Samengesteld 21 juni 2004. Gewijzigd 11 december 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.


Roos
Naam
Damastroos – Rosa x damascena
De geslachtsnaam ‘Rosa’ betekent uiteraard ‘roos’. Deze naam kan worden teruggeleid tot het Griekse woord rhódon. De soortnaam damascena is een aanduiding voor de oriëntaalse afkomst van de bloem, en betekent ‘uit Damascus’. Het x-teken in het midden geeft aan dat de Damastroos een hybride is, een kruising. Onbekend is echter tussen welke twee rozen dat geweest is.

Oorsprong
Rozen zijn vermoedelijk afkomstig uit het oosten. In het oude Chinese Rijk kende men al Rozentuinen van een ongekende uitgestrektheid en de keizerlijke bibliotheek bevatte al meer dan 500 werken over de Rozenteelt. Al vijfduizend jaar geleden werd ze in Azië gecultiveerd en het aantal hedendaagse variëteiten is bijna ontelbaar. In de zevende eeuw voor Christus noemde de Griekse dichteres Sappho haar al de 'koningin der bloemen'. Een ander verhaal vertelt dat de Roos uit Perzie komt en via Palestina en Klein Azie is gereisd om bij de Grieken te belanden. (Die hadden kolonies in Zuid Italie.)

Familie
Roos

Kweek
Rozen verlangen rijke diepe aarde. De egelantier is de enige soort die op kalkrijke grond wil staan. Als je ze in de winter koopt, snijdt ze dan kort af, bijna tot onderaan. Plant ze diep en snoei ze na de bloei terug op loten van het vorige jaar. Nieuwe varieteiten hebben andere eisen.

Eigenschappen
Het geslacht Rosa telt ongeveer 100 wilde soorten en talloze gekweekte vormen. Het zijn bladverliezende, half-groenblijvende struiken, die in de noordelijke gematigde streken groeien. De Apothekersroos (Rosa gallica var. officinalis) stamt af van de Zuideuropese soort Rosa rubra (letterlijk: 'rode roos'), en kreeg haar naam toen zij zich in de dertiende eeuw over Gallië (ruwweg: Frankrijk) verspreidde. De bottels van alle wilde rozen bevatten veel vitamine C. Het zijn winterharde bladverliezende struiken. Rosa gallica var. officinalis wordt ongeveer negentig centimeter hoog en heeft leerachtige bladen en zeer geurig, semi-dubbele roze of rode bloemen. De Rosa x damascena heeft gebogen stekelige stelen en wordt meer dan twee meter hoog. Ze produceert trosje semi-dubbele, geurige roze bloemen. Geranoil, het belangrijkste bestanddeel van essentiele rozenolie is ook te vinden in lavendel, geurgeranium, citroengras en neroli

Egelantier (Wilde roos in Britse hagen) Rosa eglanteria
Een sterke doornige roos van twee en een halve meter lang, met blaadjes die naar appel ruikenen enkelvoudige komvormige bloemen. Het zijn de vruchten, de rozenbottels, van de Egelantier (Rosa egelanteria) die aan de basis staan van verzachtende en makkelijk intrekkende huidoliën. De Egelantier groeit bij ons vooral in de duinen, het rivierengebied en Zuid-Limburg. Maar ook in andere Europese landen komt hij sinds oudsher veelvuldig voor.

Hondsroos (Rosa canina) wordt een tot vier meter hoog. Het is een klimstruik met overhangende gestekelde stengels. De bladen zijn geveerd en hebben vijf tot zeven blaadjes en een met bladsteel vergroeid steunblad. De bloemen ruiken opvallend en zijn groot. Ze zijn roze of wit van kleur en hebben vijf kroonblaadjes en veel meeldraden. De vruchten zijn glad, oranje en bottelvormig. Deze roos komt voor in heggen, op bosgronden, langs wegen, in bossen en struikgewas. Ze komt voor in heel Europa tot in het noorden van Zuid-Scandinavie.

Geschiedenis
In de veertiende eeuw namen van de kruistochten terugkerende edelen de Rosa damascena, de Roos van Damascus of Damascener Roos, mee. Een ander verhaal ontkracht deze gedachte: al vele eeuwen voordat er aan kruistochten gedacht werd, was de Roos al in Frankrijk bekend. Dus de eerste pelgrims uit het Israel moeten haar meegebracht hebben. De Gladde Roos (Rosa laevigata) en de Rimpelroos of Japanse Bottelroos (Rosa rugosa) zijn van oosterse oorsprong. In onze streken inheems zijn o.a. de Hondsroos (Rosa canina), de Egelantier (Rosa rubiginosa), het Duinroosje (Rosa pimpinellifolia), de Bosroos (Rosa arvensis) en de Viltroos (Rosa villosa). Voor medicinale doeleinden worden vooral de Rosa damascena en de Rosa rubiginosa gekweekt.

