Samengesteld 29 juni 2004. Gewijzigd 11 december 2006.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.


Driekleurig Viooltje - Viola tricolor; Maarts viooltje- Viola odarata

De naam Viola komt uit het latijn en betekent de ‘de overweldigde’, maar ‘vion’ betekent ‘welriekend’ en ‘ion’ is ‘het kleinste deel’. De soortnaam is samengesteld uit de woorden ‘tri’ wat staat voor ‘drie’, en ‘color’ dat natuurlijk kleur betekent.

In de literatuur bestaat er soms verwarring rond het begrip ‘viooltje’, de e Grieken bedoelden met ‘ion’ niet alleen Viooltjes maar ook andere planten (leucoion), bijvoorbeeld de Gele Muurbloem en de Lakooibloem. Over welk Viooltje hebben we het hier? De meeste verwarring is er tussen het Driekleurig en het Maarts Viooltje. Voor zover bekend wordt het Driekleurig Viooltje pas echt duidelijk beschreven als geneeskruid door Dodoens (1554). In veel oude kruidenboeken wordt Driekleurig Viooltje vaak ‘Herba Trinitatis’ genoemd, het ‘Kruid van de Drievuldigheid’. De naam 'Stiefmoedertje' (deze plant symboliseerde nijd en jaloezie) slaat op de vorm van de bloemen. Het onderste blad is de moeder Haar eigen dochters zijn de twee blaadjes aan weerszijden erboven,die zijn bontgekleurd en hebben elk een "stoel", maar de beide stiefkinderen, in donkere kleuren - dat zijn de twee bovenste bloemblaadjes - zitten samen op één stoel. De vader heeft van kwaadheid een wit hoofd gekregen(de stamper). Hij zit met zijn benen diep in de voetenzak en kan haast niet kijken; hij komt pas tevoorschijn als vrouw en kinderen uitgegaan zijn (n.l als men de bloemblaadjes afplukt. De blauwe viooltjes staan voor heilzaam en gelukbrengend

De naam Viola is door de Romeinen overgenomen van het Griekse 'ion. Bij Homeros wordt die naam al gebruikt. De stad Athene werd ook wel Iostephanos genoemd, wat wil zeggen met viooltjes omringd. Maar ging het hier niet om een Irissoort? De gedroogde wortels van de Florentijnse lis (Iris florentina, syn Iris Germanica) ruiken naar het maarts viooltje, en iriswortelpoeder wordt soms wel eens viooltjeswortel genoemd.

Nederlands: (Driekleurig Viooltje) Achterumkiekertje, akkerviooltje, Blauw Engeltje, Blauw klokje, Dire-eenheidsbloem, drievaldige bloem, Drieverwige bloem, Dryvuldigchetsbloem, Drievuldigheidsbloempje, Duinviooltje, Eksterogen, Fiegeletje, Filet, Freyssamcruyt (freyssem=stuipen), Gezichtje, Glazen muiltje, Grilkieker, Klein violetje, Nacht en dagjes, Pansee, Pas(s)ijntje, Pensee(bloem), Schoen en muiltje, Schoenlapper, Soldaatje, Stiefmoedertje, Stiefmoerskruid, Swe(al)tsjeblom, veldvioletten, vieultje, wild viooljte, Wilde pensee, zeeschulpje, zevenkleurbloempje, zuanewiezertje, Zwaluwtje.

Nederlands: (Maarts Viooltje) Bla Violetten, Blaauwe Violette, Blaeuwe Violetten, Blauw Engeltje, Blauw Vioeltje, Vlauw filetjes, Boodskapjes, Boschviooltje, Ditselbloemen, Fikelette, Filetten, Fletteken, Fletteren, Fleutte, Gemeene Violette, Gemeyne Violetten, Maartsche Vioole, Nachtviooltje, Ruikende viool, Stiefmoederkens, Stijfmoertjes, Tamme blauwe violen, Viooltjes (in alle mogelijk varianten en schrijfwijzen), Weesjes, Welriekend viooltje, Wilde violen

Oorsprong
land van herkomst, wanneer was het al in gebruik?

