche en Latynsche Beschryving, in 6 delen.

Broeder Aloysius, 1890
Broeder Aloysius (Eduard Vrijens), in 1854 ge boren, was leerling van Kneipp. Als Lid van de congregatied der Broeders van de H. Jozef te Heerlenl schreef hij zijn populair geworden Troost der Zieken waarvan nog in 1945 een nieuwe druk verscheen (ook daarna nog in 1983)

Madaus 1920
Madaus (Gerhard), geboren in l890, overleden in 1942, medicus, stichter van de fabriek voor homoeopathische en natuurgeneeskundige producten (Teeps, Oligoplexen enzovoorts) te Radebeul, thans (ook) te Keulen. Hij schreef een standaardwerk over biologische geneesmiddelen, Lehrbuch der biologische Heilmittel, in drie delen 1938.

Alfred Vogel, 1970
Alfred Vogel. Zwitsers schrijver en onderzoeker van geneeskruiden. Richtte een eigen firma op. Vele werken overh et gebruik van homeopathische- en kruidengeneesmiddeln zijn van zijn hand. Als belangrijkste werk mag wel gelden "De kleine Dokter". Dit is over de hele wereld uitgeegeven in diverse talen

Tekst is gedeeltelijk overgenomen van de site van Albert Luttikhuis, met dank voor de toestemming. Bron: www.luttikhuis-a.myweb.nl en Audrey Wynne Hatfield, Kleine kruidenencyclopedie, 3e dr., Hollandia, Baarn, 1977; Oorspronkelijke titel Pleasures of herbs, Vertaling: H. C. E. de Wit-Boonacher, 198 p.

Naar het begin van De oudheid.

Links en boeken.

Samengesteld 20 april 2004, bijgewerkt 24 april 2004 resp. samengesteld 27 april 2004.
Gewijzigd op 16 november 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.

Leuke links
Mocht je verder willen lezen dan is er op het internet een schat aan informatie. Hieronder een selectie. Ik heb ondertussen zoveel leuke links gevonden dat er een woud ontstaat. Daarom is gekozen voor een knoppensysteem, dat wijst zichzelf wel. Kijk ook even onder het kopje Overig. Dit is een cluster met een allegaartje. Misschien zit er iets voor je tussen. De Basis dat zijn de linksn naar sites die ik voor het schrijven van deze stukken veel heb gebruikt. Let wel: wat ik een goede site vind hoef jij nog niet te vinden. Struin gerust verder op het web.

Basis
http://www.natuurlijkerwijs.com
De tuinen van Dokter Vogel in Elburg. Hoe herken je kruiden, gebruik je ze en hoe verwerk je ze?
http://www.liberherbarum.com
http://www.annetanne.be
http://www.users.skynet.be/hofmeester/kruiden
Wilfried van Hecke, redacteur van een tuindersblad. Dit tuindersblad De Hofmeester wordt verzorgt door docenten uit het tuinonderwijs.
http://www.plantaardigheden.nl
Een grote database vol wetenswaardigheden. Zo zijn er gedeelten met oude kruidenboeken, toverplanten, ehbo, en volksnamen voor planten Een site die is verbonden aan de Kruidenhoeve en wordt verzorgt door vrijwilligers. Vind je de gezochte informatie niet kijk dan bij aanvulllende informatie. De het overzicht www.kruiden.pagina.nl wordt door hen verzorgt.

Kijk ook eens bij
http://www.tuinkrant.com/plantengids/kruiden
http://web.odu.edu/webroot/instr/sci/ plant
Deze site gaat in op planten uit de Bijbel.
http://www.ecoflora.be
Dit is een kwekerij die gegevens over kruiden online zet.
http://www.bio.uu.nl/herba/cade
Deze site is gemaakt door de universiteit van Utrecht en gaat in op het werk van Cade. Een werk dat in 1566 verscheen.
http://wildeplanten.web100.com
http://www.kruidjegezond.nl

Namen
http://www.swsbm.com/homepage/namenindex
Hier kun je namen zoeken.
http://www.plantennamen.nl

Foto's
http://www.albion.edu/newplants/gallery
htttp://nafoka.de/flora
http://www.ausgabe.natur.lexikon
http://www.flogaus.fdest.de

Bedreigde plantensoorten in Nederland
http://home.zonnet.nl/bert-blok

Overig
http://www.knnv.nl
http://florion.nl
http://zoeken.bibliotheek.nl
http://www.kulak.ac.be/bioweb Deze site is verbonden aan de universiteit van Luik in Belgie
http://www.trq.nl/school/herbarium
http://www.floraweb.de/datenservice
Een Duitse site met een database.
Digitaal herbarium via kruiden.pagina.nl