De Grieken kweekten rozen in hun kolonies in Zuid Italie om aan de steeds toenemende vraag te kunnen voldoen. De . Paestum, het oude Poseidonia, werd de rozenstad. Het wapen van deze stad had een sirene met een roos in de hand. Voor de verkoop van rozen werden prachtige gebouwen opgericht. Tussen de ruines groeien nog steeds rozen.

In de oudheid bekleedde de Roos een heel belangrijke plaats in de mythologie. Over het ontstaan en de kleur van die goddelijke bloem, bestaat er een waaier van mythen en legenden. Volgens een zou de Roos, net als Aphrodite/Venus, de Godin van de Liefde (dochter van oppergod Zeus). Zeus. Ze was de godin van vruchtbaarheid, liefde en eeuwige schoonheid. Ze was zó mooi dat mensen en goden haar niet konden weerstaan. Ze zou geboren zijn uit het schuim der zee en was ze oorspronkelijk wit. Daar waar ze de grond raakte groeiden witte rozen. Ze werd echter rood nadat Eros, de Liefdesgod wat nectar naar beneden goot, dat op de bloem viel. Aphrodite schonk de bloem schoonheid, de Gratiën schittering, Apollo een briesje om haar geur te dragen, en Dionysos zoete nectar.

In andere mythen ontstond de Roos echter uit de Avondster (Stella Veneris), of ontsprong ze uit het bloed van Eros. De Roos wordt ook vaak in verband gebracht met het ochtendgloren en soms met de zon, zoals blijkt uit de mythe waarin Eos, de Godin van de Dageraad, de poorten van de dag opent en de baan van de Zonnegod Helios met paarskleurige Rozen en talrijke andere bloemen bestrooit.

De Roos is als liefdessymbool in de eerste plaats gewijd aan Aphrodite/Venus en haar zoon Eros, maar daarnaast ook aan de drie Gratiën (als helpsters van Aphrodite/Venus), de Godin van de Dageraad, Eos/Aurora, Athena, de Godin van de Oorlog, Vrede en Welvaart, Hebe/Juventas, de Godin van de Eeuwige Jeugd, de Muzen, Dionysos/Bacchus, de God van de Extase, de Natuur en de Wijn. Veel rozenmythen uit het klassieke Griekenland hebben Eros als symbool, de God van liefde en wereldlijke verlangens. In een van de beroemdste liefdesgeschiedenissen van de wereldliteratuur, trouwt Eros uiteindelijk met de Godin Psyche. Na de ceremonie strooien de drie Gratiën rozen over het hele land. Dit verhaal verbeeldt een allegorische verbeelding van de ziel van de mens, het Griekse woord ‘psyche’ betekent immers ‘adem’, ‘leven’ of ‘ziel’. Dus wanneer liefde en verlangen vertegenwoordigd door Eros zich verbinden met de ziel van de mensheid, vertegenwoordigd door Psyche, heeft dit als gevolg dat Rozen als symbool van geluk en liefde zich over de wereld verspreiden.

Binnen de Romeinse mythologie wordt de schepping van de Roos meestal toegeschreven aan Flora, de Godin van de Lente en het lijdend voorwerp van vele rozenmythen. Nadat een van haar nimfen sterft, roept Flora de hulp van de andere Goden in om haar te veranderen in een prachtige bloem. Apollo geeft haar leven, Bacchus geeft haar nectar, Vertumnus een heerlijke geur, Pomona lekkere vruchten en Flora schenkt een kroon van bloemblaadjes. In de Romeinse mythologie vertegenwoordigde de Roos ook lijden en de dood. Apollo veranderd Rodanthe in een Roos, wanneer ze een onsuccesvolle poging doet om zijn zuster Diana te onttronen als de Godin van de Jacht en als de Beschermster van Vrouwen. Het verhaal gaat dat Cupido, de god van de liefde, per ongeluk een glas wijn omgooide van Bacchus, de god van de wijn. En uit de plas groeide een rozenstruik.