Familie
Soms wordt het viooltje onderverdeeld in twee Melanium en Nominium; soms ook niet.
Tot het ondergeslacht Viola Melanium behoren: Driekleurig viooltje, Akkerviooltje, Duinviooltje, Zinkviooltje en de Tuinviolen. Het andere ondergeslacht, Nominium, omvat de andere inheemse viooltjes die meestal blauw van kleur zijn. Ook een aantal andere, éénkleurige viooltjes, zoals het Witte viooltje, Viola alba, behorend tot de flora van kalkrijke bergstreken, behoren tot het Nominium-geslacht. De ondergeslachten zijn te onderscheiden aan de vorm van hun bladeren, de stand van de middelste kroonblaadjes, en door hun kleur. In het Nederlands bestaat er geen equivalent voor deze geslachten, wel in het Frans, waar men het respectievelijk over 'Pensées' en 'Violettes' heeft, in het Duits, daar worden deze ondergeslachten resp. 'Stiefmütterchen' en 'Veilchen' noemt, en in het Engels, heeft men het over 'Pansy' en 'Violet'.

Kweek
Zowel het Driekleurig als het Maarts viooltje zijn in onze streken volledig winterhard.
Het Maarts viooltje is een vaste plant, het Driekleurige kan zich als een éénjarige, of als een vaste plant gedragen. Waar het Maarts viooltje een vochthoudende, goeddoorlatende bodem vraagt, bij voorkeur in de halfschaduw, is het driekleurigviooltje een stuk toleranter, en verdraagt ook drogere en zonnigere standplaatsen.
Het driekleurig viooltje wordt bij voorkeur vermeerderd door zaaien, en zaait zich ook spontaan makkelijk uit. Het Maarts viooltje kan gezaaid worden, maar laat zich ook vermeerderen door delen (in de herfst), of door stekken in voorjaar of zomer.

Zowel het driekleurig als het maarts viooltje worden in hun geheel geoogst en gedroogd (plant met wortels). Het oogsten gebeurt bij voorkeur bij het begin van de bloei, waarna ze snelworden gedroogd op een goed verluchte en droge plaats. Als het drogen te traag gebeurt, verkleurt de plant geel, en, omdat ze niet snel genoeg afsterft geraken de bloemetjes uitgebloeit en de zaden rijpen verder. Als het weer het toelaat, is het aan te bevelen om de planten te drogen op een droogrek in de zon, maar natuurlijk wel afgedekt met wit papier. Vergeet ook niet om ze 's avonds binnen te halen.

Eigenschappen
Het driekleurig viooltje is een klein plantje, hooguit tien tot twintig centimeter hoog, dat heel de zomer bloeit, maar toch een hoogtepunt bereikt in de maand mei.
Afhankelijk van ondersoort, hoogte en andere plaatselijke omstandigheden zijn het éénjarige dan wel vaste planten.
De tweezijdig symmetrische bloemetjes, die in grootte kunnen variëren van een kroon die nauwelijks breder is dan de kelkblaadje, tot wel tweeënhalve centimeter breed, vertonen meestal een drietal kleuren uit een palet van paars, blauw, geel en wit, al komen er ook vrijwel monochrome (éénkleurige) vormen voor. Het bloempje heeft vijf kelkblaadjes, en een kort, de sporen steken nauwelijks buiten de kelk en worden gevormd door het onderste en grootste kelkblad. De andere kroonblaadjes zijn twee aan twee gepaard: twee wijzen naar boven, twee zijwaarts en wat naar boven.
De stijl heeft een bolvormig uiteinde met een lipje, waar het stuifmeel opgebracht wordt insecten die van andere viooltjes komen. De vijf meeldraden vormen een soort van een kokertje rondom de stijl. De helmknoppen zitten onderaan de meeldraden. Twee meeldraden hebben een aanhangseltje, dat in de spoor nectar afgeeft. Insecten die op zoek zijn naar deze nectar, verlaten de bloem met stuifmeel op hun hoofd. De bloemen rijpen tot zaaddoosjes met drie kleppen, waaruit de zaadjes na rijping met kracht worden weggeslingerd. Bovendien dragen de zaden een zogenaamde 'mierenbroodje', waardoor mieren er voor zorgen dat ze nog verder worden verspreid.

