Samengesteld 29 mei 2004. Bijgewerkt op 20 juni 2004. Gewijzigd 4 december 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.


Rode Zonnehoed-Echinacea Purpurea

'Echinacea' verwijst naarn het Griekse echinos, 'zeeŽgel'. De reden voor die benaming is te vinden in de prikkende schubben van de gedroogde zaadhoofdjes van de plant. 'Purpurea' verwijst naar de paarse kleur van de bloem (hoewel alle soorten paars zijn, op de Echinacea paradoxa na, die geel is). De soort 'angustifolia' heeft smallere (angustus = smal) bladeren (folia), en de soort 'pallida' heeft een bleker hart (pallidus = bleek), omdat het stuifmeel bij deze soort niet geel, maar wit is. De oude botanische naam van de Rode Zonnehoed was ĎRudbeckiaí door Linnaeus gegeven, hij had de plant genoemd naar Rudbeck, zijn voorganger op de universiteit van Upsala, in Zweden.

De Nederlandse benaming is van recente datum, en slaat op de vorm van de bloem, die met haar teruggeslagen lintbloemen inderdaad op een Mexicaanse Zonnehoed lijkt. In het Engels wordt de plant Purple Coneflower genoemd, en 'cone' verwijst naar het kegelvormige hartje van de bloem.

Volksnamen
Nederlands: Rode Zonnehoed
Engels: Black Sampson, Coneflower, Kansas Niggerhead, Kansas Snake Root, Narrow Leaf Echinacea, Narrow-leaved Purple Coneflower, Purple Coneflower, Rudbeckia, Sampson Root, Wild Niggerhead
Duits: purpurfarbene Kegelblume
Frans: Rudbeckie pourpre

Oorsprong Midwesten van Noord-Amerika, Nebraska bij de Cheyenne, Choctaw, Comanche, Dakota, Meskawaki Fox, Pawnee, Sioux en de Omaha.
Familie Asteraceae ( Composietenfamilie )
Kweek Echinacea is een in onze streken winterharde vaste plant. De plant wordt zowel gekweekt om haar sierwaarde als om haar medicinale kwaliteiten.

Echinacea heeft een voorkeur voor een rijke, doch goed doorlatende grond. Vooral de E. purpurea is erg gemakkelijk te kweken. Het is een plant die perfect op haar plaats is in een siertuin. Vermeerderen kan door zaaien in het voorjaar, door scheuren in de herfst of door wortelstek in de winter.
De bovengrondse delen worden verzameld bij het begin van de bloei, en de wortelstokken worden in de herfst geoogst.

Eigenschappen Van de negen Echinacea-soorten zijn er drie die voor medicinaal gebruik worden gekweekt, nl de E. purpurea, de E. angustifolia en de E. pallida. Ze zijn vooral van elkaar te onderscheiden door hun hoogte en de kleur van hun pollen: De E. pallida en de E. purpurea zijn duidelijk groter dan de E. angustifolia, die niet hoger wordt dan een halve meter. De E. purpurea en de E. angustifolia hebben geel stuifmeel, terwijl dat van de E. pallida wit is (vandaar trouwens 'pallida' = 'bleek' vergelijk het engelse woord pale.) . De combinatie van beide kenmerken laat dus toe de soorten van elkaar te onderscheiden.
Echina is een plant die negentig centimeter hoog kan worden en met de dikke penwortel overwintert, in de lente ontstaan alleenstaande, dikke, ruwe stengels, waarvan het onderste deel hol is, terwijl de stengels onder de bloemhoofdjes verdikt zijn. De langwerpig of zwak elliptische bladeren zijn donkergroen, ruw behaard en bedekt met knobbeltjes, bij de grond zijn ze langgesteeld, terwijl de schaarse stengelbladeren bijna zittend zijn. De bloembladen zijn sterk gewelfd en omringd door smalle, ruwbladige schutbladen met een gave rand, de straalbloemen zijn teruggebogen en zijn purperrood van kleur. De buisbloemen zijn groenachtig en vijftandig, erin vindt je een donkerrode stijl die aan de top gedeeld is. De planten groeien graag bij elkaar. Rode Zonnehoed komt oorspronkelijk voor op de prairies, lichte loofbossen en zonnige hellingen van de westelijke gebieden van Noord-Amerika. in Europa wordt de Rode Zonnehoed veel als sierplant gekweekt. EssentiŽle olien, waarvan het gehalte sterk verschilt naar gelang van de soort, van minder dan 0.1 procent in E. angustifolia tot meer dan 2 procent in de wortel van E. pallida. Het gehalte zou bovendien varieren naar gelang van de periode van het jaar.