Ook in andere culturen is de Roos aanwezig in de mythologie, zo schiet de Indische tegenhanger van Eros, de Liefdesgod Kama, met vijf bloemen, waarvan een een Roos is, bij de Egyptische Isiscultus speelde de Roos ook een belangrijke rol. De Germanen noemden hun slagveld ‘rozengaard’, maar is het wel een echte Rozentuin? Wel vermoedt men dat de Hondsroos gewijd was aan Frigg, de Godin van het Huwelijk en het Moederschap, omdat die Roos wel ‘Friggdorn’ werd genoemd. De Hindoistische cultuur kent het volgende verhaal. De goden Vishnu en Brahma twisten over de vraag wat nu de mooiste bloem op aarde is. Vishnu zet in op de roos, Brahma op de lotusbloem. Maar als Brahma de roos daadwerkelijk onder ogen krijgt, slaat zijn mening om als een blad aan een boom. Hij is zó onder de indruk dat hij Vishnu beloont: uit 108 grote en 1008 kleine rozenblaadjes schept hij zijn vrouw, de godin Lakshmi.
In de bijbel komt slechts enkele malen een ‘Roos’ ter sprake, die heeft echter botanisch gezien, weinig met een echte Roos te maken. Binnen de Islamitische traditie ontstond de Roos uit het zweet van Mohammed en kleurde het bloed van de profeet de roos, Rozenwater werd gebruikt bij het zuiveren van moskeeën, die verontreinigd waren door christelijke indringers. Nadat een van zijn Mohammeds vrouwen is beschuldigd van overspel (dit verhaal speelt in de 7e eeuw), krijgt de profeet instructies van een engel om de betreffende vrouw een bos rozen in een waterpoel te laten gooien, als deze rozen geel worden is zij schuldig en behouden de bloemen hun kleur is zij onschuldig. Helaas de rozen worden geel.., daarom zijn er nu ook gele rozen. In de 11de eeuwse Soefi-poezie werd de roos een symbool van het leven zelf en de doornen een symbool van alle moeilijkheden die op het levenspad voorkomen en die men moest overwinnen om uiteindelijk perfectie te bereiken. Zelfs nog in de eerste helft van de 20ste eeuw schreef de folklore in Marokko voor dat rozenwater vermengd met Saffraan gebruikt kon worden om bezweringen te schrijven. Rozenwater werd als een ontsmettend middel voor kledingstukken gezien, en de roos zelf zou bescherming bieden tegen het Boze Oog. (Dit komt uit haar rol in de de oude godsdiensten.) Binnen de Islam worden rozenblaadjes of rozenknopjes nog regelmatig op graven gelegd, vooral op de graven van vrouwen. In Amerika bestaat er ook een roosmythe. De Cherokee vertellen over een maagd Nunnshi die wordt gered van een vijandelijke aanval wanneer ze bid om bescherming. De witte Cherokee Roos (Rosa laevigata) ontspruit rondom haar en verhinderd dat zij onder de voet wordt gelopen.

Terwijl de Islamitische cultuur grote hoogte bereikte, begon de Romeinse invloed in West-Europa te tanen en diende de donkere middeleeuwen zich aan. De rozenteelt werd in verband gebracht met de heidense Romeinen en werd door de vroeg christelijke kerk niet aangemoedigd. In de vroege westerse literatuur is de roos een symbool van listigheid en bedrog.
In de legende van Merlijn en Viviane, wordt de Dame van het Meer (Viviane), de helpster van Merlijn gevangen gezet in een toren die is opgebouwd uit witte rozen, terwijl Merlijn aan het wandelen is in het Breceliandewoud. Maar de roos kon niet lang een slecht symbool blijven daar was ze te mooi voor. Ze kreeg een plaats in de christelijke cultus en werd als een mystieke bloem gebruikt in heel wat ceremonies, van geboorte tot begrafenis. De Roos werd als symbool voor liefde en puurheid in verband gebracht met de Heilige Maagd.

Met de neergang van het Romeinse rijk sloeg de decadentie toe. De ooit krachtige symbolen boetten aan waarde in, ook wat betreft de roos. Keizer Nero, die in de eerste eeuw leefde, strooide tijdens feesten rozenblaadjes over de gasten uit. Bij Napels bedekte hij er een heel strand mee. Schepen vol rozen liet hij uit Egypte komen om er zijn paleis mee te versieren en zijn lievelingstoetje was: rozenpudding. Zo'n twee eeuwen later liet keizer Heliogabalus, ter ere van zijn inauguratie, de gasten zelfs driemaal overdekken met rozenblaadjes, waarna een aantal mensen bijna stikte.

In een middeleeuwse legende wordt Keizer Ludwig van Duitsland beschermd door een roos terwijl hij ’s nachts slaapt in het bos, nadat hij zijn crucifix in een Braamstruik heeft gehangen, ontdekt hij de volgende morgen dat de braamstruik is veranderd in een rozenstruik, hierna laat hij op deze plek een altaar bouwen.
Een ander verhaal verteld dat Rosamond, de maîtresse van Henry II van Engeland wordt gedood door een brouwsel dat gemaakt werd door de vrouw van Henry, Koningin Eleanor van Aquitanie. Uit het graf van Rosamond ontsproot een roos, die men Rosa Mundi noemde, deze droeg zowel een witte als een roze kleur.