Het plantje heeft een rechtopstaande stengel met daaraan ovale tot lancetvormige blaadjes; deze hebben een gekartelde rand en vertonen steunblaadjes die drie- tot achtlobbig die soms veerspletig zijn. Deze steunblaadjes kunnen bijna zo groot zijn als het 'echte' blad. De eindstandige lob van het steunblaadje is het sterkst ontwikkeld.

Het Maarts viooltje (Viola odorata) is een overblijvende plantje. Het heeft geen bovengrondse stengels (wel bloem- en bladstelen), maar vormt wel langgerekte uitlopers die op de knopen wortelen en een nieuw plantje vormen. De langstelige bladeren staan in rosetten. Jongebladeren zijn niervormig, en nemen met het ouder worden een hartvorm aan.
De bloemen, die in maart bloeien, staan op wortelstandige stelen en hebben vijf gelijkvormige, stompe kelkblaadjes en vijf paars-violette kroonblaadjes die een twee-zijdig symmetrischebloem vormen. De 'middelste' kroonblaadjes wijzen, in tegenstelling tot die van het driekleurig viooltje, duidelijk schuin omlaag. Het onderste kroonblad heeft een spoor.
Zoals bij alle andere violen is ook hier het doosvruchtje driekleppig.
Insectenbezoek: Weinig soorten richten zich uitsluitend op viooltjes. Voor de rupsen van verschillende parelmoervlinders zijn viooltjes een voedselplant. De viooltjessnuittor (Orobitis cyaneus) legt in het voorjaar zijn eitjes in het vruchtbeginsel van viooltjes. De larven brengen hun hele ontwikkeling in de vrucht door, tot die openspringt en het blauwzwarte kevertje naar buiten komt. Ook enkele galmuggen, zoals de Dasineurum viola, bezoeken viooltjes, en geven aanleiding tot bladgallen.

Violine is een braakverwekkende,vluchtige stof, die zowel in het driekleurig als in het maarts viooltje wordt gevonden. De aanwezigheid van deze stof is wellicht de reden dat in sommige bronnen wordt aangeraden om aanjonge kinderen geen verse, maar steeds gedroogde viooltjes te geven (hoewel je al flink wat viooltjes moet eten om deze werking gewaar te worden!)
Zeaxanthine
Maarts viooltje
Akkerviooltje - Viola arvensis

De bloemen, stengel, stelen, blad bloeien smaak en bevat- naast zwavel- veel vitamine c en ijzer, daarnaast komen de vitamines a en d er ook in voor. Variant, invriezen?

Geschiedenis
In de Kruidenboeken van de Renaissance wordt het Maarts viooltje omstandig beschreven. Zo vermeld Rembert Dodoens in zijn Kruidenboek uit 1554: koortsen, verhittingen van de lever en inwendige organgen en jagen de ziekte die gele cholera af. Het sap siroop en conserven zijn werkzaam. Siropen zijn goed tegen verhitte longen en borst en is goed te gen longontsteking en tegen hoesten en tegen zonderlinge koorts van kinderen. Dezelfde siroop geneest verhittingen en rouwe kelen als men het dikwijls slikt. Hetzelfde geldt voor het sap en de suiker van violen. Een gezwel in de keel kun je behandelen door te gorgelen met vioolwater. Kinderen met vallende ziekte kunnen het drinken. Viool gekookt en met olie en op het hoofd gelegd: Hoofdpijn, slaapverwekken, melancholie, depressie en gepijns. Viool gekookt met gerstenmeel en moutmeel vermengt is goed tegen hete gezwellen en apostumatien, en geneest oogontstekingen en oogpijn en slechte adem. Het zaad van Viooltjes met wijn of water gedronken is met water gedronken goed tegen de steek van een schorpioen. Het kruid van viooltjes kan goed gebruik worden tegen koortsen en verhittingen van de lever die leiden tot kamerkanker. De wilde violen hebben een welriekende geur met mindere krachten en daardoor minder bruikbaar. Vertaling van Suzelot

