Samengesteld 5 maart 2005. Gewijzigd 4 december 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.


Karwij-Carum carvi

De naam karwij is een verbastering van de Arabische naam: karawya. Carum verwijst naar de streek waar dit kruid ontdekt werd: Caria (dit ligt in Klein-Azie)

Oorsprong Azie en Europa. Vele duizenden jaren geleden kwam karwij voor in Klein-Azie, sindsdien heeft het zich verspreid. Waarschijnlijk waren het de Romeinen die het zaad over Europa verspreiden. Sinds de negende eeuw is het zaad in Noord Europa bij de Angelsaksen en de Germanen bekend.
Familie Peterseliefamilie; schermbloemfamilie
Kweek Het is een tweejarige plant, dat betekent dat de plant in het eerste jaar een bladrozet maakt en het jaar daarop pas bloeit. In het eerste jaar heeft de plant een holle, vertakte bebladerde stengel. Karwij bloeit in het tweede jaar met een scherm van witte en roze bloempjes op een stengel van 1.20 meter. De schermen bevatten vijf tot twaalf stelen en zijn van gelijke hoogte. Karwij kan trouwens ook lager worden. Het stelt geen hoge eisen aan de bodem. Inzaaien kan in het voor- en najaar. De onderlinge afstand is dertig centimeter.

Eigenschappen
De plant wordt een meter hoog. Heeft een kale, vertakte stengels. De bladen zijn meermalen geveerd en langwerpig, een paar blaadjes is aflopend langs de stengel. Je zou de bladen varenachtig kunnen noemen. De blaadjes lijken op die van peen. Het omwindsel ontbreekt meestal. De vrucht is langwerpig, eliptisch, bruin van kleur met kortere ribben. De plant bloeit in mei tot en met juli in wegbermen, weilanden en op dijken. Het wordt gekweekt om de eetbare vruchten.Deze zaadjes hebben een bittere, zoete smaak, die lijkt op anijs, maar met een scherpe ondertoon. De zaadjes geven een sterke geur af als erover gewreven wordt. Het zaad wordt zowel heel als gemalen verkocht, het komt vaak voor dat het verward wordt met komijnzaad. De plant heeft dikke wigvormige wortels. De plant groeit op bergen met bossen en graslanden. Het is verwilderd op ruigten en akkers. Van oorsprong groeit het in Europa (Noord, Midden en Westen ervan), Azie (en Noord Amerika). Het groeit matig in de Appenijnen, op het Iberisch schiereiland, en in Engeland. De plant kent een aantal giftige look alikes, zoals de gevlekte waterscheerling (Conium maculatum, deze plant heeft paarsgevlekte stengels en een kattepislucht) of hondspeterselie (Arthusa Cinapium)! Koop bij voorbeeld het zaad in de handel en vermijd oogst in het wild!

Geschiedenis
Nederland is de grootste producent. Overige productiegebieden zijn Noord Europa, Noord Amerika en Noord Afrika. In Nederland was het gebruik van karwij veel eerder bekend, dan in overige gebieden.
Medicinale werking wordt al sinds de eerste eeuw aan karwij toegeschreven. Zo schreven Griekse artsen het voor aan meisjes die erg wit zagen, tegenwoordig wordt het kauwen op de zaadjes geadviseerd bij indigestie, buikkramp en menstruatiepijn.

Gebruik
In Engeland gebruik men karwij sinds de 14de eeuw bij de bereiding van cake en brood. Uit de 17de eeuw is een recept van John Parkinson bewaard gebleven, waarin karwij gecoat met suiker geserveerd met fruit, wordt voorgeschreven als digestief. Het was een van de meest populaire kruiden in de klassieke oudheid. Men gebruikte wortel, blad en vruchten (zaden). De lange dikke wortels werden vermengt met melk. Op die manier kreeg je een soort brood ''chara''. De soldaten van Julius Cesar aten het en gebruikten de wortels als groente. Cake met karwijzaad was eeuwenlang een traditioneel lekkernij bij feesten voor landarbeiders bij het inzaaien van tarwe.
De Engelse keuken gebruikte het bij gepofte aardappels, in koek en in brood. In oost Duitsland wordt het nog steeds meest gebruikt door het met groenten mee te laten koken en het wordt verwerkt in sauerkraut (zuurkool). Pierre Pomes, de drogist aan het hof van Lodewijk XIV schreef: De Duitsers houden zo van kummel dat ze het in al hun gebak doen, door het deeg van hun brood mengen en in overvloedige mate door al hun sauzen roeren!

Folklore
Vroeger werd karwij gewaardeerd als middel tegen hekserij, omdat men geloofde dat iets dat karwij bevatte niet gestolen kon worden. Zo voerde men duiven met karwij om zeker te stellen dat zij terug zouden komen. Ook stopten vrouwen karwij in de broekzak van hun man, om te voorkomen dat zijn hart zou worden gestolen door een andere vrouw. Karwij zou de macht hebben om bezit te beschermen en weerhield dieven iets weg te nemen. Als je kippen en duiven brood geeft met karwij, voorkomt dat dat ze gaan zwerven.