Symboliek
Opvallend door haar schoonheid, haar vorm en haar geur is de Roos de belangrijkste symbolische bloem uit het westen, te vergelijken met de Lotus uit het Oosten. De Roos is een universeel symbool van liefde. Omdat haar tere blaadjes bij een beetje wind snel afvallen is zij ook een symbool van vergankelijkheid.
Ook symboliseerden Rozen in de Middeleeuwen wellust, dat blijkt uit de Middeleeuwse ‘Roman de la Rose’ van Jehan de Meung. In de Roman de la Rose droomt de ik-persoon dat hij tijdens een wandeling in een prachtige tuin terechtkomt. Daar wordt hij verliefd op een ontluikende roos, die hij zelfs weet te kussen. Jaloezie laat daarom een stevige burcht om de roos heen bouwen. Uiteindelijk weet de jongen met geweld, en met hulp van meerdere personages, de burcht binnen te dringen en de roos te plukken. Dan ontwaakt hij uit zijn droom. Tijdens zijn pogingen om de roos voor zich te winnen ontmoet de jongeman allerlei personen, die hem vertellen over verschillende zaken en vooral over de liefde en over vrouwen. De een benadrukt dat men vrouwen met respect moet behandelen, de ander meent dat vrouwen van nature overspelig en hebzuchtig zijn; de een idealiseert de liefde, een ander vindt dat liefde alleen maar waanzin met zich meebrengt en een derde hamert op het belang van voortplanting. Er wordt daarom al eeuwenlang verwoed gediscussieerd over de Roman de la Rose: wat willen de auteurs hun lezers nu vertellen over de liefde en over vrouwen? De discussie leeft nog. Misschien willen de auteurs geen eenduidige moraal wilden uitdragen maar ervoor zorgen dat mensen gingen discussiëren over de liefde, ook wordt het als een mystiek boek, om tot religieuze beleving te komen, in plaats van lichamelijk genot.

Maar de symboliek van de Roos is niet altijd evident of makkelijk te herkennen. Een diepere, meer verborgen symboliek steunt onder andere op de bouw van de bloem van de enkelvoudige roos, die net als de Lotus aan een wiel doet denken, het patroon van de vijf bloemblaadjes die rond de bloembodem staan, verwijst bijvoorbeeld naar de onveranderlijk, terugkerende kringloop van de kosmos, die volgens Aristoteles uit vijf elementen (aarde, water, lucht, vuur, ether) bestaat en een herhaling is van periode. Bovendien ontluikt de Roos als de lente terug is, en vandaar is ze ook symbool van de lente, en van de eeuwige wedergeboorte en van de dood. Daarom werd Hecate, de Godin van de Onderwereld en de Magie, vaak afgebeeld met een kroon van vijfbladige roosjes op haar hoofd. Binnen de christelijke symboliek werd Maria vaak vergeleken met een mystieke roos. De roos herinnert eraan dat de Heilige Maagd zonder erfzonde geboren is, de stekels van de Roos, zijn de zondige kinderen van Adam. Ook het Paradijs wordt voorgesteld als een Roos. De kleur van de Rode Roos, werd het symbool voor het bloed van Christus.
God verdreef de mens uit het paradijs nadat Adam en Eva van de verboden vruchten hadden gegeten. Na deze zondeval werd de mens zich bewust van het goed en het kwaad, maar ook van zijn naaktheid, en hij schaamde zich voor het eerst. De paradijselijke liefde ging over in de lichamelijke liefde. De witte roos uit de tuin van Eden, die Eva volgens een legende na de zondeval meenam, verkleurde naar rood. En rood, dat is de kleur van de begeerte en van het bloed dat bij menstruatie en geboorte vrijkomt. Uit het paradijs gedreven werd de mens zelfbewust, maar ook sterfelijk, waarmee de rode roos ook een symbool is voor de vergankelijkheid van het leven en de liefde. De roos als liefdessymbool heeft daarom een januskop: een witte zijde, verbonden met de bovenzinnelijke, goddelijke liefde en een aardse, rode kant. Vooral de Romeinen waren dol op rozen die ze kweekten in tuinen, gebruikten in gerechten, cosmetica, geneesmiddelen en die ze schilderden op fresco's. Ze zetten rozen neer bij het graf van overledenen als symbool van onsterfelijkheid. Er zijn inscripties gevonden waarin de gestorvene bidt dat zijn overblijfselen vruchtbare grond voor rozen en viooltjes mogen zijn. Tijdens de 'rosalia', een jaarlijks herdenkingsfeest rond de gestorvenen, strooiden nabestaanden rozen over de graven van hun geliefden.