Het is waarschijnlijk pas vanaf ongeveer 1500 dat het driekleurig viooltje medicinaal wordt toegepast. Dodoens, die het dan heeft over 'Pensée' of 'Dreijfuldicheyt bloemen' geeft aan dat ze gebruikt worden bij Dauwworm of melkkorstjes en ook bij longinfecties. Dodoens noemt het een uitstekend kruid bij kinderziekten en bij kwalen van de luchtwegen. In Engeland werd het veel gebruikt bij hartkwalen (Heartsease), krampen in de borst en borstvliesontsteking.
Matthijs de Lobel voegt daar ook nog jeuk en schurftigheid aan toe.

Gebruik
Medicinaal Gebruik
Zowel Hippocrates (ca. 460 - ca. 377 B.C.E.) als Theophrastus (ca. 372 - ca. 287 B.C.E.) vermelden het (Maarts) viooltje al. Nadere beschrijvingen zijn te vinden bij Celsus (20-30 C.E.), Dioscorides (ca. 50 C.E.) en Plinius de Oudere (77 C.E.): De eerste wendt het aan om (lokale) vochtophopingen te verdelen over het lichaam, Dioscorides beveelt het aan bij ontstekingen van keel en ogen, net zoals Plinius. Verder vermeldt Plinius ook nog brandende hoofdpijn, en uitstulpingen van baarmoeder of aars, en ook anale kloven. Verder is bekend dat de Romeinen viooltjeskransen droegen om een kater na een drinkgelag tegen te gaan.

Viooltjes hebben ook lange tijd een rol gespeeld in politieke intriges:
Generaal Napoleon (1769-1821) werd door zijn aanhangers 'caporal violet' of 'le père de la violet' genoemd. Het viooltje was dan ook het embleem van de Napoleontische partij. (Er wordt overigens wel eens gezegd dat de voorliefde van Napoleon voor viooltjes de reden was dat zijn bruid Joséphine op haar huwelijksdag een krans viooltjes in haar haar droeg - doch in veel West-Europese landen was het Maarts viooltje een symbool van liefde en werden de bloempjes tussen geliefden uitgewisseld) Maar wat er ook van zij, beide echtelieden hadden, naast hun liefde voor elkaar, ook een levenslange liefde voor het Maarts viooltje: Joséphine zou zelfs een viooltjestuin hebben gehad, en ze kreeg op haar verjaardag van haar echtgenoot elk jaar een tuiltje 'Violettes'. Ook ten tijde van de verbanning van Napoleon bleven zijn aanhangers het viooltje, of een ring met een violette steen, als herkenningsteken gebruiken. Tijdens de Restauratie werd het viooltjes als embleem dan ook verboden. Ten tijde van zijn verbanning op Elba, had hij gezegd dat hij weer in Frankrijk zou terugkeren, als in het voorjaar de viooltjes zouden bloeien, hij was inderdaad net op tijd terug.