Geschiedenis
De Noord-Amerikaanse indianenstammen passen het kruid ook toe bij slangenbeten, en met succes: Echinacea werkt hyaluronidase, een bestanddeel van veel soorten slangengif, tegen. (Hyaluronidase breekt het bindweefsel tussen cellen af.)

Gebruik
Omdat Echinacea een plant is die uit Noord-Amerika afkomstig is, zijn er geen oude geschreven bronnen over het gebruik ervan.
De oorspronkelijke Amerikanen gebruikten Echinacea in kruidenaftreksels, mondwaters en compressen en behandelden er hoest, verkoudheid, angina, ontstekingen van het tandvlees, brandwonden, en beten van slangen en insecten mee.
De stammen van de vlakten goten water, waarin Echinacea-wortels geweekt waren om over de gloeiende stenen te gieten tijdens zweethut-ceremonies. Ze gingen ervan uit dat de ontstane stoom voor een bijkomende zuivering zorgde.

Toen de Europeanen naar Noord-Amerika kwamen, was deze plant al lang in gebruik onder de stammen van de Great Plains, die hem gebruikten bij allerlei infecties en voor het ontsmetten van wonden. De plant verscheen voor het eerst in de medische literatuur in 1762, als een middel om zadelzweren te behandelen bij paarden. De vroegste berichten over het gebruik in de traditionele westerse geneeskunde dateren van rond 1870, rond deze tijd leerde een de arts, Dr. H.C.F. Meyer het gebruik van de inheemse stammen van Nebraska, Meyer was gefascineerd door hun gebruiken en grote gezondheid.
Bij de blanke bevolking van Noord-Amerika ontstond pas belangstelling voor het kruid nadat Dr H.C.F. Meyer op het eind van de 17de Eeuw een patent nam op het kruid onder de naam 'Meyer's Blood Purifier'. Meyer illustreerde zijn vertrouwen in zijn eigen brouwsel door zich door een aantal ratelslangen te laten bijten en zichzelf enkel met Echinacea te behandelen.
Meyer kwam in contact met een groep artsen die zichzelf 'eclectici' noemden, en die hoofdzakelijk kruidenremedies gebruikten om allerhande aandoeningen te behandelen. Hij werkte vooral samen met een Dr Kind en de gebroeders Lloyd, die ook erg enthousiast waren over het middel dat Meyer bereidde. Eťn van de broers Lloyd identificeerde de plant uit het brouwsel van Meyer als de Echinacea angustifolia. Nadat de plant was geÔdentifideerd raakte ook Dr King in het kruid geÔnteresseerd omdat hij wanhopig op zoek was naar een geneesmiddel voor zijn vrouw die aan ovariumkanker leed. Hij heeft haar dan ook met de tinctuur behandeld, en hoewel ze uiteindelijk stierf, werd ervan uitgegaan dat het kruid haar leven wel had verlengd.

Op zijn vele reizen leerde ook Dr. Alfred Vogel de Indiaanse toepassing bij slechthelende wonden en slangenbeten kennen. Hij zag dat de plant werd gekneusd en fijngekauwd, met dit papje werd de wond bedekt. Vogel was zo onder de indruk van het genezend vermogen van de Rode Zonnehoed, eenmaal teruggekomen uit Amerka slaagde hij erin de plant in zijn Zwitserse tuinen te kweken. Dit lukte en vanaf dat moment was Vogel voor de productie van Echinaforce niet meer afhankelijk van import. Naar deze plant is veel onderzoek gedaan, dit begon al in 1911, toen er van de ontstekingsremmende en weerstandsvermogende werking melding werd gemaakt. Maar in de jaren í80 van de 20ste eeuw kwam er pas echt een doorbraak toen door Prof. Dr. Wagner uit MŁnchen op overtuigende wijze werd duidelijk gemaakt dat Rode Zonnehoed niet zo zeer zelf bepaalde ziekteverwekkers bestrijdt, maar de niet-specifieke afweerkrachten van het menselijk lichaam verhoogt. De plant bleek de fagocytose (het opeten van ziekteverwekkers door de witte bloedlichaampjes) kenmerkend te activeren. Verder bleek dat Rode Zonnehoed een remmende werking heeft op de zogenaamde hyaluronidase, dit is het proces dat een ziekteverwekker een enzym afscheidt waardoor weefselcellen van elkaar losraken, zo kan de ziekteverwekker sneller binnendringen. Rode Zonnehoed vertraagt dit proces aanzienlijk. Dit nieuws vond zijn weg naar de wereldpers, en al gauw werd Rode Zonnehoed een van de meest gebruikte plantaardige medicijnen.