Verchristelijkt
Toen het Romeinse rijk in de vijfde eeuw ten einde liep, werden veel oude heidense symbolen op christelijke leest geschoeid. Dit gold ook voor de roos. In de behoefte aan vrouwelijke symbolen, werd de roos verbonden met Maria. Een nieuwe symboliek, maar weer met de januskop: Maria, zowel symbool voor het hemelse moederschap als van een aardse bevalling. Wit en rood blijven zo nauw verbonden. Treffend komt de omvorming van het Romeinse naar het christelijke denken tot uitdrukking in het beeld van de 'hortus conclusus', de 'omsloten tuin'. De bron daarvoor ligt in de verzameling bijbelse liefdesgedichten van koning Salomo. In het Hooglied (4:12) uit hij zijn liefde voor zijn minnares: 'Mijn bruid, mijn zuster, je bent een goed gesloten tuin, een ommuurde hof, een verzegelde bron, je bent een paradijs met prachtige vruchten.' Alleen de minnaar kent de sleutel om bij haar te komen.

De kerk vergeestelijkte dit verhaal door van de minnares Maria te maken. In de schilderkunst is dit thema veelvuldig uitgewerkt. Een voorbeeld is het schilderij 'Maria in de rozenhaag' van Francesco Raibolini. Maria, de 'roos van liefde', staat in haar gesloten hof die is gemarkeerd door een hek waartegen rozen groeien. In de verte, buiten de hof, ligt de stad, symbool voor de wereldlijke cultuur. Maria buigt vroom naar het kindje Jezus. De afbeelding zegt: dit is een vredige plek, een toevluchtsoord voor de ziel na de dood. Soms heet Maria in verhalen 'de tweede Eva' die het kwaad dat de 'eerste Eva' in het paradijs beging, compenseerde. Door Christus te baren verzoende ze de mens weer met God en herstelde ze de zondeval. In de 'tweede hof van Eden' is Maria de mystieke roos, maar dan wel zónder doornen. Want, zo vertelt een oud verhaal, pas na de verdrijving van Adam en Eva uit het paradijs kreeg de roos haar doornen.

Dat de roos zo'n mystieke betekenis kreeg, hangt ook samen met de bouw van haar bloem. Die is namelijk vijftallig, dat wil zeggen, ze heeft vijf kroonbladeren (dit geldt overigens niet voor de vele cultuurvormen waarin de meeldraden tot nieuwe kroonbladen zijn vervormd; sommige rozen tellen meer dan honderd kroonbladeren!). In de alchemie hechtte men bijzondere betekenis aan het getal vijf, als 'quinta essentia', de 'vijfde essentie'. Deze 'steen der wijzen' moest het mogelijk maken onedele metalen in goud om te zetten of, in overdrachtelijke zin, het innerlijk van de mens te verheffen tot een spiritueler niveau. De alchemisten zagen de ontwikkeling van de plant als een beeld voor innerlijke groei.

Ook in de muziek heeft de roos sporen achter gelaten. Zo schreef Praetorius in de zeventiende eeuw het prachtige en zeer bekende 'Es ist ein Ros entsprungen aus einer Wurzel zart'. De roos duidt hier op Christus die ontstaat uit een wortel. Waarschijnlijk hangt dit samen met het uiterst taaie karakter van rozenwortels die honderden jaren oud kunnen worden. Van rozen is bekend dat ze, ook na drastisch snoeien tot op de grond, steeds weer opnieuw kunnen uitlopen.

Na de Renaissance veruiterlijkt de symboliek van de roos steeds meer. Vooral de esthetische waarde komt in de kunst naar voren, getuige de vele bloemstillevens met rozen in de zeventiende en achttiende eeuwse Vlaamse en Hollandse schilderkunst.

'Rozenoorlogen'
De roos, het oeroude symbool van liefde, heeft zelfs in het teken gestaan van oorlog en geweld. Dit was het geval met de zogenaamde 'rozenoorlogen', een serie binnenlandse oorlogen tussen rivaliserende edellieden in het vijftiende-eeuwse Engeland. De strijd om de troonaanspraken tussen het Huis van York en dat van Tudor waren bloedig. Het eerste Huis had de witte roos als embleem, het laatste de rode roos. Uiteindelijk kwam de strijd ten einde door het samengaan van beide dynastieën. Een herinnering daaraan is het wapen van het Engelse koningshuis, waarin een kleine witte roos op een rode staat afgebeeld.