Binnen de kruidengeneeskunde werd het Maarts Viooltje al vroeg toegepast en vermeld, het wordt genoemd door Hippokrates en Theophrastus. Dioscorides gebruikte ‘ion’ als middel bij infecties van oog en keel. Plinius de Oudere beschouwde het ‘Blauwe Viooltje’ als verkoelend en raadde het aan bij hoofdpijn en bij tranende ogen. Het gebruik om Viooltjeskransen te dragen ter voorkoming van een kater is waarschijnlijk de reden dat Alexander de Grote ook wel eens een Viooltjeskrans droeg. Hildegard von Bingen beviel het kruid tegen kanker aan. In de volksgeneeskunde werd het Maarts Viooltje veel gebruikt, een populair middel was het ‘Violaet’ of ‘Violate’, verkregen door Vioolbloempjes te overgieten met heet water en ze een nacht te laten trekken, waarna ze opgewarmd werden met suiker. Viooltjesolie werd verkregen door de bloempjes te overgieten met een goede kwaliteit tafelolie in een glazen flesje, dit werd 30 dagen in de zon gezet en daarna door een doek geperst en gebruikt als heilzame Viooltjesolie. De wortel van het Maarts Viooltje staat nu wat betreft de geneeskrachtige werking wat in de schaduw van het Driekleurig Viooltje.

Folklore
Sommige bronnen brengen 'Ion' in verband met Io, die de bloemetjes kreeg aangeboden ter gelegenheid van de stichting van de stad Athene. Waarschijnlijk zijn het verklaringen achteraf, en het viooltje zou geen rechtstreeks verband hebben met Io (één van de liefjes van Zeus) of met Ion, de mythische stamvader van de Ioniërs) Volgens de dichter Nicander (2de E BCE?) boden de Ionische nymfen aan Ion viooltjes aan: de mythische stamvader van de Ioniërs.
Het verhaal van Io dan maar eerst. Het vertelt hoe Zeus zijn geliefde Io in een koe veranderde om haar voor zijn vrouw Hera te verbergen. Hij liet toen viooltjes groeien als voedsel voor Io. Sommige auteurs zien hierin ook de oorsprong van het Latijnse Viola. Er zijn bovendien nog tal van verhalen in de Griekse oudheid, die niet trachten een etymologische verklaring te geven.
Zo is het Maarts viooltje bijvoorbeeld gewijd aan Persephone, de godin van de onderwereld: op de munten van de Siciliaanse stad Henna stond o.a. het Maarts Viooltje afgebeeld, omdat volgens een mythe in deze plaats Persephone door Hades werd meegevoerd.

Toen de goden het monster Agdestes castreerden ontstond uit zijn bloed het Maarts viooltje (en volgens andere versies een amandelboom). Zowel het maarts viooltje als de amandelboom bloeien op een ogenblik dat Persephone nog in de onderwereld verblijft.

In oudere boeken is soms de naam Drievuldigheidsbloem of Herba trinitatis te vinden. De achterliggende legende vertelt dat het Driekleurig Viooltje oorspronkelijk een nog heerlijker geur zou hebben gehad dan het Welriekend Viooltje. Het bloemetje groeide meestal tussen het koren, waar dikwijls veel kinderen kwamen om ze te plukken en ze vertrapten dan het graan, met slechte oogsten tot gevolg. Het driekleurig viooltje wilde dat niet op haar geweten hebben, en bad daarom tot de H. drievuldigheid om haar haar geur te ontnemen. Dit gebeurde, en sindsdien heette het drievuldigheidskruid... Deze volksnaam bestaat over heel Europa. Een andere variant is dat het Driekleurig Viooltje geurig, en het Maarts Viooltje geurloos was. Vanwege dezelfde reden vroegen de goden of het zijn geur niet wilde afstaan aan het Maarts Viooltje, dat niet in het open veld, maar onder hagen en struiken groeide...

Het driekleurig viooltje zou oorspronkelijk wit geweest zijn, maar werd gewond door een pijl van Cupido, waardoor er gekleurde vlekken op kwamen.