Aanvullende informatie http://www.luttikhuis-a.myweb.nl
Een docent in ruste die veel informatie heeft over kruiden, verwerking, vindplaats en boeken.
http://www.naturalark.com
Een engelse site met een encyclopedie van alle kruiden en planten
http://www.argo.be/scholen/geonatuur/kruiden
Kennis en kunde van een agrarische school in Belgie

Overnachting en hulp voor tuinders in de stad
http://www.kruidenhoeve.nl
Een boerderij met een grote tuin, overnachtingsmogelijkheden en heel veel mooie plaatjes......
http://www.neerlandstuin.nl
Een hulp voor startende tuinierders, met name de mensen in de stad. Er is een gedeelte met de eetbare tuin.

Struinen op het net
http://www.kruiden.pagina.nl
Overzichtspagina op het gebied van kruiden. Een leuk begin om eens te grasduinen.

Bedrijfsinformatie
http://www.vogel.nl
Consumentinformatie over de Dr. Vogelproducten.
http://www.indros.nl
Kruidengroothandel, bevoorraad drogisten, apothekers, reform- en natuurvoedingszaken
http://www.heidak.nl
Kruidengroothandel, bevoorraad drogisten, apothekers, reform- en natuurvoedingszaken
http://www.weleda.nl
Weleda een groothandel met de nadruk op massage, baby en kind, geneesmiddelen. Op deze site is een klachtenregister waarop gezocht kan worden naar meer informatie.
http://www.vsm.nl
VSM Voorhoeve Schwabe Merkengeneesmiddelen. De twee apothekers die gingen samenwerken. Momenteel staat er een fabriek met productietuin in Alkmaar. Homeopathie, fythotherapie (plantaardige geneesmiddelen) en geneesmiddelen

Zadenhandel
http://www.bolster.nl
Biologisch dynamische zaadteeltbedrijf
http://www.nationaleproeftuin.nl
Zadenruil

Geschikte boeken

Over kruiden is er veel gepubliceerd (al een paar eeuwen) en er worden nog steeds nieuwe boeken uitgegeven of boeken in herdruk genomen. Hieronder een selectie van de boeken die mij aanspreken. Er zijn er zeker meer. Grasduinen loont de moeite.

Caroline Foley, Jill Nice & Marcus A. Webb, De nieuwe kruidenbijbel, Zelf kruiden kweken en toepassen, Librero, Kerkdriel, 2002, Oorspronkelijke titel New Herb Bible, Vertaling: Textcase Dick de Ruiter, 224 p. Het boek gaat in op de aanleg van een tuin, kruiden en hun signatuur en kweek, keukenrecepten, cosmethische en medicinale toepassingen; met index. Een redelijk compleet boek.

Audrey Wynne Hatfield, Kleine kruidenencyclopedie, 3e dr., Hollandia, Baarn, 1977; Oorspronkelijke titel Pleasures of herbs, Vertaling: H. C. E. de Wit-Boonacher, 198 p.
Veel aandacht voor de folklore en geschiedenis van kruiden en culinaire genoegens. Een goed boek voor beginners.

Pamela Forey en Ruth Lindsay, Medicinale planten, serie Snel-zoek natuurgids, Elmar, Rijswijk, 1994, Vertaling Ludo Koenders, 123 p.
Een klein gemakkelijk en vooral overzichtelijk boekje dat in je zak past en waardoor je in staat ben in korte tijd veel te leren over- en goed te kunnen determineren van een kruid. Met index en achterin staat een verklarende woordenlijst.

Christopher Hobbs, Geneeskrachtige kruiden voor dummies, Dummie reeks, Addison Wesley, Imprent Pearson Education Benelux, 2003, Engelstalige editie 1998, Wiley Publishers, Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten, vertaling Selma Bakker voor Fontline, 366 p.
Op zich een goed boek, met een prettige index. Jammer dat de schrijver zo weinig verwijzingen naar de reguliere geneeskunde maakt. Hier en daar komt zelfs de mening dat je beter naar een herborist kunt gaan dan naar je huisarts. Ook het gegeven dat veel mensen lichamelijke klachten uit een psychische gesteldheid (psychosomatiek) ontwikkelen mist hier en daar. Wel een goed boek over de verwerkingsmethoden en beschrijvingen van de planten. Dit boek is geschikt als je al enige achtergrond hebt in dit onderwerp.

Meer geschikte boeken zijn te vinden op http://www.luttikhuis-a.myweb.nl

Naar het begin van Links en boeken.

Naar de index van de achtergrond-informatie.