Ontstaan witte en rode roos
Tal van legenden beschrijven het ontstaan van de witte en rode roos. Bij de Romeinen zijn dat de verhalen rondom Venus. Zij en Adonis hielden intens van elkaar, maar Mars was het daar niet mee eens en wilde Adonis doden. In haar gedrevenheid dit te voorkomen gleed Venus uit, viel in een rozenperk en verwondde haar benen. Uit het bloed groeiden rode rozen en uit haar tranen van verdriet de witte. In een ander verhaal vermengden zich de tranen van Venus met het bloed van Adonis. Ook daaruit groeide een roos. De oude Perzen beschrijven een nachtegaal die verliefd wordt op een witte roos. Toen de vogel hoorde dat Allah de roos 'de bloem der bloemen' noemde, vloog hij erop af, omhelsde haar en werd geprikt. Uit de bloeddruppels groeiden rode rozen.

Gebruik
Rozen werden overal in de oudheid bij allerlei feesten en religieuzen plechtigheden massaal gebruikt, de Romeinen strooiden de blaadjes over de straat bij hun voornaamste feesten. De Romeinen versterkten de rode kant door de liefdesrozen te verbinden met wijn. Syrabieten waren onverzadigbaar. Bedden werden dagelijks van een dikke laag verse rozenbladeren voorzien. Inderdaad slapen op rozen. Salades, wijnen, parfums en zalven werden ermee bereid. Ook de Romeinen hielden van het goede leven. Ze sliepen erop, liepen erop, voedden zich ermee (rozenjam). Rozenbladen werden in een wijnbeker gedaan om dronkenschap te voorkomen. Ook werden tijdens feesten mensen met guirlandes van rozen omhangen als voorzorg. Rozenwijn en rozenparfum waren erg in trek. Bruiden kregen een krans van rozen op hun hoofd, evenals de vele beelden van de goden Cupido, Venus en Bacchus. De Romeinen tooiden hun helden met een hoofdband van rozen. Deze reden met hun strijdwagens over met rozen bestrooide paden. (Ik heb het hier over wedstrijden.)
Van hen hebben we nog een gebruik overgenomen. Een witte roos gehangen boven een tafel tijdens een gastmaal betekende dat de gasten in vertrouwen konden praten. Geheimhouding was dan namelijk verplicht. Hiervan komt het woord subrosa en de guirlandes van gips in de plafonds van oude huizen herinneren hier nog aan. Romeinen maakten ook rozenbottelsiroop, rozenbladensiroop die als basis dienden voor pleisters, likkepotten. Dit werd gebruikt voor maag-, hart-, lever- en borstkwalen.

Dat de Koningin der Bloemen ook een belangrijke rol speelt bij begrafenisrituelen kan op het eerste gezicht misschien enige verwondering wekken, maar wordt ook wel begrijpelijk als men weet dat de Roos ook wordt verbonden aan de wederopstanding. De Oude Grieken en Romeinen hadden inderdaad de gewoonte om hun doden en hun graven te bestrooien met Rozen. Elke meimaand offerden de Romeinen, gerechten met Rozen aan de schimmen van de doden.

Bij het doopsel gebruikte men bijvoorbeeld bekkens gevuld met Rozenwater. De traditie van de gouden Roos of de Roos der Deugd ontstond in de 12de eeuw, en werd pas door het concilie van 1964 afgeschaft. Op Rozenzondag, de vierde zondag in de vastentijd, zalfde de paus te Rome een met edelstenen bezette gouden roos, bestrooide haar met wat muskuskruid, om haar tenslotte te bewieroken, op het eind van de mis gaf de paus deze Gouden Roos, als blijk van de deugd die de overheid moet bezitten, als een geschenk aan een belangrijk persoon, vaak aan een vooraanstaand lid van het Roomse Hof, maar ook aan katholieke vorsten en vorstinnen.

De Rozenkrans
De ‘Rozenkrans’ is een ketting van aaneengeregen kralen die als gebedshulp wordt gebruikt, het bidden met een dergelijk snoer komt voor in het Boeddhisme, het Hindoeïsme, de Islam en bij Rooms-katholieken, waar hij wordt gebruikt voor het bidden tot de Heilige Maagd. Tegenwoordig verklaart men de naam ‘rozenkrans’, door de aaneenschakeling van gebeden als ontluikende mystieke Rozen te beschouwen (de krans van gebeden is dus een krans van rozen). Aangezien het reciteren van lange gebeden voor ongeletterden moeilijk bleek, reeg de Ierse Heilige Brigitta (ca. 453-523. (Saillant detali Brigritta was de heerster over Britannie en de oergodin.) een stel kralen aaneen, en verving de moeilijke teksten door gebeden die het volk kende. Anderen zoeken de oorsprong van de Rozenkrans in de vervanging van het monastieke psalmgebed, door eenvoudige en telkens te herhalen gebedsformules. In elk geval blijkt de Rozenkrans in de 3de eeuw te zijn overgenomen van oosterse, christelijke monniken, en heeft hij een hele ontwikkeling gekend. Zijn huidige vorm kreeg hij in de 15de eeuw, en vooral door toedoen van Dominicanen werd het gebruik ervan algemeen verspreidt. In de oosterse orthodoxie gebeurt het bidden met een rozenkans uitsluitend in de kloosters.