Indien niet expliciet anders vermeld is het onderstaande met name van toepassing op het Maarts viooltje.
Tjeu Leenders verklaart hieruit de betekenis van liefde, vooral in de betekenis van 'ik ben in gedachte (pensée) bij je' die het viooltje in de bloementaal heeft, en verwijst onder andere naar Shakespeare, die zegt: 'Pray you love, remember, and there are pansies, that's for thougts'.
In heel wat streken hadden bepaalde viooltjes een slechte reputatie, en het lijkt hier vooral om de niet-geurige, blauwbloemige viooltjes (ondergeslacht Nominium) te gaan. In sommige streken in Duitsland dacht men dat als men aan zo'n reukeloos viooltje rook, men zomersproeten zou krijgen. In andere streken werd vertelt dat als men zo'n viooltje in zijn mond stak, men een 'kwade mond' zou krijgen of zijn reukzin zou verliezen. In bepaalde delen van zowel Duitsland als Frankrijk dacht men dat het ruiken aan zo'n viooltje gek maakt. In het Franse Pas-de-Calais werd het driekleurig viooltje gebruikt in een orakelspelletje: Om te weten wie haar toekomstige echtgenoot zou worden, hield een meisje een viooltje (pensée) tussen de vingers en zei

"Penses bien!
Où tu arrêteras,
Mon amant sera."

["Denk goed na!
waar je zal blijven staan
daar zal mijn minnaar zijn."]

Shakespeare kende blijkbaar deze 'kruidenlore', want in 'a Midsummernightsdream' knijpt Oberon wat sap uit een viooltje en druppelt dat in de ogen van Titania, opdat ze verliefd zou worden op het eerste levende wezen dat ze zou zien als ze wakker wordt. Shakespeare noemt het viooltje hier met één van zijn Engelse volksnamen, nl 'Love-in-idleness'.

Het viooltje heeft, ondanks zijn bescheiden formaat trouwens wel meer literaire inspiratie geboden: Bekend is Goethes 'Das Veilchen' (Overigens doet het verhaal de ronde dat Goethe zoveel van het viooltje hield dat hij het zaad steeds bij zich droeg en het tijdens wandelingen uitstrooide):

Omwille van haar verleidelijke geur werden in de oudheid al verleidelijke eigenschappen aan het Maarts viooltje toegeschreven. Maar in combinatie met de blauwe kleur, die met trouw en duurzaamheid werd geassocieerd, ontstond de betekenis van duurzame liefde. Het Maarts viooltje werd daarom door een kind aan zijn moeder, of door een bruidegom aan zijn bruid geschonken, en werd ook vaak bij liefdesbrieven bewaard.
Daarnaast is het een symbool van zuiverheid, maagdelijkheid en zedigheid. De combinatie met de voorjaarssymboliek die natuurlijk ook met dit vroege bloeiertje samenhangt, vindt men terug in een aantal Europese volksgebruiken:
Zoals in Nederland het vinden van het eerste kievitsei het signaal was dat de lente in het land was, zo vervulde op vele andere plaatsen het vinden van het eerste Maartse viooltje die rol. In Wenen zocht men onder hertog Leopold VI de Glorierijke in de maand maart het eerste viooltje. De gelukkige vinder waarschuwde de hertog, die er dan met zijn hele hof op uit trok om het viooltje, en de lente, te begroeten. Een maagd mocht vervolgens het bloempje plukken.

Een sage bij de Wenden, een Slavische volksstam, die woonden in wat nu het oosten van Duitsland en Polen is, vertelt over de God Czorneboh, die in een prachtige burcht woonde. De christenen vernielden zijn burcht en daarmee zijn kracht, en Czorneboh werd in een rots veranderd, zijn dochter in een viooltje. Dat viooltje bloeide slechts éénmaal in de honderd jaar, tijdens de Walpurgisnacht. Wie er in slaagde op die nacht dat bloempje te vinden en te plukken zou het meisje weer haar menselijke gestalte teruggeven, haar mogen trouwen en bovendien ook nog alle schatten van haar vader krijgen.

Wanneer de bloemen gedragen worden geven ze bescherming tegen boze geesten en brengen ze geluk en fortuin. Vermengd met Lavendel, zijn ze een krachtige stimulant voor de liefde en lust. Als je het eerste viooltje van het seizoen vindt, zal je grootste wens vervuld worden De Oude Grieken droegen het Viooltje om het gemoed te kalmeren en slaap te brengen. Viooltjes gedragen in een krans genezen hoofdpijn en duizeligheid, en de blaadjes gedragen in een groen sachet helpen wonden genezen en boze geesten bij deze wonden weghouden.