Toepassingen
De in Nederland geproduceerde karwij wordt als beste kwaliteit beschouwd, vanwege het uniforme uiterlijk, de constante kleur en de hoeveelheid olie die in de zaadjes zit. Karwij van goede kwaliteit heeft een bruine kleur, een langwerpige halvemaanvormige boog en is geribd. Karwij is op een koele, donkere plaats ongeveer 6 maanden houdbaar. De olie afkomstig uit de zaadjes wordt gebruikt voor parfum, zeep, mondwater en likeur, Kummel genaamd.

Medicinaal
Van het zaad kun je thee zetten. Dit kruid is veilig voor kinderen en volwassenen. Het heeft een waardevolle medicinale olie. Het is verzachtend bij koliek en krampen; pijnlijke spijsvertering; opgeblazen of onprettig gevoel na het eten; gasvorming; diarree; het bevorderd de melkafscheiding bij zogende moeders. Een aftreksel van karwij is geschikt voor kinderen met koliek. Maak een infuus van een of twee theelepels zaad en overgiet het met versgekookt water, laat dit vijftien tot twintig minuten trekken. Gebruik twee tot drie keer per dag een kwart liter van dit infuus. Maak het op smaak door anijs of venkelzaadjes toe te voegen dan wel zoethout.

Culinair gebruik
Roggebrood dankt zijn specifieke smaak aan de toevoeging van karwij. Op deze manier wordt het compacte brood beter verteerbaar. Naast roggebrood kan karwij goed gebruikt worden in kaas, vlees, cake en likeur. In het Middellandse Zeegebied wordt karwij gebruikt bij koolschotels geserveerd met geroosterde appels. In AustraliŽ verwerkt men het in stampotten. De bladeren kun je gebruiken in soepen, salades, dessert, wijn. De zaadjes kun je over vruchten strooien, aan brood of cake toevoegen of in suikergoed verwerken. In Duitsland gebruikt men het in soep en kaas en in Nederland kennen we leidse kaas met karwij. De noord europeanen doen karwij in broodsoorten en er is een likeur genaamd Kummel.
De Hongaren maken kummelsoep door zaadjes in een hoeveelheid water te koken en na geruime tijd zoveel kruimels brood toe te voegen totdat de soep de gewenste dikte heeft. Deze soep wordt als aansterkend middel aan jonge moeders gegeven. In de Verenigde Staten worden suikerballetjes met kummelzaadjes als kern gemaakt. Deze confits worden ook wel whiskykillers genoemd. Je ruikt dan niet meer naar alcohol.

Voor mensen die eens superroggebrood willen maken:
Een eetlepele actieve droge gist; 1 eetlepel honing; 240 mililiter lauwwarm water, twee eetlepels olie; en olie om in te vetten; twee theelepels zout; twee eetlepels karwijzaad; 375 gram volkorenmeel gesplitst; 550 gram roggemeel gesplitst; theedoek; twee glazen rechthoekige bakvormen.
Week de gist en honing in het lauwwarme water. Laat het staan tot het geheel gaat borrelen. Voeg dan olie en karwijzaad toe. Maak het weer een geheel. Voeg dan de 250 gram volkorenmeel erbij en kneed het tot een soepel deeg. Doe er de 350 gram roggemeel bij en kneed een minuut. Doe er dan de resterende 200 gram roggebloem bij en de resterende 125 gram volkorenmeel en kneed het deeg goed door. Doe het deeg in de ingevette vorm, bedek het met een schone theedoek en laat het deeg in omvang verdubbelen door het te laten rijzen. Sla dan het deeg plat en verdeel het over de twee vormen. Laat nogmaals het deeg in omvang verdubbelen maar dan nu in de vorm. Zet de twee vormen nu 40 minuten in een voorverwarmde oven van 175 graden Celcius. Daarna kunnen de broden uit de oven worden gehaald om ze om te keren boven een broodplank. Eventueel kun je ze nog 10 minuten laten doorgaren.

Bronnen
-http://www.plantaardigheden.nl/plant/beschr/verst/karwij.htm
-Caroline Foley, Jill Nice & Marcus A. Webb, De nieuwe kruidenbijbel, Zelf kruiden kweken en toepassen, Librero, Kerkdriel, 2002, Oorspronkelijke titel New Herb Bible, Vertaling: Textcase Dick de Ruiter, 224 p.
-Audrey Wynne Hatfield, Kleine kruidenencyclopedie, 3e dr., Hollandia, Baarn, 1977; Oorspronkelijke titel Pleasures of herbs, Vertaling: H. C. E. de Wit-Boonacher, 198 p.
-Pamela Forey en Ruth Lindsay, Medicinale planten, serie Snel-zoek natuurgids, Elmar, Rijswijk, 1994, Vertaling Ludo Koenders, 123 p.
-Christopher Hobbs, Geneeskrachtige kruiden voor dummies, Dummie reeks, Addison Wesley, Imprent Pearson Education Benelux, 2003, Engelstalige editie 1998, Wiley Publishers, Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten, vertaling Selma Bakker voor Fontline, 366 p.
-Avanelle Day & Lucille Stuckey, Groot kruiden kookboek, bewerkt door Wina Born, Nederlandse Boekenclub, Den Haag/ Antwerpen, 1968, Born N.V., Oorspronkelijke titel The spice cookbook, Arragement with Scott Meredith Literary agency inc., New York, 445 p.
-Lippert/Podlech, Bloemengids in kleur, 420 natuurgetrouwe foto's en 250 botanische tekeningen, Thieme, Baarn, z.j., 252 p.

Naar het begin van de tekst van deze plant.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.