Samengesteld 30 juni 2004. Gewijzigd 3 december 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.


KERVEL (en ROOMSE KERVEL) Anthriscus cerefolium. Myrrhis odorata.Schermbloemigen

De kervel maakt zijn stengels reeds klaar in het najaar om dan in het voorjaar tijdig fijngeveerde (twee- tot drievoudig), helgroene bladeren te kunnen vormen. Hij houdt van half schaduwplekken en groeit dikwijls onder struikjes in de tuin, op akkers en in de buurt van moestuinen (verwilderd). Het is bij ons een vrij zeldzame plant die in Noord-Nederland geheel ontbreekt. De 30-50 cm hoge stengel draagt schermen van kleine, witte bloempjes (mei-juni).

Een verwant is de Roomse kervel (Myrrhis odorata), een overblijvende plant die in het wild op weiden in de Alpen en de Jura voorkomt en bij ons alleen in verwilderde staat wordt aangetroffen. Uit een weelderige bos bladeren groeien krachtige, kantige en holle stengels omboog tot Ca. 1 m, voorzien van grote, zachte, drievoudig geveerde bladeren. Bovenop staan grote schermen met behaarde stralen, voorzien van witte bloempjes (mei-juni). De vruchten zijn bruin, als gelakt en verwonderlijk groot (tot bijna 3 cm lang), wat voor schermbloemige wel iets bijzonders is.

Jonge kervel met zijn fijne smaak wordt tot de bevoorrechte toegiften van voorjaarssoepen gerekend.

De robuustere bladeren van de Roomse kervel hebben een sterk naar kervel en anijs riekend aroma en zijn daarom beter geschikt om in groente en aardappelgerechten te worden meegekookt. Op bet platteland wordt een uit de plant gedestilleerd vocht wel toegepast voor voorjaarskuren.
http://members.lycos.nl/inemieneke/Eetbare%20planten%20en%20kruiden.htm

Naar het begin van de tekst van deze plant.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.