Door haar zoete verleidelijke geur, werd in de Oudheid aan het Maarts Viooltje al bijzondere, verleidelijke eigenschappen toegeschreven en werd het regelmatig met de Liefdesgodin Aphrodite afgebeeld. Ook was het als een van de eerste lentebloeiers een symbool van het voorjaar. Binnen het Christendom werd het Maarts Viooltje een symbool van zuiverheid en zedigheid, en gewijd aan Maria, ook al door de blauwe kleur van de bloemen en de heerlijke geur.

Toepassingen
Medicinaal Expectorans (bevordert het ophoesten van slijmen), alteratief (ondersteunt het functioneren van diverse organen en orgaansystemen) en hoestbedarend, pijnstillend en ontstekingswerend, diuretisch, diaforetisch (zweetdrijvend), anti-neoplastisch Het Maarts Viooltje is het enige geurige viooltje, en geniet daarom vaak de voorkeur bij culinaire toepassingen van het bloempje, doch voor het medicinaal gebruik zijn eigenlijk alle wilde vormen (Viola calcarata, V. canina, V. palustris, V. cornuta...), doch niet de (grootbloemige) tuinviolen bruikbaar. De kleine 'tuinviooltjes' (Violatricolor 'hortensis') zijn wel medicinaal bruikbaar Overigens spreken de verschillende bronnen elkaar tegen betreffende de vraag welk viooltje medicinaal het best werkzaam is.

De viooltjes worden vaak gebruikt in combinatie met andere 'pectorale' kruiden bij de behandeling van aandoeningen van de luchtwegen, en dat zowel voor verkoudheden, bronchitidenof gripale beelden. Kruiden waarmee het viooltje voor deze indicaties wel worden geassocieerd zijn bijvoorbeeld Malrove (Marrubium vulgare), Heemst (Althea officinalis), Vlier (Sambucus nigra), en Klein Hoefblad (Tussilago farfara).
(Het gebruik van Klein Hoefblad wordt tegenwoordig tegenwoordig vaak afgeraden vanwege de aanwezigheid van pyrrolizidine alkaloïden.) Ook wordt van viooltjes wel een hoestsiroop gemaakt.

Een andere belangrijke indicatie van viooltjes zijn allerhande huidaandoeningen, met name melkkorstjes, acné en exzeem. Het kruid wordt hiervoor inwendig gebruikt onder vorm van een infusie (5 tot 10 gram per kop, 3 tot 4 koppen per dag - ingeval van optreden van diarree of misselijkheid de dosis verminderen).In het begin van de behandeling kunnen de verschijnselen soms tijdelijk verergeren, om vervolgens af te nemen.
Voor de behandeling van melkkorstjes bij babies wordt volgende behandeling voorgesteld (P. Lieutaghi): Doe 's avonds 4 tot 8 gram kruid in 250 mlkokend water, en laat het de hele nacht trekken. Zeef het aftreksel 's ochtends, voeg 50 ml melk toe, en eventueel wat suiker, en laat het de baby opdrinken. Herhaal dit gedurende veertien dagen.
Men kan ook een klassieke infusie maken van viooltjes maken, en die drie keer per dag in de maaltijd (flesvoeding) van de baby gebruiken i.p.v. melk. Een borstvoedende moeder kan de thee eventueel zelf drinken. Ook hier ziet men vaak een tijdelijke toename van de symptomen vooraleer de verbetering intreedt.

Beide viooltjes hebben ook een diuretische werking. Bij gebruik van het kruid ziet men de hoeveelheid urine over het algemeen duidelijk toenemen, en de urine heeft een slechte geur. Hierover moet men zeker niet verontrust te zijn, maar het kan belangrijk zijn om de gebruiker hiervan op de hoogte tebrengen.