In de 19de Eeuw werd het kruid gebruikt bij de behandeling van koorts, zweren, verbranding met gifsumak (Poisoned Ivy, geslacht Toxicodendron), ontstekingen en baarmoeder infecties. Echinacea genoot in de V.S. een steeds groeiende populariteit, hoewel de conventionele geneeskunde nauwelijks waarde hechten aan haar reputatie, en de opkomst van de antibiotica in de jaren 30 van de 20ste Eeuw deden het gebruik opnieuw zeer sterk afnemen.
Pas in de zeventiger jaren werd het kruid opnieuw populair. Op dit ogenblik is het in de Verenigde Staten (en waarschijnlijk ook in Europa) het meest gebruikte medicinale kruid.
Echinacea wordt al zeer lang gebruikt, en met bewezen effect, om infecties te behandelen en te voorkomen. Onderzoek heeft aangetoond dat Echinacea effectief is bij griep, verkoudheid, infecties van ademhalingswegen en urinewegen en andere infecties. Hierbij speelt zowel een rechtstreeks effect op het infectieus agens als een stimulering van het immuunsysteem een rol. Dit geld ook voor het gebruik bij wondbehandeling.

Eťn van de nadelige effecten van bestraling en chemotherapie bij kanker, is dat ze de aantallen witte bloedcellen verlagen. Echinacea zou dit effect wellicht kunnen tegengaan, en inderdaad zijn er de laatste jaren al meerdere studies verschenen die het vermoeden ondersteunen dat Echinacea een gunstige ondersteunende rol kan spelen in combinatie met klassieke kankertherapieŽn.
In hoeverre Echinacea gunstig of ongunstig inwerkt bij AIDS, is nog niet met zekerheid bekend.

Heel vaak wordt gezegd dat Echinacea niet chronisch mag worden toegediend, doch dat er regelmatig een pauze moet worden ingelast. Een artikel in het 'European Journal of Herbal Medicin' spreekt deze stelling tegen
Deze conclusies worden nog eens onderstreept in een artikel uit 1996, waarin blijkt dat na 12 weken toediening van Echinacea het effect groter is dan na een toediening van 2 weken.
Kinderen die vanaf het najaar tot na de winter continu Echinacea krijgen toegediend, blijken veel minder last te hebben van verkoudheden en andere infecties, dan kinderen die slechts gedurende een week per maand een preparaat krijgen.

Folklore
De oorspronkelijke bevolking van noord Amerika kent geen geschreven bronnen. Wel is bekend dat de Sioux de plant gebruiken om aan geesten te offeren en om rituelen te versterken.

Toepassingen
Men gebruikt de wortels en de bloemen, de wortels moeten in de herfst worden opgegraven, het liefst van wat oudere planten. Men zegt dat de tinctuur van de verse wortel beter is dan de tinctuur van de gedroogde wortel. Men kan ook een aftreksel maken van de wortel. Gewoonlijk gebruikt men de tinctuur die gemaakt wordt van de wortels van de plant, ook zalven en gels met het kruid zijn in de handel voor toepassing op de huid.
medicinaal
immuunregulerend;bevorderen van weefselregeneratie, ontstekingswerende, antivirale en antibacteriŽle eigenschappen; weerstand verhogend bij candida, bronchitis en herpes; simplexinfecties; zeer goede werking tegen alle infecties, (bronchitis, verkoudheid, sinusitis, angina, tonsillitis.); ontstekingen van de huid (puisten, steenpuisten, sceptisch eczeem, ontstoken wonden, urinewegen en baarmoeder); insectenbeten; weefselherstellend (littekenvoorkomend); iets pijnstillend en bloedzuiverend. Kan ondersteunend worden ingezet bij de Ziekte van Pfeiffe, de bekende kinderziekten, bij psoriasis, de Ziekte van Crohn (al is dit discutabel omdat dit beide auto-immuniteitsziekten zijn). Ook bij vaginale schimmelinfecties, vaginitis. Gebruik het kruid vlak voor een grote, tandtechnische behandeling, en ook hierna. Ook bij open benen en verwondingen.
Hartpatienten, anemiepatienten, diabetespatienten kunnen het veilig gebruiken.