Geschiedenis Damastroos
In de 14de eeuw werd de Damastroos vanuit Perzië naar Europa gebracht, waarschijnlijk komt ze van oorsprong uit Anatolie, maar zeker is dit niet. De etherische olie uit de bladeren werd toen nog niet gedestilleerd maar het aroma werd gewonnen door de bloemblaadjes in olie te macereren of in dierlijk vet. De eerste bereiding van rozenwater werd in de 10de eeuw waarschijnlijk door Avicenna uitgevoerd. Tussen 1582 en 1612 werd Roos Otto (etherische rozenolie) ontdekt, dit wordt verteld in twee geschriften van de Grootmogol van India. Tijdens een huwelijksfeest van de Prinses Nour-Djihan met de keizer Djahangir, de zoon van de grote Akbar werd een kanaal om de tuinen van het Mogulpaleis gegraven dat gevuld werd met rozenwater en rozenblaadjes. De hitte van de zon scheidde het water van de essentiële olie van de roos, dat omdat het lichter dan water was boven kwam drijven, het werd eraf geschept en men ontdekte dat men te maken had met en exclusief parfum. Het toekomstige echtpaar wordt bijna bedweld. De term Otto is een verbastering van het Farsiwoord ‘atar’, wat ‘parfum’ betekent en het Arabische woord ‘itr’ dat ‘zoet geuren’ betekent. Een andere uitleg is dat naam afkomstig is van het Turkse Ottomaanse Rijk. De winning van deze olie werd onmiddellijk een commercieel succes en de fabricage van Roos Otto in Perzië was rond 1612 een feit en tegen het eind van de 17de eeuw maakte de destilleerderijen van Shiraz op grote schaal de olie. De eerste vermelding in het westen van de Roos Otto was door Kampfer (1683).
Door de Turken werd het fabricageproces geïntroduceerd in Europa, via Klein-Azië. De eerste Roos Otto werd gedestilleerd in Bulgarije, toen een deel van het Turkse rijk. Een klein deel van de productie van Roos Otto werd gemaakt in Zuid-Frankrijk, al lang voor de Franse Revolutie, maar dit was voor eigen gebruik. Franse rozen werden bijna alleen gebruikt voor de productie van rozenwater en rozenpommade. Pas tegen het begin van de 20ste eeuw begon de Franse rozenindustrie pas echt grote vormen aan te nemen. Ook in Turkije wordt de R. damascena geteeld voor de olie, met name in de streek rond Isparta.

Naast de Franse Roos Otto is de Bulgaarse de belangrijkste. Deze teelt concentreert zich in een klein bergachtig gebied met als hoofdplaats Kazanlik. Pogingen om de rozenteelt ook in andere gebieden te doen slagen zijn mislukt. Maar twee rozensoorten worden gekweekt in Bulgarije, de Damastroos en de Muskaatroos (Rosa muscatta). Men kan maar een keer per jaar oogsten van de struiken, de oogst begint halverwege mei en duurt dan twee tot vijf weken, afhankelijk van het weer. Het weer gedurende de groei en de oogst is van grote invloed op de kwaliteit van de olie, ideaal is om tijdens de oogst wat koeler weer te hebben met af en toe een buitje, dat verlengt de oogsttijd aanzienlijk, terwijl als het heet en droog is kan men vaak maar twee weken oogsten. De bloemblaadjes worden in de vroege morgen geoogst, vlak voordat de zon opkomt en wordt gestaakt rond 11 uur in de morgen. De bloemen worden dezelfde dag nog gedestilleerd. Men heeft tussen de 3000 en 10.000 kilo bloemen nodig voor een liter Roos Otto.

Spaanse kolonisten namen in de zeventiende eeuw verwanten van de Egelantier mee naar Chili om er afscheidingen van te maken tegen de inheemse bevolking. Tegenwoordig zijn het de bottels uit dit land die, na een speciaal drogingsprocédé, worden verwerkt. Door de kern van de vrucht, met name de zaadjes daarin, zacht te persen komt de olie vrij. Het overblijvende vruchtvlees is bruikbaar in ketchup, jam, wijn en elixers.

Zalven en oliën
Afgezien van al die verhalen, anekdotes en symbolen: ze werd ook om heel praktische redenen gekweekt. De Grieken gebruikten haar om lichamen mee te zalven. Homerus meldt in zijn heldendicht Ilias hoe het lichaam van Hektor, gedood door Achilles, met rozenolie was gebalsemd: 'Honden hielden dagen en nachten de dochter van Zeus, Afrodite, af van het lichaam, gezalfd met de rozenolie der goden.'