De aanwezigheid van salicylzuur geeft het kruid ook zwak-pijnstillende en ontstekingswerende eigenschappen, en dit verklaart de aanbeveling van het kruid bij pijnlijke ontstekingen van het tandvlees.
Tegelijk is de aanwezigheid van deze stof een reden dat sommige bronnen het gebruik van viooltjes bij koortstoestanden of virusinfecties bij jonge kinderen afraden, om het risico op het syndroom van Reye te vermijden.

Er is onderzoek verricht naar de antitumorale activiteit vande viooltjessoorten, en in elk geval zou het - hier niet inheemse- Viola striata bij onderzoek op muizen een aantoonbare werking hebben.

Viooltjessiroop
3 kopjes verse bloempjes
1 kg suiker
1 l water

Doe de bloempjes in een aarden pot, overgiet ze met kokend water en laat ze 24 uur trekken.
Zeef de vloeistof, voeg de suiker toe en laat de siroop 10 minuten koken tot de suiker is opgelost.
Giet de siroop in een met heet water gespoelde fles en sluit meteen af.
toepassing: als hoestsiroop

Culinair
Viooltjesijs
1 1/2 kopje suiker
1/4 kop druivensap
1/4 kop water
2 el gewassen viooltjes
sap van 2 sinaasappels en 1 citroen

Los de suiker op in het water en druivensap. Roer hierdoor 2 eetlepels gewassen bloemzaadjes en breng het mengsel aan de kook. 10 minuten zachtjes doorkoken, af laten koelen en zeven.
Voeg al roerend het sap van 2 citroenen en 1 sinaasappel toe.
In bakjes voor ijsblokjes gieten en dan in het vriesvak.

Met viooltjes gepaneerde vis
4 mooie moten verse kabeljauw
een handjevol Maartse viooltjes
150 gram paneermeel
2 eiwitten
50 gram boter
Evt. wat vers citroensap

De eiwitten los kloppen, maar niet stijf. Hak de viooltjes kleiner en houdt er enkele achter voor de garnering. Meng de bloemetjes met het paneermeel.
Haal de moten vis eerst door het losgeklopte eiwit en vervolgens door het mengsel van paneermeel met de bloemen. Laat dat enkele minuten rusten. Herhaal dit met elke volgende moot. Op deze manier krijg je een mooi krokant korstje. Bak de vis in de hete boter. Blus eventueel af met een beetje vers citroensap.
Onmiddellijk opdienen, gegarneerd met de rest van de viooltjes

Bronnen
1. http://www.annetanne.be/kruiden/viooltje
2. http:/www.locusmagi.nl/driekleurigviooltje
3. Caroline Foley, Jill Nice & Marcus A. Webb, De nieuwe kruidenbijbel, Zelf kruiden kweken en toepassen, Librero, Kerkdriel, 2002, Oorspronkelijke titel New Herb Bible, Vertaling: Textcase Dick de Ruiter, 224 p.
4. Audrey Wynne Hatfield, Kleine kruidenencyclopedie, 3e dr., Hollandia, Baarn, 1977; Oorspronkelijke titel Pleasures of herbs, Vertaling: H. C. E. de Wit-Boonacher, 198 p.
5. Pamela Forey en Ruth Lindsay, Medicinale planten, serie Snel-zoek natuurgids, Elmar, Rijswijk, 1994, Vertaling Ludo Koenders, 123 p.
6. Christopher Hobbs, Geneeskrachtige kruiden voor dummies, Dummie reeks, Addison Wesley, Imprent Pearson Education Benelux, 2003, Engelstalige editie 1998, Wiley Publishers, Indianapolis, Indiana, Verenigde Staten, vertaling Selma Bakker voor Fontline, 366 p.
7. http://www.locusmagi.nl/maartsviooltje

Naar het begin van de tekst van deze plant.

Deze tekst in het gehele browser-venster plaatsen.

Klik linksboven in het browser-venster op de pijl naar links om terug te komen bij de vorige situatie.