De activiteit tegen kanker die soms vermeld wordt is waarschijnlijk een gevolg van de stimulering van het immuunsysteem.

Let op!
Echinacea is over het algemeen zeer veilig, ook voor kinderen en ouderen, echter er zijn een aantal aandoeningen waarbij het middel beter niet gebruikt kan worden. Daarnaast kent echina kent enkele contraindicaties, wisselwerkingen met andere medicijnen. Dat kan betekenen dat echina de werking van het medicijn versterkt danwel verzwakt! Het moet niet worden toegepast in progressieve systeem - en auto-immuniteitsziekten als tuberculose, leiose, MS, verbindende weefselstoornissen volgens de Duitse Commissie E. Verder ook niet bij HIV/AIDS. R.J. Mullins en R. Heddle beschrijven in An Allergy Asthma immunol, 2002 jan. een aantal patiŽnten die astma-aanvallen of eczeem ontwikkelden ten tijde van het gebruik van Echinaceapreparaten. Zij bestudeerden ook een aantal gevallen van gerapporteerde bijwerkingen en deden een test bij 100 atopische patiŽnten uit hun praktijk: 20% van deze patiŽnten, ook als ze nog nooit Echinacea hadden gebruikt reageerden hierop (STP-positief). De conclusie is dat mensen met atopische allergieŽn indien ze Echinacea willen gaan gebruiken attent moeten zijn op een eventuele verergering van hun allergische reacties.

Gaat goed samen met kruiden die een gelijke werking hebben op infecties, zoals de Canadese Geelwortel, samen hebben ze een werking die is te vergelijken met een antibioticakuur. Recepten
Kompres bij een herpes simplexinfectie:40 druppels tinctuur op 500 ml water.
Bij blaasontsteking: 1:1 Echinaceae-tinctuur : Achilleatinctuur

Een olie, zalf of crŤme van Echinacea kan gebruikt worden bij wondbehandeling en om ontstekingen tgv insectenbeten te voorkomen of te behandelen. De crŤme kan eventueel ook worden gebruikt als nachtcrŤme bij ernstig acnť.
Echinacea-olie
50 gr gedroogde bladeren en bloemen van Echinacea ssp.
250 ml olijf-, amandel- of jojoba-olie.
- Wrijf het kruid door een zeef of maal het tot een grof poeder.
- Doe het kruid in een afsluitbare pot en overgiet met de olie. Roer grondig om, om het kruid volledig in de olie te laten opnemen.
- Zet de olie weg op een warme plaats, uit direct zonlicht. Het kruid neigt ertoe op de bodem van de pot samen te klonteren, roer daarom de olie minimaal twee maal daags om.
- Na twee tot drie weken kan de olie uitgeperst worden. Wie een tinctuurpers heeft kan daar gebruik van maken. De stukje kruid hebben veel olie opgeslorpt, en geven die maar langzaam vrij. Start met een lage druk, en vermeerder die geleidelijk.
- Giet deze ruwe olie in een droge, schone kan/fles. Laat de olie een nacht bezinken, en decanteer hem de volgende dag doorheen verschillende lagen kaasdoek in een andere schone, droge fles.
- Een medicinale olie gemaakt van gedroogd kruid kan minimaal twee jaar bewaard worden op een koele, droge plaats.

Bronnen 1. http://www.annetanne.be/echina
2. http://www.plantaardigheden.nl/echina
3. http://www.locusmagi.nl/rodezonnehoed
4. http://www.users.skynet.be/hofmeester/kruiden/echina
5. Caroline Foley, Jill Nice & Marcus A. Webb, De nieuwe kruidenbijbel, Zelf kruiden kweken en toepassen, Librero, Kerkdriel, 2002, Oorspronkelijke titel New Herb Bible, Vertaling: Textcase Dick de Ruiter, 224 p.
6. Christopher Hobbs, Geneeskrachtige kruiden voor dummies, Dummie reeks, Addison Wesley, Imprent Pearson Education Benelux, 2003, Engelstalige editie 1998, Wiley Publishers, Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten, vertaling Selma Bakker voor Fontline, 366 p.

Naar het begin van de tekst van deze plant.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.