In de Middeleeuwen werden rozen voor medicinale doeleinden gekweekt en gebruikt tegen uiteenlopende kwalen als slapeloosheid, hoofd-, oor-, kiespijn en inwendige bloedingen. Van al die toepassingen zijn er in onze tijd met name twee overgebleven: rozenbottelolie voor de huid en de geurende etherische olie uit rozenbloemblaadjes in diverse toepassingen.

De echte geur van rozen kennen we niet goed meer. Het langdurig selecteren van rozen op kleur en houdbaarheid heeft de geur geen goed gedaan. De meeste rozenolie is afkomstig van de gecultiveerde Damascener Roos (Rosa damascena), die groeit in landen als Bulgarije, Turkije en Marokko. Tientallen kilo's rozenbloemblaadjes leveren slechts enkele grammen olie op. Daarom is rozenolie extreem duur. Toch is dit kostbare goed nog steeds in gebruik in de parfumindustrie (Grasse, Frankrijk) als een onvervangbare grondstof. Want kleine hoeveelheden ervan zijn al genoeg om de geur van een parfum te verfijnen. Het bijzondere van rozenolie is ook dat ze lang houdbaar is door de etherische oliën. En wie wel eens echte rozenolie heeft geroken, weet dat ze een licht-bedwelmend, rustgevend karakter

Folklore
Rozen worden al heel lang gebruikt in liefdesmengsels, de bloem wordt ook al eeuwenlang in verband gebracht met de liefde. Een kroon van Rozen kan gedragen worden tijdens het uitvoeren van liefdesrituelen. Ook kan men een enkele roos op een altaar plaatsen als een krachtige hulp bij liefdeszaken. Rozenwater kan worden toegevoegd aan liefdesbaden.

Rozenbottels kunnen aan een draad worden geregen en gedragen om de liefde aan te trekken. Een thee van Rozenknopjes, gedronken voor het slapen, geeft voorspellende dromen. Om de romantische toekomst te kunnen ontdekken, namen vrouwen vroeger drie groene Rozenblaadjes en gaven ieder de naam van een geliefde. Degene die het langst groen bleef was de gelukkige. Rozenblaadjes en – bottels worden ook gebruikt in genezende bezweringen en mengsels. Een doek doordrenkt van Rozenwater op de slapen geplaatst zal hoofdpijn verdrijven. Rozenblaadjes door het huis gestrooid geven rust. Rozen in de tuin trekken elfen aan, ze zouden het best groeien als ze gestolen zijn.

Toepassingen
Medicinaal
licht samentrekkend; licht diuretisch; windverdrijvend; veel vitamine C; niergruis; spataderen; verkoudheid; scheurbuik; maagkramp. De rozenolie is geschikt voor digestief tonicum; vaattonicum; tonicum zenuwstelsel; afrodisiasum. Rozenolie zorgt voor een jonge en rimpelloze huid. Ze is geschikt voor alle huidtypen. Als badolie is ze verfrissend en kalmerend. Maar rozenolie is erg duur. -Niergruis; spataderen: Maak een aftreksel of siroop van de bottels. Verwijder uit de bottels de pitjes (sommige mensen krijgen van de pitjes jeukende handen van) en de haartjes. Maak van de bladen een thee.

Culinair overzicht van gebruik

Overig Natuurlijk kun je hier geurzakjes van maken.

Bronnen
-http://locusmagi.nl
-http://www.plantaardigheden.nl/plant/beschr/wel/roos.htm
-Caroline Foley, Jill Nice & Marcus A. Webb, De nieuwe kruidenbijbel, Zelf kruiden kweken en toepassen, Librero, Kerkdriel, 2002, Oorspronkelijke titel New Herb Bible, Vertaling: Textcase Dick de Ruiter, 224 p.
-Audrey Wynne Hatfield, Kleine kruidenencyclopedie, 3e dr., Hollandia, Baarn, 1977; Oorspronkelijke titel Pleasures of herbs, Vertaling: H. C. E. de Wit-Boonacher, 198 p.
-Pamela Forey en Ruth Lindsay, Medicinale planten, serie Snel-zoek natuurgids, Elmar, Rijswijk, 1994, Vertaling Ludo Koenders, 123 p.
-Christopher Hobbs, Geneeskrachtige kruiden voor dummies, Dummie reeks, Addison Wesley, Imprent Pearson Education Benelux, 2003, Engelstalige editie 1998, Wiley Publishers, Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten, vertaling Selma Bakker voor Fontline, 366 p.

Naar het begin van de tekst van deze plant.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.